Literatuur over de aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt


Ben Wilbrink



abstract

CPB (2013). Arbeidsmarkt leraren: aanpassingsmechanismen en aangrijpingspunten voor beleid. I.o.v. OCW. (pdf ophalen CPB-site)

Het CPB heeft nu ook al verstand van de arbeidsmarkt. Zover ik kan zien is dit stuk niet met medewerking van het ROA tot stand gekomen. Afijn, ik ga hier geen tijd in steken. Gelikte grafieken, dat wel.



C. L. Poortman, A. Nelen, A. de Grip, A. F. M. Nieuwenhuis en P. A. Kirschner (2012). Effecten van leren en werken in het mbo: een review studie. Pedagogische Studiën, 89, 288-306. samenvatting




Sally Tomlinson (2013). Ignorant yobs? Low attainers in a global knowledge economy. Routledge. [in KB als eBook] info en preview (pp 1-30)




Mona Mourshed, Diana Farrell & Dominic Barton (2013). Education to employment: Designing a system that works. McKinsey Center for Government. full report


Teveel plaatjes.



Wise, D. (1975). Academic achievement and job performance. American Economic Review, 65, 350-366. preview



Steffanie L. Wilk & Paul R. Sackett (1996). Longitudinal analysis of ability-job complexity fit and job change. Personnel Psychology, 49, 937-967. abstract



College Experiences and Managerial Performance Journal of Applied Psychology, 71, 530-552.



S. S. Dubin (Ed.) (1970). Professional Obsolescence. Teh English Universities Press.



Pieter Boerman (november 1991). Faculteit en arbeidsmarktproblematiek. Een literatuurstudie naar de samenhangen tussen de arbeidsmarrktproblematiek van het w.o. en kenmerken van facultaire onderwijsorganisaties. SCO / Toegepaste Onderwijskunde, Universiteit Twente



P. L. Stroink & F. Andries (1977). Verslag van een onderzoek naar de toetreding van LTS’ers tot de arbeidsmarkt. Nederlands Instituut voor Praeventieve Geneeskunde TNO.



High Educ (2010) 60:369–393 DOI 10.1007/s10734-009-9305-y Different but equal? Assessing European dual HE systems Osmo Kivinen • Jouni Nurmi



Paul de Beer (1994). Arbeidsmarkt in perspectief. Bohn Stafleu Van Lochum.



Paul de Beer (2001). Over werken in de postindustriële samenleving. SCP. proefschrift. In twee delen te downloaden



Uulkje de Jong & Fred Verbeek (2005). Afgestudeerden en de kennissamenleving. Rapport WO-monitor 2002-2003. Kengetallen en analyses. SCO Kohnstamm Instituut pdf



Adnet, Georges Adnet, Paul Minon. Léon Derwa (1956). Contribution à l'étude des professions universitaires. Les ingénieurs en 1955. La profession des docteurs en droit sortis de l'université de Liège de 1899 à 1949. Liège: H. Vaillant-Carmanne. Travaux de l'Institut de Sociologie de la Faculté de Droit de Liège, — VII.



Folke Glastra & Frans Meijers (Red.) (2000). Een leven lang leren? Competentieontwikkeling in de informatiesamenleving. 's-Gravenhage: Elsevier Bedrijfsinformatie. isbn 9061559855




Zoektheorie: De onzichtbare hand zichtbaar maken. Pieter Gautier. TPEdigitaal 2009 jaargang 3(3) pagina 158-176. Artikel (PDF). http://www.tpedigitaal.nl/archief/2_Gautier-3-2009.pdf



Johan Coenen, Frank Cörvers, Didier Fouarge, Christoph Meng, Annemarie Nelen (2009). Onderbenutting van mbo’ers nuttig op de arbeidsmarkt? TPEdigitaal 2009 jaargang 3(3) 103-123 pdf



Blees-Booij, A. (1994). Culturele en economische beroepsstatus van mannen en vrouwen: een tweedimensionele ordening. Amsterdam University Press.



R. Wentholt (Red.) (1967). Buitenlandse arbeiders in Nederland. Leiden: Spruyt, van Mantgem en De Does.



Wendy Smits (2005). The quality of apprenticeship training. Conflicting interests of firms and apprentices. proefschrift Maastricht



Peter Berkhout (2004). Van bul naar baan. proefschrift UvA.



Frank Cörvers (1999). The Impact of Human Capital on International Com petitive ness and Trade Performance of Manufacturing Sectors. Maastricht: Research Centre for Education and the Labour Market (ROA).



Jacob D. Oostwoud Wijdenes (1990). Arbeidsmarkt en curriculum letteren. SCO rapport 217.



Choosing the Right Pond: Social Approval and Occupational Choice By Anandi Mani Williams College and Charles H. Mullin * Vanderbilt University October 2001 Abstract We examine the impact of a desire for social approval on education and occupation choice and model the endogenous determination of perceptions that influence such approval. In a two-sector overlapping generations framework, agents born with ability endowments in both occupations must choose one as their career. An agent’s choice is influenced by social approval, which depends upon the community’s perception of her ability in her chosen career. The accuracy of a community's perception increases with the fraction of its members performing similar work, because it is easier to assess ability in one's own profession. With positive correlation in skills, the desire for social approval, combined with imperfect assessment of ability, leads to multiple steady states. In all steady states there is overcrowding in the favorably perceived occupation, with misallocation across both occupations. Which sector becomes the favorable occupation depends on the initial occupational composition in the community. When skill distributions differ across sectors, positive correlation in skills can result in a loweducation trap as described by Wilson(1987) -- i.e. the entire community opts for the low variance (low-skilled) occupation. The model explains when individual pecuniary incentives may not reduce under-investment in education, and suggests alternative solutions to improve outcomes. JEL Number: J24, I21 bewaard als manimullin.pdf



Maarten Hendrik Jan Wolbers (1998). Diploma-inflatie en verdringing op de arbeidsmarkt. Een studie naar ontwikkelingen in de opbrengsten van diploma's in Nederland. Nijmegen, proefschrift + stellingen. [nog niet gezien]



ROA (2000). Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2000. + Statistische bijlage. Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt.



Credentials, Signals, and Screens : Explaining the Relationship Between Schooling and Job Assignment Bills, David B. / In: Review of educational research; vol. 73 (2003), afl. 4, pag. 441-470 (30) / 2003 The empirical relationship between educational attainment and credentials with socioeconomic attainment is well established, but why this relationship arises remains in doubt. The author of this article discusses seven types of middle-range theories meant to explain the relationship: human capital, screening (including filtering), signaling, control, cultural capital, institutional, and credentialist theories. In each, the central causal mechanism concerns how employers and job seekers acquire and use labor market information. The author argues that occupational status attainment and wage determination models are not adequate to explain the mechanisms underlying the process whereby the highly schooled become the highly placed in job hierarchies. He indicates the implications of transformations of the American labor market for further assessment of the relationship between educational credentials and job assignment.



Ronald Dore (1976). The diploma disease. Education, qualification and development. Berkeley: University of California Press.



Pierre Merle (Dir.) (1993). La compétence en question. École, insertion, travail. Presses universitaires de Rennes.



Albert Tuijnman (1989). Recurrent education, earnings, and well-being. A fifty-year longitudinal study of a cohort of Swedish men. Stockholm: Almqvist & Wiksell.



Wiemer Salverda (1992). Youth unemployment. Dynamics of the Dutch labour market 1855-1988. Proefschrift RUG / Wolters-Noordhoff.



McKinney, Arlise P., Kevin D. Carlson, Ross L. Mecham III, Nicholas C. d'Angelo, Mary L. Connerley (2003). Recruiters' use of GPA in initial screening decisions: higher GPAs don't always make the cut. Personnel Psychology, 56, 823-845.abstract




Boer, Peter den (1995). Scholing van laag opgeleide volwassenen. Een onderzoek naar de inrichting en effceten van scholing in het kader van de PBVE. Proefschrift RU Groningen. Rion Monografieën onderwijsonderzoek 23.



Taylor, Lee (1968). Occupational sociology. New York: Oxford University Press.



Academisch gevormden. Vraag en aanbod tot 1980. Publikatie van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Deze publikatie is een overdruk van een aantal artikelen, opgenomen in het weekblad van het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 'O.K.W. Mededelingen' (jaargang 1959). Deze artikelen beogen een samenvatting te geven van het zgn. 'Rapport Dalmulder.'



Harris, Seymour E. (1949). The market for college graduates. Harvard University Press.



Bruyn-Hundt, Marga (1988). Vrouwen op de arbeidsmarkt. Nederlandse situatie in de jaren tachtig en negentig. Utrecht: Scala/Het Spectrum.



Kazuo, K. (1991/1995 abridged translation). The economics of work in Japan. [Japanese title: Shigoto no Keizaigaku] LTCB Initernational Library Foundation.



Grip, A. de (1987). Onderwijs en arbeidsmarkt: scholingsdiscrepanties. Amsterdam: VU uitgeverij, 1987. Onderstaande kritische samenvatting heeft een meerledig doel. (1). De Grip besteedt veel aandacht aan de theorievorming op het gebied van de aansluitingsproblematiek tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het begrippenapparaat, hoewel dat sterk eenzijdig economisch gekleurd is, is mogelijk van belang als theoretisch kader om het denken over de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt voor academici richting te geven, in concreto ook als theoretisch kader voor de lopende onderzoeken aan de UvA naar de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt voor een aantal vakgebieden. De samenvatting zal mogelijk bruikbare begrippen en indelingen aangeven. (2). Het empirisch materiaal van De Grip bevat mogelijk relevante data voor de werkgelegenheidsproblematiek voor academici. (3). Men mag vermoeden dat bij een poging om vanuit het intellectuele domein van het economisch denken de problematiek te verhelderen zelfs een geslaagde poging nog aanzienlijk kan worden verbeterd door vanuit andere disciplines (ik heb in het bijzonder het oog op de differentiële psychologie, zowel waar het verschillen tussen mensen betreft, als de selectiepsychologie) toevoegingen te suggereren. (4). In het bijzonder zal gelet worden op mogelijkheden om vanuit theoretische noties en gesignaleerde empirische regelmatigheden te komen tot modelvorming op grond waarvan nieuwe empirische gegevens geduid kunnen worden, vooral vanuit probleemstellingen zoals binnen het w.o. geformuleerd. (5). Een eerste toepassing zal voor de nieuw op te richten studierichting Culturele Studies bestaan uit een analyse van de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt, waarbij de schaars beschikbare gegevens zullen worden aangevuld met een analyse van althans theoretische mogelijkheden en onmogelijkheden, redelijke verwachtingen en onredelijke hoop. Het onderwerp van de Grip is het kwalitatief uiteenlopen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. 'Deze studie heeft als doel de achterliggende oorzaken van de aansluitingsproblematiek te analyseren, in de hoop daarmee het inzicht te vergroten in de factoren die belangrijk kunnen zijn voor een meer flexibele kwalitatieve aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.' (p. 10, mijn onderstreping) In zijn inleiding signaleert de Grip dat 'de enorme expansie van de kwartaire sector in de jaren '60 en '70 volgens verwachting de komende jaren om zal slaan in een daling van de werkgelegenheid in deze sector (CPB 1986).' Het is een punt van belang, omdat immers het wetenschappelijk onderwijs in niet geringe mate precies aan de kwartaire sector toelevert. Een zwakte van de theorievorming op het onderhavige gebied is dat het althans op het eerste gezicht lijkt te bestaan uit pogingen tot indeling en ordening die niet direct dwingend uit empirische regelmatigheden voortkomen. Hoewel, het is niet zozeer een zwakte, als wel zwakke theorievorming zondermeer, in afwachting van sterkere modellen. geografische discrepanties (p. 11): aanbodoverschot in de ene regio, voor hetzelfde beroep een vraagoverschot in en andere regio. De Grip laat dit in zijn studie buiten beschouwing. Voor academici moet er altijd rekening mee worden gehouden dat aansluitingsproblemen niet bij onze landsgrenzen ophouden: studenten uit het buitenland komen hier studeren en zullen misschien proberen ook in ons land hun vak uit te oefenen; vacatures kunnen (soms expliciet) voor buitenlanders openstaan; voor bepaalde beroepsgroepen is er in eigen land een een aanbodoverschot, in aangrenzende landen mogelijk een vraagoverschot. Goed, het gaat de Grip om scholingsdiscrepanties, in twee dimensies: verschillen in scholingsrichting (tussen beroepsgroepen), en in scholingsniveau (binnen beroepsgroepen), ofwel horizontale en verticale scholingsdiscrepanties, de laatste nog weer onderverdeeld in verschillen in algemeen scholingsniveau, beroepsscholingsniveau, en beroepservaring. Dat lijkt allemaal niet zinloos, maar het is wel globaal en tamelijk willekeurig. Het valt nog te bezien of de Grip er in slaagt tot bevredigende operationalisatie van dergelijke begrippen te komen. Een begrippenpaar dat vaker terug zal keren is dat van onderscholing en overscholing: "Bij een overschot van arbeidskrachten met een te laag scholingsniveau ten opzichte van de kwalificatie-eisen van de openstaande vcatures, kan men spreken van onderscholing. In de omgekeerde situatie, bij een in vergelijking met de openstaande vacatures te hoog scholingsniveau van de werkloze arbeidskrachten, spreken we van overscholing. Eenzelfde onderscheid kan natuurlijk worden gemaakt voor de match tussen werknemer en arbeidsplaats, en dan heet het respectievelijk onderbenutting en overbenutting van werknemers (een begrippenpaar van Hartog, 1980). Het lijkt mij niet onwaarschijnlijk dat het spreken over scholingsdiscrepanties veel aan duidelijkheid wint wanneer dergelijke kunstmatige klassificaties achterwege worden gelaten. "De rationele kern van het onderscheid tussen natuurlijke en kunstmatige klassificaties zit in de overweging dat bij de zogenaamde natuurlijke klassificaties de bepalende kenmerken meestal geassocieerd zijn met andere kenmerken waarvan ze overigens logisch onafhankelijk zijn. (...) taxonomische categorieën als soort, species etc., zoals gebruikt in de biologie, bepalen klassen waarvoor geldt dat organismen diverse biologische kenmerken met elkaar gemeen hebben ànders dan die welke de klasse in kwestie definiëren; vaak geven de zo bepaalde groeperingen ook relaties weer die de phylogenetische oorsprong betreffen." (Hempel, 1952, blz. 53, zoals geciteerd in Wilbrink, 1983, 'Toetsvragen schrijven', p. 131). Het gaat om natuurlijke klassificaties, zoals het de Grip ook te doen is om 'achterliggende mechanismen.' allocatie. Vraag en aanbod van arbeid komen niet vanzelf bij elkaar: er is sprake van allocatieproblematiek, die bovendien niet beperkt is tot alleen een moment tussen afsluiten van scholing en intrede in de arbeidsmarkt. Voorafgaand aan die kritische overstap zijn er al tal van selectieve en allocatieve beslispunten geweest, waarover in de literatuur langzamerhand wel het een en ander is te vinden. Omdat mijn interesse ligt aan de onderwijskant, is het zeker relevant om allocatie- en selectieprocessen in het onderwijs in de analyse te betrekken. Dat is niet meer dan natuurlijk, omdat bijvoorbeeld de universitaire vraagstelling ook is gericht op werving van aankomende studenten, en op voorlichting van studenten bij verandering van studierichting of bij de keuze van bepaalde specialismen. Verrassenderwijs komt dit eerste analytische aanzetje dan al snel uit op het mij bekende terrein van numeriek rendement, uitval en vertraging in het w.o. De eerste aanzetten tot een uitvaltheorie (zoals geformuleerd in de literatuurstudie evaluatie twee-fasenstructuur 1987) hebben direct te maken met de allocatie waar het hier om gaat: die van vraag en aanbod van arbeid, en wel het aspect van de onderlinge concurrentie waarin de aanbieders van arbeid zich kunnen bevinden (in sommige beroepen sterker dan andere, in de natuurwetenschappelijke sterker dan de geneeskundige om de saillante extremen maar eens te noemen).



Astin, A.W. Achieving educational excellence. A critical assessment of priorities and practices in higher education. San Francisco: Jossey-Bass, 1985.



Bie, S.E. de - . Standaardvragen 1987. Voorstellen voor uniformering van vraagstellingen naar achtergrondkenmerken in interviews. Leiden: Vereniging van Onderzoek Instituten, 1987.



Bosch-Zuidgeest, G.M. van den -, en anderen, Academici in het bedrijfsleven. Publikatie in opdracht van de Stichting Stuurgroep Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek en de Commissie Opvoering Productiviteit / SER. Alphen aan den Rijn: Samson, 1976.



Bruinsma, C., M. Einerhand, & F. Kamphuis, Wetenschappelijk onderwijs: bereopsopleiding of meer? Een empirisch onderzoek onder PAW-studenten naar de invloed van de vooropleiding op de opvattingen over onderwijs. In J.F.M.C. Aarts & W.H.F.W. Wijnen (redactie) Studierichtingen in het hoger onderwijs. Bijdragen tot de Onderwijsresearchdagen 1984. Lisse: Swets & Zeitlinger, 1985.



Delden, A.Th. van -, en anderen, Naar een ondernemende universiteit. Utrecht: Veen, 1987. (Een publikatie van het Nederlands Gesprek Centrum)



Glas, G.A., Nieuwkomers in het bedrijf. Een onderzoek naar werving, introductie en opleiding van nieuwe werknemers. Op basis van een onderzoek uitgevoerd door het Instituut voor Toegepaste Sociologie te Nijmegen door J. van den Berg en H.J.M. van den Tillaart. Den Haag: Sociaal-Economische Raad, 1986. (Kluwer Bedrijfswetenschappelijke uitgaven).



Guglielmino, P.J., L.M. Guglielmino, & H.B. Long, Self-directed learning readiness and performance in the workplace; implications for business, industry, and higher education. Higher Education, 1987, 16, 303 - 317.



Haanstra, F., J.K. Koppen, & J.D. Oostwoud Wijdenes, De samenhang onderwijs-beroepspraktijk in de sector van de beeldende kunsten. 's-Gravenhage: Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Beleidsgerichte studies Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek, 1987.



Hartog, J., & G.A. Pfann, Onderwijsuitval, achtergronden en gevolgen. Economisch Statistische Berichten, 1987, 72, 11-16.



Hol, Th.P.M. Recent afgestudeerde Tilburgse psychologen in 1983 en 1986. Tilburg: Subfaculteit Psychologie, 1987.



Holleman, J.W., & P.J. van Eijl, Algemene vaardigheden in het hoger onderwijs. Onderzoek van Onderwijs, mei 1987, 20 - 21.



Hoof, J. J. van, en J. Dronkers (1980). Onderwijs en arbeidsmarkt. Van Loghum Slaterus. Hövels, B.W.M., & G. Krijnen, Funkties van juristen. Nijmegen: ITS, 1974.



Instituut voor Toegepaste Sociologie, Werkkringen van sociale wetenschappers en sociaal geografen; een funktie-inventarisatie onderzoek onder niet-westerse sociologen, kultureel tntropologen, politikologen, opvoedkundigen, psychologen, sociaal geografen. Nijmegen: ITS, november 1971.



Joostens, Th. H., & E.P.W.A. Jansen, Kenmerken van hoger onderwijs in de ekonomie; de situatie in Groningen. In J.F.M.C. Aarts & W.H.F.W. Wijnen (redactie) Studierichtingen in het hoger onderwijs. Bijdragen tot de Onderwijsresearchdagen 1984. Lisse: Swets & Zeitlinger, 1985.



Krijnen, G. Ontwikkeling funktievervulling van psychologen. Een onderzoek naar de ontwikkeling van funkties die door psychologen in de periode van 1954 tot 1972 zijn uitgeoefend. Nijmegen: ITS, 1975. (deel I: tekst + bijlagen)



Meer, Q. v.d. -, & J. Coopmans, Taakgeoriënteerde studieprogrammering. Bureau Onderzek van Onderwijs, Landbouw Universiteit Wageningen, 1973.



Neervoort, Th.J., & J.M. Verbeek, Taakanalyse planologische beroepen voor studieprogramma planologie. Amsterdam: Stichting Centrum voor Onderwijsonderzoek, 1976 (oorspronkelijk COWO 1976).



Psacharopoulos, G. Links between education and the labour market: a broader perspective. European Journal of Education, 1986, 21, 409-415.



Rumberger, R.W., The job market for college graduates, 1960-90. Journal of Higher Education, 1984, 55, 433 - 454.



Schut, W. De natte vinger van de arbeidsmarktvoorspellers. Intermediair, 1987, 23 # 43, p. 23



SCO / CSHOB, Evaluatie-Onderzoek Wet Twee-fasenstructuur. Zoetermeer: Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Beleidsgerichte studies Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek, 1987.



Zomer, H., Graduate unemployment: making sense of a problem. Higher Education and Research in the Netherlands, 1982, # 2, 24 - 35.



Galan, C. de -, & A.J.M. van Miltenburg, Economie van de arbeid. Alphen aan den Rijn: Samson, 1985.



Hartog, J. To graduate or not? Does it matter? Economics Letters, 1983, 12, 193-199. Hartog, J., & J.J.M. Ritzen (red.), Economische aspecten van onderwijs. Lisse: Swets & Zeitlinger, 1986.



Odink, J.G., & van Breemen, R. Studeren of niet? Alternatieve stelsels van studiefinanciering en de gevolgen voor het private rendement van studeren. Economisch Statistische Berichten 1983, 68, 568572. Ook in J.G. Odink, Inkomensherverdeling. Groningen: Wolters-Noordhoff, 1985.



Armbruster, W. Arbeidskräftebedarfsprognosen als Grundlage der Bildungsplanung; eine kritische Analyse. Berling: Max Planck Institut für Bildungsforschung, 1971.



Dalmulder, J.J.J., e.a. Aantallen academici tot 1980, aanbod en behoefte. Rapport van de commissie voor statistisch onderzoek van de Academische Raad (rapport Dalmulder). 's-Gravenhage: 1968.



Dalmulder, J.J.J., e.a. De toekomstige ontwikkeling van het aantal studenten bij het wetenschappelijk onderwijs. Publicatie nr. 13 van de Academische Raad. Rapport van de commissie voor statistisch onderzoek 1970 (rapport Dalmulder). 's-Gravenhage, 1971.



Commissie voor statistisch onderzoek van de Academische Raad. De arbeidsmarkt voor dierenartsen, behoefte, aanbod, overschot in 1980 en 2000. Rapport van de subcommissie behoeftebepaling dierenartsen. 's-Gravenhage, 1971.



Academische Raad. De arbeidsmarkt voor biologen, behoefte, aanbod, overschot, in 1980 en 1990. Rapport van de subcommissie behoeftebepaling biologen. 's-Gravenhage, 1971.



Commissie voor statistisch onderzoek van de Academische Raad. Mogelijke toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen die van belang kunnen zijn voor de behoefte aan academici. Academische Raad, 1967.



Godefroy, J. Sociale prognose. Sociale Wetenschappen, april 1960.



Godefroy, J. Artsenbehoefte en artsenvoorziening 1963 - 1982. Tilburg: I.V.A.



Godefroy, J. Tandartsenbehoefte en tandartsenvoorziening, 1967-1987. Vooruitberekeningen op grond van de ontwikkelingstendensen in de sociale tandheelkunde. 1968.



Hartung, D., e.a., Politicologen im Beruf. Stuttgart, 1970.



ITS, Werkkringen van sociale wetenschappers en sociaal geografen. Nijmegen: ITS, 1971.



Nicolas, F., Functies en carrièrepatronen van economen. Tilburg, 1971.



Niland, J.R. Allocation of Ph.D. manpower in the academic labor market. Industrial Relations, 11 # 2, 1972.



Pair, C. de -, Grote groei van studentenaantallen veroorzaakt tekort aan academici; puzzels rond de exponentiële groei. Universiteit en Hogeschool, 1972, 18, 529-534.



Ruiter, R. Vraag en aanbod van afgestudeerden in de literaire faculteit. Universiteit en Hogeschool, oktober 1964.



Westerdiep, A.R., Werkkringen van sociologen. Groningen/Amsterdam, 1970.



EGKS, Functie-analyse en werkclassificatie. Luxemburg, 1967.



ITS, Beroepenklapper, 1971.



NIMAWO, Loopbaanontwikkeling maatschappelijk werkers, cultureelwerkers en personeelwerkers. 's-Gravenhage, 1971.



Rijksarbeidsbureau, Classificatie van de beroepen naar hun onderlinge verwantschap. 's-Gravenhage, 1952.



Amelang, M., & J. Tiedemann, Psychologen im Beruf, I Studiënverlauf und Berufstätigkeit. Psychologische Rundschau, 1972.



American Psychologist, may 1972. (speciale uitgave over opleiding en beroepspraktijk van amerikaanse psychologen).



Bergsma, J., Klinisch psycholoog in het algemeen ziekenhuis. De Psycholoog, 1971, 104-110.



Betekenis en funktie van de psycholoog in de maatschappij. De Psycholoog, 1968, p. 360 e.v.



Buiten, B., F.B.J. Teerrink, & J. Zwart, Militaire psychologie. De Psycholoog, 1971, 268-278.



Directoraat voor de Arbeidsvoorziening, Psycholoog. 's-Gravenhage, 1969.



Duyker, H.C.J., Nomenclatuur en systematiek der psychologie. Nederlands Tijdschrift van de Psychologie, 1969, 176-217.



Geer, J.P. van der -, De mening van de psycholoog. Haarlem, 1961.



Helbing, J.C., Doelstellingen voor opleiding tot bedrijfspsycholoog; NIP enquete sektie bedrijfspsychologie.



Jansen, A., Sektie bedrijfspsychologie: enquete selektie praktijk. De Psycholoog, 1971, 374-379.



McCollum, I.V., Psychologists in industry in the United Kingdom and Western Germany. American Psychologist, 1960, 15, 58-64.



Psychology in the Netherlands. De Psycholoog, 1968, p. 115 e.v.



Solberg, J.W., Schoolpsycholoog gevraagd. De Psycholoog, 1969, p. 399 e.v.



Verslag enquete afgestudeerden vakgroep psychologie van arbeid en bedrijf. Nijmegen: Psychologisch Lab. K.U., 1972.



Verslag resultaten enquete psychotherapie. De Psycholoog, 1971, 437-459.



Webb, W.B., The profession of psychology. New York: 1962.



Wolff, Ch.J. de -, Prognose over aanbod en behoefte aan psychologen. De Psycholoog, 1970, p. 151 e.v.



Academische Raad, commissie voor statistisch onderzoek, Aantallen academici tot 1980, aanbod en behoefte. 's-Gravenhage, 1968.



Centraal Planbureau, De arbeidsmarkt naar opleidingscategorie 1975-2000. Werkdocument nr. 17. 's-Gravenhage, 1987.



Ministerie van O&W, Ontwikkelingslijnen in aanbod en behoefte van academici tot 1990 (RABAK nota), Tweede Kamer zitting 1974-1975, 13323.



Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De arbeidsmarkt naar sector, beroep en opleiding, 1983-1988. 's-Gravenhage, 1984.



NEI, Een verkenning van de arbeidsmarkt naar beroep en opleiding tot 1990. OSA werkdocument nr. W17. 's-Gravenhage, 1986.



Seifert, Karl Heinz (Hrs. (1977). Handbuch der Berufspsychologie. Göttingen: Verlag für Psychologie Dr. C. J. Hogrefe. $40 Antiqbooks (Keip). 8-'02 ƒ24,50 DeS.



Schut, W.W., De arbeidsmarkt voor academici: structuur, prognoses en realisaties. Amsterdam: VU, 1984. (doct. scriptie).



Subcommissie voor Statistiek van het Interuniversitair Contactorgaan, De behoefte aan academici tot 1980. 's-Gravenhage, 1958.



Literatuur genoemd in Hol, Th.P.M. Recent afgestudeerde Tilburgse psychologen in 1983 en 1986. Tilburg: Subfaculteit Psychologie, 1987.



Concept-beleidsvoorneming. Groie en krimp universiteiten en Academische Ziekenhuizen 1987-1991. Voorlopige standpuntbepaling en bijstelling. Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, 1986.



Dijkstra, C., & J. Bannenberg. Er zijn te veel klinisch psychologen. De Psycholoog, 1986, 21 #4, 178-182.



Heeswijk, G.B. van Mening van afgestudeerde psychologen van de K.U.N. over hun opleiding en functie. doctoraalscriptie, 1977. K.U.N.



Holtzer, F.H.J.M. Is er toekomst voor psychologen? De Psycholoog, 1984, 19 #6, 257-266.



Kerkhof, A., & G. Engels, Werkgelegenheid als gelegenheidsargument. De Psycholoog, 1986, 21 # 12, 632-644.



Lammens, L., Tewerkstelling bij psychologen en pedagogen. Een poging tot zelfopvoeding en zelforiëntering? Leuvens Bulletin, LAPP, 1983, 32 #1, 7-25.



Meerum Terwogt, K., & B. van Balen, Afgestuderde psychologen en hun visie op hun studie als voorbereiding voor de beroepspraktijk. ORD bundel, 1983.



N.P.O. Afgestudeerde psychologen. UvA: subfaculteit psychologie, 1982.



N.P.O. Afgestudeerde psychologen II. UvA: subfaculteit psychologie, 1982.





literatuur genoemd in Neervoort, Th.J., & J.M. Vrbeek, Taakanalyse planologische beroepen voor studieprogramma planologie. Amsterdam: Stichting Centrum voor Onderwijsonderzoek, 1976 (oorspronkelijk COWO 1976).



Instituut voor Actuariaat en Econometrie, Beroep en opleiding: een enquete onder econometristen. Amsterdam: U.v.A., 1970.



Koefoed, P.A., Een schets van een onderzoeksmodel van de arbeidsmarkt. Amsterdam: Stichting stuurgroep Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek SOSWO, 1972.



Vlaskamp, F.J.M., J.H.T.W. van Diederen, & G. Krijnen, Ontwikkelingen in de funktievervulling van pedagogen en andragogen. deel I: academici. Nijmegen: ITS, 1977.



Wieringen, A.M.L. van -, De identiteit van het hoger beroepsonderwijs. (proefschrift). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 1975.



Graduate employment. A sample survey. 1956. London: Political and Economic Planning; George Allen & Unwin.



Teichler, U. (1996). Higher education and graduate employment in Europe. Select findings from previous decades. Kassel: Wissenschaftliches Zentrum für Berufs- und Hochschulforschung Uniersität Gesamthochschule Kassel.



Wolfle, D. (1954). America’s resources of specialized talent. A current appraisal and look ahead. The Report of the Commission on Human Resources and Advanced Training. New York; Harper & Brothers.



Commissie voor statistisch onderzoek van de Academische raad (1968). Aantallen academici tot 1980. Aanbod en behoefte. 's-Gravenhage: Staatsuitgeverij.



Dam, J. W. van, Heijke, J. A. M., & Ramaekers, G. W. M. (1990). Gecoördineerd arbeidsmarktonderzoek onder hoger opgeleiden: methodiek en resultaat. Universiteit en Hogeschool, 37 (2), 82-91. fc



Ramaekers, G. W. M. (1996). WO-scanner economie 1994. Basismeting cohort '93. ROA-R-1996/1. Maastricht: ROA.



Ramaekers, G. W. M. (1996). WO-scanner economie 1995. Basismeting cohort '94. Maastricht: ROA. ROA-R-1996/15.



Smits, W., & Borghans, L. (1996). De arbeidsmarkt voor HBO-technici. Maastricht: ROA. ROA-R-1996/14.



Bos, A., e.a. (1997). Overal of nergens. De arbeidsmarkt voor psychologen. De Psycholoog, 32, 360-364.



Perkins, D. N., & Salomon, G. (1989). Are cognitive skills context-bound? Educational Researcher, february 16-25.



Borghans, L., de Grip, A., & Smits, W. (1996). De arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden tot 2000. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 14, 3-21.



Stronach, J. (1996). De arbeidsmarkt voor Rotterdamse sociologen. Facta, 4(5), 20-23. fc Het gaat goed met de Rotterdamse sociologen, nog beter dus dan met de Nederlandse.



Beek, K. van, & Hazeu, C. (1995). Arbeidsmarkt en hoger onderwijs in de toekomst: zwemmen uit specialisatiefuik. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 13, 183-191.



Beekman, Th. B. J., & Heijke, J. A. M. (1990). De arbeidsmarktperspectieven voor klinisch psychologen tot 1995. ROA-R-1990/3.



Borghans, J., & Hoevenberg, J. (1994). De arbeidsmarkt voor een studierichting Biomedische Technologie. Maastricht: ROA .Onderzoek naar de verwachte arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden van een studierichting Biomedische Technologie zoals de Technische universiteit Eindhoven en de Rijksuniversiteit Limburg die beogen op te richten.



Borghans, L., & Wiendels, M. R. (1993). De arbeidsmarktperspectieven voor Maastrichtse psychologen. Een vooronderzoek. ROA. (R-1993/8).



Borghans, L., & Willems, E. J. T. A. (1994). Baanzoekduren van HBO’ers onder de loep. Maastricht: ROA. '95



Brennan, J., Lyon, E. S., Schomburg, H., & Teichler, U. (1994). The experiences and views of graduates messages from recent surveys. HEManag, 6, 275-304. fc



Ivonne M. T. Coppens, Jorine E. M. B. Janssen, Paul M. M. van Oijen (Ed.), Egbert de Weert (1991). Higher education and employment: The changing relationship. A report prepared for OECD. Achtergrondstudies hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, 9



Dronkers, J., Oostwoud Wijdens, J., Verbeek, F., & Wilbrink, B. (1994). Alumni: een spiegel voor de universiteit? In Enting, Lotte, van Galen, Heleen, en Veenemans, Chris (Red.) (1994). Alumni.Jaarboek 1994 van de Universiteit van Amsterdam. 8-25.





Enting, Lotte, van Galen, Heleen, en Veenemans, Chris (Red.) (1994). Alumni.Jaarboek 1994 van de Universiteit van Amsterdam. Dronkers, J., Oostwoud Wijdens, J., Verbeek, F., & Wilbrink, B. (1994). Alumni: een spiegel voor de universiteit? 8-25. Embden, M. van: Academici en arbeidsmarkt. 26-40.



Grip, A. de, & Heijke, J. A. M. (1994). De arbeidsmarkt naar opleiding tot 1998. ESB, 9-2-1994, 120- 124. fc



Higher education and employment. Themanummer EurJEd, 1995, 30(2), 115-234. goed themanummer, 1e bijdrage is een algemeen artikel van Teichler.



Kops, Y., & Westerhof, P. (1995). Sociale wetenschappers op de arbeidsmarkt. TvHO, 13, 89-103.



Kruisinga, A., Ramaekers, G. W. M., & van de Velden, R. K. W. (1993). Markverkenning European Law School. Maastricht: ROA (R-1993/11). POW. Verkenning voor een in Maastrict op te richten school voor Europese juristen. Maakt o.a. gebruik van het rapport van Floris van den Bergh van Saparoea. Het gaat hier om een interview-onderzoek onder potentiële afnemers van afgestudeerden van zo’n nieuwe opleiding.



Loo P. J. E. van de, & van der Velden, R. K. W. (1994). De arbeidsmarktpositie van hbo’ers. Maastricht: ROA. '95



Loo, P. J. E. van de, & van der Velden, R. K. W. (1995). De arbeidsmarktpositie van HBO-ers. TvHO, 13, 72-88.



Walker, M. (1986). The Oxbridge Careers Handbook 1987. Oxford Student Publications. alumni. '94



Weert, E. de (1994). Translating employment needs into curriculum strategies. HEManag, 6, 305-320. fc



Youn, T. I. K., & Gamson, Z. F. (1994). Organizational responses to the labor market: a study of faculty searches in comprehensive colleges and universities. HE, 28, 189-206. Gaat over recruteren van WP.



Groneschild, Nathalie, & Korevaart, Korrie (1993). Nut en nadeel van de neerlandicus. Een onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van Leidse neerlandici (1945-1992). RUL, Vakgroep Nederlandse Taal- en Letterkude. -> A'dam.



Jurist en werk. Juridische beroepengids 1994. Lemma. '95



Boxtel, T. van, Vruggink, J., & Bruggemans, E. (1995). De arbeidsmarkt voor psychologen. Een analyse van het aabod via advertenties. De psycholoog, 30, 420-424.



Adviescommissie aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt ingesteld. LOVWJ Nieuwsbrief, 1989, 17, 6 november



Agerbeek, N., interview met Kamminga (KNOV-voorzitter). HBO journaal april 1989.



Arbeidsmarkt, De, in het jaar 2000 en het hoger onderwijsbeleid anno 1984; verslag van het symposium op 15 maart 1984 tgv het 1e lustrum van het Instituut voor Hoger Beroepsonderwijs Haarlem; onder red. van M. Schulp. Haarlem, IHBO, (1985). 104 blz. (Symposium bundel). ISBN 90-9000899-3. (O en W bibl C. 71 D 46).



Arbeidsmarktonderzoek. HBO-Journaal 1990, 13, september, 36-37.



Atkinson, R.C. (1990). Supply and demand for scientists and engineers: a national crisis in the making. Science, 248, 4954,425- -432.



Austin, J.T., & K.A. Hanisch, Occupational attainment as a function of abilities and interests: a longitudinal analysis using project TALENT data. Journal of Applied Psychology, 1990, 75, 77-86.



Berendsen, H., de Grip, A., & Willems, E. J. T. A. (1991). Gevraagd: beta-onderzoekers (I). ESB 26-6-91, 76, 652-654. ROA-overdrukje.



Berendsen, H., Grip, A. de, & Willems, E.J.T.A. (1990). De arbeidsmarkt voor onderzoekers 1990- -2010. Maastricht: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. (Concept¬rapport).



Berg, J.W.M. van den, De beroepspraktijk van de beginnende personeelsfunctionaris: een onderzoek naar de aansluiting tussen de dagopleiding HBO-PW en de beroepspraktijk van de beginnende personeelsfunctionaris. Den Haag: SoZaWe, 1989. (Uitgelezen 1989, nr 12, blz. 33)



Boer, G. de; Feryn, A. Sociaal-culturele en demografische ontwikkelingen. Zoetermeer: Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen directie Toekomstverkenningen dg Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek; 1987; 25 blz. (HW/T-verkenning no.20/2 samenvatting); 88/30. 121 blz. (HW/T-verkenning no.20/1); 88/29.



Boeren, C.J.C.M., Universitair onderwijs en onderneming. U&H 1988-89, 35, 194-204



Borghans, L. (1991). The value of public labour market information: the case of dispersed predictions. ROA-RM-1991/2E. gekregen.



Borghans, L. (1993). De keuze tussen specifieke en generieke opleidingen. In De frictie gefixeerd; aansluiting tussen wetenschappelijk onderwijs en arbeidsmarkt. Congresverslag Eeuwfeest Augustinus, Leiden. 18-20.



Borghans, L., de Grip, A., & Heijke, H. (1989). De aansluiting tussen het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt; een theoretisch kader. Maastricht: ROA.



Bosch- -Zuidgeest, G.M. van den, et al. (1976). Academici in hetbedrijfsleven. Publicatie in opdracht van de Stichting Stuurgroep Sociaal- -Wetenschappelijk Onderzoek en de Commissie Opvoering Productiviteit/SER. Alphen aan den Rijn: Samsom.



Bosworth, D., & Ford, J. (1985). Income expectations and the decision to enter higher education. Studies in HE, 10, 21-32.



Bovenkerk, F., den Brok, B., & Ruland, L. (1991). Meer, minder of gelijk? Over de arbeidskansen van hoog opgeleide leden van etnische groepen. Sociologische Gids, 38, 174-186. eq



William G. Bowen and Julie Ann Sosa (1989). Prospects for faculty in the arts and sciences. A study of factors affecting demand and supply, 1987 to 2012. Princeton, New Jersey: Princeton University Press.