thuis     genealogie    


Voor 50 jaar (en langer): wat was er anders in de wereld


na WO II - 1955

Terugkijkend over meer dan 50 jaar, wat valt dan op als echte verschillen in de leefwereld van kinderen toen, en die van vandaag? Een tijdspanne van twee generaties, zeg maar die tussen opa, oma en de kleinkinderen.

het beeld ontbreekt

Bewegende beelden vullen vandaag een belangrijk deel van de dag voor al heel jonge kinderen. Dat was er een halve eeuw geleden niet. Geen spelcomputers, geen tv, nauwelijks film. De buurtvereniging organiseerde wel eens een filmavond voor de oudere jeugd, daar trok je dan in drommen naartoe, echt iedereen ging dan ook mee. Op het programma stonden vooral Amerikaanse films, Charly Chaplin en consorten, waarschijnlijk in goedkope films uit de twintiger jaren. In de bioscoop kwam je zelden voor de film, wel voor het vieren van Sinterklaas en andere evenementen. Films voor kleine kinderen waren er waarschijnlijk ook nauwelijks of helemaal niet.

auto's zijn fascinerend, want onbekend

Onderweg naar school, langs hotel Bloemink om autonummers te noteren van vooral Amerikaanse auto's, Buicks, Chevrolets. Als je tenminste niet al tollend over de weg naar school ging. Een militaire parade met al dat rollend materieel was helemaal fantastisch, rond 1950 had je dan wel een oranje sjerp om, natuurlijk, want het was koninginnedag. Bij een vriendje wiens ouders een glossy tijdschrift hadden, auto's uitknippen.

het reizen ontbreekt

Van de ene plek naar de andere deed je op de fiets, wat langere afstanden soms ook met de bus, wat kortere lopend. Vacanties werden thuis gevierd, met soms dagtripjes op de fiets naar het Veluws Eiland of andere doelen zo'n 15 kilometer van huis. De wereld was dus klein, behalve voor de vaders die voor hun werk ver weg moesten, conducteur waren, of voor hun werk of bedrijf over een auto beschikten.

speelgoed is schaars

Echt speelgoed was bijzonder, bij je verjaardag werd de verzameling dinky toys misschien met een nieuw exemplaar uitgebreid. Meestal kreeg je 'nuttige' cadeaus, trouwens: van sokken tot fietsen, daar moesten dan eerst nog blokken op de trappers komen, anders kon je er met je korte beentjes niet bij. Kort na de oorlog waren er nieuwe fietsen te hoog gegrepen: als je geluk had liet je vader een oude fiets ombouwen, door de smid, tot een kinderfiets.
Je speelde dus met alles dat los en vast zat, dat je kon verzamelen (sigarenbandjes, lucifersdoosjes), of vertimmeren. Zelf knutselen was het devies: een ratel aan je fiets, een slinger maken. Als je geluk had, had je een meccanodoos en kon je daarmee van alles knutselen. Pas eind vijftiger jaren kwam Lego op de markt, dat was veel te duur om te krijgen. Verzamelen was vaak ook al op nut gericht; zilverpapier, dopjes van melkflessen, oud papier, of eikels (varkensvoer). Het was een sport wilde kastanjes te vinden, die werden dan wel meteen opgegeten. Beukenootjes waren massaal beschikbaar, die kon je ook meteen opeten of voor moeder mee naar huis nemen.

de straat is nog speelplaats

Veel wegen zijn nog half verhard, met soms een klinkerpad in het midden om te voorkomen dat paarden die kwetsbare verharding kapot trappen. Leg dat klinkerpad tussen rails, en je hebt een paardetram, maar die was al voor de oorlog verdwenen uit het straatbeeld. Buiten de doorgaande wegen was er weinig ander verkeer dan de bakfiets van de melkboer en de paardenwagen van de groenteboer. Die doorgaande wegen konden overigens best druk zijn, alle verkeer moest zich immers door de kern van het dorp wringen (de kern van Apeldoorn bleven de Apeldoorners hardnekkig 'het dorp' noemen): van Arnhem naar Zwolle, of van Amersfoort naar Deventer, van het Zuiden van het land naar het noorden, van het Westen naar het Oosten, en omgekeerd. Op het kruispunt Deventerstraat - Stationsstraat in Apeldoorn ontmoetten die verkeerstromen elkaar. Tegenwoordig is voor dat verkeer een A1 en A50 nodig, en die kennen enorme fileproblemen. Als klein kind deelde je met je fietsje soms de drukke weg met auto's en vooral vrachtauto's en bussen, die je dan met behoorlijke snelheid op een halve meter afstand passeerden. Heel wat anders dan de stille weg voor je eigen huis. Dat ging dus niet altijd goed.

er is volop ruimte voor fantasiespel

school is saai

vriendjes in overvloed, spelen doe je buiten

je verjaardag is een familiegebeuren; tracteren op school, dat wel




Literatuur persoonlijk leven

Het dagelijks leven in vroeger tijden is vooral fraai beschreven in zogeheten ego-documenten, zeg maar dagboeken en alles wat daar op lijkt. Voor de na-oorlogse jaren moeten die er in overvloed zijn. Voor de oorlogsjaren zijn ze er ook, het dagboek van Anne Frank is ongetwijfeld het beroemdste voorbeeld. Het verschil tussen ego-documenten en literatuur is wel van belang: het is in zekere zin een verschil tussen werkelijkheid en fictie. Neem dat met twee korrels zout: de persoonlijke ontboezemingen in ego-documenten zijn altijd nog maar pogingen om de gebeurtenissen en stemmingen van de dag in woorden te vangen, en per definitie kan dat maar tot op zekere (geringe) hoogte. Literaire beschrijvingen, zoals Lont van Degenhardt, zijn verdichtingen die de werkelijkheid geweld aandoen, maar desondanks die werkelijkheid misschien beter in woorden vangen en aan ons overleveren dan de egodocumenten.
Naarmate de afstand naar het verleden groter wordt, worden ook de ego-documenten schaarser, en in ieder geval scherp ingeperkt tot de maatschappelijke groepen die in staat zijn ze te schrijven. Een prachtige serie ego-documenten voor de 16e en 17e eeuw is beschikbaar van diverse generaties van de oude Weense familie Platter, ook in bewerkingen door E. Le Roy Ladurie (ook in Nederlandse vertaling).

An excerpt from The Beggar and the Professor. A Sixteenth-Century Family Saga. Emmanuel Le Roy Ladurie. Translated by Arthur Goldhammer

links voor beschrijving dagelijks leven

"Van de historicus en bestsellerauteur Emmanuel Le Roy Ladurie verscheen in 1996 bij uitgever Bert Bakker De eeuw van de familie Platter (1499-1628). Een heel klein deel van dit familieverhaal speelt zich af in het Parijs van 1557. Felix Platter verblijft drie weken in de toentertijd grootste stad van Europa. Billy Gunterman legde er ’De kaart van Bazel’ uit 1550 naast, de eerste heldere plattegrond van Parijs."
http://www.geografie.nl/geografie/inhoud_show.php?id=158

http://www.20eeuwennederland.nl

Iris Origo (1957, 1963/1979).  The Merchant of Prato; Francesco di Marco Datini. Penguin. [the original text, below some translations]

Iris Origo (1957, 1963/1985). Im Namen Gottes und des Geschäfts. Lebensbild eines toskanischen Kaufmanns der Frührenaissance. Francesco di Marco Datini 1335-1410. München: Beck.

Iris Origo (1957/1959).   Le Marchand de Prato Francesco di Marco Datini.Paris, Albin Michel

Iris Origo (1957, 1963/1985). De koopman van Prato.Het dagelijks leven in middeleeuws Toscane. Francesco di Marco Datini 1335-1410. Amsterdam: Contact.

Schatrijk geworden koopman eind 14e eeuw, die van zijn 15e tot zijn 75 alle zakelijke stukken en persoonlijke brieven bewaarde en uiteindelijk in verzekerde bewaring gaf. Iris Origo construeert er het dagelijks leven van deze koopman uit.






Literatuur dagelijks leven

Gabrielle Dorren (2001). Eenheid en verscheidenheid. De burgers van Haarlem in de Gouden eeuw. Prometheus/Bert Bakker. [het dagelijks leven in een zeventiende-eeuwse Hollandse stad]




overig

27-3-2005 \

Valid HTML 4.01!   http://www.benwilbrink.nl/genealogie/info/voor50jaar.htm