In Klaassen, C.A.C., & Jungbluth, P. (Red.). Onderwijs en samenleving. Onderwijs Research Dagen 1990 (p. 185-196). Nijmegen: ITS

Arbeidsmarktrelevant cursusaanbod in de PBVE

Jeroen Onstenk, Ben Wilbrink


Stichting Centrum voor Onderwijsonderzoek
Universiteit van Amsterdam

S.V.O. projectnummer 9064
onderzoekvraag van het Ministerie van O. en W.




1. Samenvatting

Hoofdaccent in de Sociale Vernieuwing is het activeren van de arbeidsmarkt, juist voor zwakkere groepen, en onder verantwoordelijkheid van regionale besturen. De nu enkele jaren functionerende Primaire Beroepsgerichte Volwasseneneducatie (PBVE) heeft daarin als doelgroepenmaatregel een voorbeeldfunctie. De coördinatoren van een representatief aantal van de huidige 48 PBVE locaties zijn geïnterviewd over de regionale procedures, ervaringen, en ontwikkelingen bij het tot stand brengen van cursusaanbod met arbeidsmarktrelevantie (AMR). De vrijheid op regionaal niveau leidt tot een veelheid van werkwijzen, aansluitend op regionale verhoudingen en opvattingen. De interpretatie van het begrip AMR kent vele varianten, waarin betrokken partijen van mening kunnen verschillen, maar 'scholing voor werk' is een gemeenschappelijk uitgangspunt. Voor de meeste belangstellenden zijn kwalificerende cursussen beschikbaar, steeds vaker ook met baangaranties. Het coördinerend werk van de PBVE's ontwikkelt zich van aanvankelijk afwachtend tot zelf initiatiefnemend. De relaties van PBVE's met Gewestelijk Arbeidsbureaus kennen alle varianten van samenwerking tot concurrentie.

2. Inleiding: opzet en doelstellingen van de PBVE


De PBVE is een coördinerende maatregel, die op de arbeidsmarkt minder kansrijke doelgroepen relevante scholing moet bieden, gebruik makend van bestaande regionale scholings-infrastructuren (Notitie PBVE, 1987). Het onderzoek is gericht op de wijze waarop men in de huidige 48 PBVE-regio's vormgeeft aan marktgerichte educatie. De PBVE gaat uitdrukkelijk niet alleen om korte cursussen die direct aansluiten op de concrete vraag op de regionale arbeidsmarkt, maar vooral om de ontwikkeling van marktgerichte trajecten voor volwassenen met een geringe schoolopleiding, te gering 'om zonder meer een plaats op de huidige arbeidsmarkt te verwerven,' maar ook op bijvoorbeeld herintredende vrouwen waarvan de oorspronkelijke opleiding verouderd is. De PBVE-gelden worden op regionaal niveau ingezet om deze volwassenen opleidingstrajecten aan te bieden, waarmee hun kansen op de arbeidsmarkt worden verbeterd: ze vinden direct werk, worden weer bemiddelbaar, of hebben een reële kans zelf op korte termijn werk te vinden. De doelgroepen staan nu veelal op de arbeidsmarkt 'achter in de rij' en moeten daarin door relevante scholing naar voren worden gehaald.

De PBVE bevindt zich in een kwetsbare positie temidden van nogal wat op stapel staande wetgeving, zoals de Arbeidsvoorziening (ARBVO) en het cursorisch beroepsonderwijs (WCBO). De PBVE wordt 'door het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen beschouwd als een belangrijk instrument om de infrastructuur van het leerlingwezen en het bestaande beroepsonderwijs een opvallende plaats te geven in de scholingsvoorzieningen voor werkenden en werkzoekenden' (van der Kamp en Mensen, 1989). Als zodanig is zij ook opgenomen in de nota Sociale Vernieuwing (1990).

De PBVE is bij uitstek gericht op de arbeidsmarktproblematiek voor zwakke doelgroepen, Er moet vaak met wat langere opleidingstrajecten moet worden gewerkt waarbij de medewerking van de werkgevers essentieel is, hoewel deze vaak moeizaam tot stand komt. De mogelijkheden die PBVE-locaties hebben om cursusaanbod met arbeidsmarktrelevantie (AMR) aan te bieden, geven een indicatie over de mogelijkheden en hinderpalen van een geïntensiveerd beleid voor minderheidsgroepen en langdurig werklozen zoals nu door de overheid geëntameerd. In de Notitie PBVE wordt alleen gesproken over AMR van het opleidingsaanbod, niet van de vraag vanuit het bedrijfsleven en van de overheid zelf. De notie van AMR van het PBVE-cursusaanbod is een eenzijdige, waarbij impliciet wordt uitgegaan van een door werkgevers aangereikte probleemsituatie. In de praktijk zijn er PBVE's waar men met werkgevers onderhandelt over kwalificatie-eisen en over cursusaanbod om de opstroom van werknemers binnen de bedrijven op te bevorderen.

3. Probleemstelling


Door Van der Kamp en Mensen (1989) is voor SVO een probleemverkenning van het veld van de beroepsgerichte volwasseneneducatie gemaakt, waaruit valt op te maken dat er naast de gegevens die door Berenschot Intermediair-PBVE (1987) worden gerapporteerd, over het functioneren van de PBVE op regionaal niveau nauwelijks enig overzicht bestaat. Van het onderhavige onderzoek wordt verwacht dat het inzicht geeft in de diverse procedures die afzonderlijke PBVE-locaties volgen bij het tot stand brengen van een cursusaanbod met AMR. Is de vraag naar AMR vooral van belang bij de voorgeschreven toetsing van het PBVE-scholingsplan, of is AMR door tal van beslissingen-onderweg al in het scholingsplan ingebouwd? Welke opvattingen hebben betrokken partijen over AMR, en hoe gaat men om met verschillen in opvattingen? Richt men zich op de doelgroepen, of wordt er allereerst naar de vraag van werkgevers gekeken? De eerste onderzoekstap is het inventariseren van verschillende interpretaties van het begrip AMR, interpretaties die elkaar niet altijd hoeven uit te sluiten, maar ook aan kunnen vullen.

De onderzoekvragen zijn samengevat:


4. Opzet van het onderzoek


Het te rapporteren onderzoek is het eerste, inventariserende, deel van een groter onderzoek waarin ook de betrouwbaarheid en validiteit van oordelen over AMR worden onderzocht. Het inventariserende deel is ook bedoeld te onderzoeken op welke momenten welke partijen in feite over AMR beslissen, als onderscheiden van de formele toetsing op AMR. Gezien de zeer grote diversiteit in het veld is met de inventarisatie een begin gemaakt door half open interviews te houden met een aantal PBVE-coördinatoren. Van de 48 PBVE-locaties zijn er 9 bezocht, die tesamen een derde van alle PBVE-cursisten bedienen.

De interviews zijn gestructureerd rond vier hoofdthema's: