Geheimhouding van toetsvragen / test secrecy

Truth in testing / test item secrecy / Open Testing / Test Disclosure / Test Security


Ben Wilbrink


9 december 2015, een uitglijder van het CvTE? tweetdraad Karin den Heyer, brief CvTE over wettelijke basis.


Karin: “Bezwaar maken tegen zelfbedachte regels door het CvTE kan niet. Wat volgt? Iedereen een paars pakje aan?”


Ben Wilbrink: Artikel 46 geeft @hetCvTE niet de bevoegdheid om na het examen de afgenomen vragen geheim te houden. Kennelijk heeft @hetCvTE het eindexamenbesluit VO uitgeplozen op welk artikel ze zouden kunnen gebruiken als smoes. Dat heeft een juridische naam: @hetCvTE gebruikt een bevoegdheid (art 46) voor iets waartoe deze bevoegdheid niet is gegeven. De deftige naam is: détournement de pouvoir. Het is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. @hetCvTE belazert de kluit. Ik herinner mij dat Jan Wiegers (bestuur Cito) eens heeft getwitterd dat geheimhouding door @hetCvTE een centenkwestie is. (ofwel: bewindslieden hebben de extra kosten voor het aanmaken van meer rekentoetsvragen er niet voor over). Toch heeft @hetCvTE die geheimhouding bij de afwijzing van een WOB-verzoek een staatsbelang genoemd. Dit staaft het ‘belazeren’.

Het is een doorzichtige truc van @hetCvTE om leerlingen en leraren te intimideren door ex cathedra te verkondigen dat die geheimhouding onaanvechtbaar is. Het gaat uiteraard niet om die geheimouding op zich, maar de schending van recht die het gevolg is van die geheimhouding: door deze geheimhouding worden leerlingen gekort in hun recht op een eerlijk examen en dus op het recht om in beroep te gaan tegen ondeugdelijke vragen in de #rekentoets. Noodzakelijke voorwaarde voor dat fundamentele recht is uiteraard dat de examenvragen publiekelijk beschikbaar zijn. Documentatie, o.a. van de Cie Bestuurshervorming (Cie-Slagter): [deze webpagina]. Het tragische is dat de geheimhouding in het kader van normhandhaving (10% van de vragen) een maatregel is die op geen enkele manier noodzakelijk en onontkoombaar is: er zijn talloze andere mogelijkheden voor normhandhaving, @hetCvTE welbekend [advies uitgebracht aan CvE over normhandhaving].

Geheimhouding van eindexamenvragen is een ongehoorde schanddaad, die extra gewicht krijgt in het licht van voornemens van @hetCvTE en andere belanghebbenden om over te gaan tot adaptieve eindtoetsen en eindexamens. Een grof schandaal. Het schandaal is dat op deze slinkse technocratische wijze het onderwijs wordt gestolen van leerlingen en hun ouders. En van leraren (dank voor deze aanvulling, Karin!). De Inspectie van het Onderwjs @onderwijsinsp is toezichthouder op @hetCvTE. Het wordt tijd dat de Inspectie in beweging komt. Leuk hoor, al die ideetjes van denktanks, dezer dagen. Maar nu even oogkleppen af, en opletten! @onderwijsinsp @hetCvTE




https://twitter.com/benwilbrink/status/662379462655389696
Conclusie uit bovenstaande: met geheimhouding vd #rekentoetsvragen overschrijdt CvTE zijn bevoegdheid

De Wet College voor Toetsen en Examens somt limitatief op wat de taken van het CvTE zijn, en daar hoort NIET het geheimhouden van rekentoetsvragen bij. Zelfs niet binnen het tijdvak (enkele dagen) waarin de rekentoetsen digitaal worden afgenomen.




Grant Wiggins (Nov 8, 2014). A Fair Test: Ban Secrecy. blog


Google "test item secrecy".


s Randi Weingarten telle Pearson shareholder meeting “to stop spying on children through their social media accounts. And she requested that Pearson stop lobbying and making campaign contributions to politicians for the sake of their testing business.” blog


Is er een inzageprocedure voor de rekentoets? Ja en nee. Twitter draad


Karin den Heijer (25 april 2015) En wanneer mag ik de opgaven van deze leerlingen zien? Denkt u soms dat ze dit verzinnen? Twitter


De kamerbrief van 17 december 2014 over inzage in de rekentoetsvragen (wat nog weer veel beperkter is dan gewoon vrijgeven zoals overigens voor examenopgaven gebruikelijk - na afloop van het betreffende examen dan.

Nog geen inzage voor leerlingen Wij hebben begrip voor de behoefte aan transparantie ten aanzien van de toets. Gelijktijdig moet er wel rekening worden gehouden met de uitvoerbaarheid hiervan. Digitale opgavenbanken worden momenteel opgebouwd en dat betekent dat openbaarmaking van opgaven, dus ook voor leerlingen, in deze fase van dit project nog niet tot de opties behoort. Aan leerlingen openbaar gemaakte opgaven kunnen namelijk niet worden hergebruikt, terwijl dit noodzakelijk is in de opbouwfase van de opgavenbank. Wel hebben leerlingen in het vo nu al inzicht in de modelantwoorden, in het vo en mbo in de door henzelf gegeven antwoorden en worden ze via de docent ingelicht over wat ze goed en minder goed beheersen. Hierdoor gaat er alsnog een lerend effect uit van de toets. De overwegingen om opgaven nog niet openbaar te maken, zijn nader toegelicht in de antwoorden die zijn gegeven op de Kamervragen die de leden Van Meenen en Rog recentelijk stelden [TK 2014-2015, Aanhangsel 483 ] Over een aantal jaren, als de opgavenbanken groot genoeg zijn, worden de opgaven openbaar gemaakt. Op ons verzoek is het CvTE in samenwerking met Cito momenteel aan het verkennen wanneer dit mogelijk is. Uiterlijk in de Voortgangsrapportage invoering referentieniveaus taal en rekenen 2015, die u ontvangt voor de zomer van 2015, zullen wij u hierover nader informeren.

Stand van zaken invoering referentieniveaus taal en rekenen in vo en mbo. Kamerbrief 17 december 2014. pdf



Houd de vragen van de rekentoetspilot niet geheim. En van welke toets dan ook

compilatie van blog en commentaren VO Netwerk onder bovenstaande titel, 1 april 2013


Feit: de toetsvragen in rekentoetsen-2F en -3F blijven achteraf geheim, voor leerlingen, hun leraren, en het Nederlandse publiek. Verantwoordelijk hiervoor: het College voor Examens. Medeverantwoordelijk: het Cito. Hoofdverantwoordelijk: OCW, dat deze misstand dekt.

Het wordt tijd dat iemand of een instantie verantwoordelijkheid neemt. Bijvoorbeeld de Tweede Kamer van de Staten Generaal?


Het is een ondemocratische misstand dat er in ons land ‘high stakes’ toetsen worden afgenomen waarvan de vragen geheim worden gehouden. Ik wil graag in deze discussie de nodige argumenten en literatuur aanvoeren om aan deze misstand een einde te maken. Het is een klusje dat ik al eens eerder heb gedaan, aan de Universiteit van Amsterdam, waar het College van Bestuur in 1980 inderdaad een verbod op het geheimhouden van tentamenvragen uitvaardigde. Omdat dit verbod docenten noodzaakte meer tijd en aandacht aan het ontwerpen van toetsvragen te besteden, schreef ik een boekje over dat onderwerp, dat als Aula 809 verscheen in 1983 http://goo.gl/opz8q

De principiële kant van de zaak is natuurlijk dat het de samenleving aangaat hoe er wordt getoetst, en in het bijzonder de leerlingen en leraren die het direct betreft. Hier moet vanzelfsprekend openheid de norm zijn. Zodat we niet verstoken blijven van de amusante discussies over idiote missers die onvermijdelijk worden gemaakt door ontwerpers van toetsvragen.







Het CvTE (College voor Toetsen en Examens) meent dat inzagerecht voor examenwerk en #rekentoets niet bestaat, zie de voorlichtingsbrocure van het CvTE, oktober 2014. Dat is een misvatting, zoals bijvoorbeeld uit deze webpagina geheimhouding.htm duidelijk mag zijn.




De generaal, tekening van Peter de Smet

tekening van Peter de Smet staat op http://www.stripsuithedenenverleden.nl/De%20Generaal.html


A request was filed by teacher Karin den Heijer and journalist Ronald Buitelaar under the Freedom Of Information Act [Wet Openbaarheid Bestuur (WOB)] with the department of education for disclosure of the test items of pilot math tests. The department forwarded the request to the Board for Tests and Exams [College voor Toetsen en Examens (CvTE)]. The Board refused disclosure, claiming disclosure would be a serious breach of national interests. That is ridiculous, of course; for the time being, however, it was not deemed wise to bring the case to court.


Karin den Heijer en Ronald Buitelaar vroegen (20 februari 2014) op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur OCW om openbaarmaking van de afgenomen rekentoetsen. Zie de blog van Ronald Buitelaar, gedateerd 12 oktober 2014,, met daarin tevens de brieven van het CvTE rond deze WOB-procedure. Want OCW stuurde de vraag door naar het CvTE. De blog van Ronald Buitelaar is overgenomen door DidactiefOnline.






Wet College voor toetsen en examens webpagina






De beslissing tot vaststelling van het cijfer voor een eindexamenvak, binnen het kader van een schoolexamen of een centraal examen, berust voor wat betreft het openbaar onderwijs op een dwingendrechtelijk besluit, te weten het Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-vbo.

De vaststelling van het cijfer voor een eindexamenvak komt voor de verantwoordelijkheid van een leraar binnen de instelling en een gecommitteerde, die afkomstig is van buiten de instelling (artikel 42 Eindexamenbesluit). Gezien het feit dat de directeur uiteindelijk het cijfer vaststelt, kan de (uiteindelijke) vaststelling van het eindexamencijfer worden toegerekend aan het bevoegd gezag van de school, waarbinnen het eindexamen wordt afgenomen.

Er is sprake van een extern rechtsgevolg. Een cijfer voor een eindexamenvak bepaalt rechtstreeks de rechtspositie van de kandidaat. Eindexamencijfers zijn immers bepalend voor de vraag of een diploma dan wel een afzonderlijk certificaat voor het vak kan worden verstrekt.

voetnoot. Vergelijk ook: ABRvS 17 juni 2000. AB 2000, 446, m.nt. BPV; Gst. 2000, no. 7129, p. 545-547, met naschrift HH

Noorlander, p. 528-529.



Voor psychologische tests, denk aan intelligentietests, is er een wezenlijk andere situatie dan voor toetsen in het onderwijs.

Het ontwikkelen van een Nederlandse intelligentietest is een buitengewoon kostbare zaak. Hoe staat het met het inzagerecht bij afname van pschologische tests? Zie Hofstee (2007) voor een uitwerking op het scherp van de snede. Psychologische tests mogen niet op straat komen te liggen. Onderwijstoetsen moeten juist wel op straat komen te liggen, voor iedereen ter inzage en bestudering. Toetsen moeten immers doeltreffend zijn voor te bereiden (A. D. de Groot, 1970, heeft dat uitgewerkt http://goo.gl/7ZgrN), psychologische tests juist niet http://goo.gl/1NTQC


Wim K. B. Hofstee (2007). Recht op afschrift van het dossier. Komen tests nu op straat? De Psycholoog, 618-619. http://www.testresearch.nl/divers/hofstee.pdf





In de VS is de thematiek aan de orde onder de naam ‘Truth in testing’, te beginnen met een wet in de staat New York, 1979. Zie bijvoorbeeld:


Alan B. Asay: Truth-in-Testing Legislation: A Brief for the Status Quo.

http://www.law2.byu.edu/lawreview/archives/1980/4/asa.pdf


Googelen op "Truth in testing" en "test disclosure" levert een zee aan informatie op.


Er volgde onmiddellijk een ernstig incident over een verkeerd gesleutelde vraag, waarop het goede antwoord niet ‘7’ was, maar ‘5’: http://goo.gl/SqYTv

De gestelde vraag is hier gereproduceerd: http://goo.gl/AOvtP


Gevolg: voor 240.000 geteste kandidaten moest ETS (Educational Testing Service, zeg maar het Cito van de VS) de score verhogen.


Altijd leuk om te lezen, maar zonder de Truth-in-Testing Law waren deze scores niet verhoogd: er zou geen haan hebben gekraaid, naar dat verkeerd gesleutelde item. O ja, de sleutel was niet per vergissing verkeerd: de testontwerpers hadden verkeerd ontworpen/gedacht.


Komt zo’n ongelukkig ontwerp van een toetsvraag vaak voor? Ja. Het ontwerpen van toetsvragen, of dat nu in de VS gebeurt of in Nederland, gaat helemaal niet zo professioneel als de instituuts-logo’s suggereren. Wie wel eens kritisch heeft gekeken naar de rekenopgaven in een Cito Eindtoets Basisonderwijs weet dat er veel op is aan te merken. Een rekentoets waar niets op valt aan te merken, waar geen enkele leerling op benadeeld is door klunzig ontworpen vragen, is bijzonder.


Hoe gaat dat, kritische analyse van een vraag in de Cito Eindtoets Basisonderwijs? Zie bijvoorbeeld

http://www.beteronderwijsnederland.nl/content/cito-toets-2010





De Nationale Rekentoets 2006, gepresenteerd door Ronald Plasterk, bevat ‘rekenopgaven’ die waarschijnlijk een redelijk adequaat beeld geven van wat in het Cito onder rekenopgaven wordt verstaan. Mijn aantekeningen bij de afzonderlijke opgaven suggereren dat er met het ontwerp van iedere vraag wel ergens iets mis is, vaak op meerdere punten. http://www.ben-wilbrink.nl/nationalerekentoets2006.pdf


De door het Cito vrijgegeven voorbeeldrekentoets-3F die als pilot in 2012 is gebruikt, zal ons niet vrolijker maken, zie voor kritische commentaar: http://goo.gl/Gd9FM


Maar ik moet niet kniezen: dit zijn toetsen die in ieder geval niet geheim zijn gehouden wat de gebruikte vragen betreft (ik weet niet of de leerlingen die aan de pilot in 2012 meededen hun eigen gedetailleerde toetsresultaten hebben teruggekregen; het verslag van Karin over de pilot van 2013 suggereert dat dit niet het geval is, zie http://www.wiskundebrief.nl/629.htm).




Er is inzagerecht. Na veel aandringen zal het Cito ook wel inzage willen geven, maar waarschijnlijk onder tal van beperkende voorwaarden zodat de betreffende leerling er in feite geen moer aan heeft (om een rechtszaak te beginnen, moet je documentatie verzamelen, maar hoe doe je dat wanneer je geen aantekeningen mag maken of wanneer je alleen iemand naar het Cito mag sturen die jou vertegenwoordigt?). Ik sluit bovendien niet uit dat het Cito niet in staat is om een printversie van de door leerling X te A gemaakte toets voor te leggen, inclusief de invulling door de leerling, en de vertaling daarvan naar een cijfer. Zie http://goo.gl/ET3KT (eind van die webpagina, na de bespreking van de Nationale Rekentoets 2006, over geheimhouding, en over gronden voor een beroep).

De situatie is nog veel gecompliceerder dan hierboven geschetst. Het Cito heeft een onnavolgbaar ingewikkelde procedure om ruwe itemscores op de rekentoetsen om te zetten naar vaardigheidsscores naar cijfers. Het zou zomaar kunnen dat het Cito niet eens in staat is om die omzettingen te onderbouwen voor individuele kandidaten.


Bijvoorbeeld punt 19 uit dat lijstje met gronden voor beroep:


Als er geen volledige inzage in het eigen werk en de beoordeling daarvan mogelijk is, of de omstandigheden daarvoor zijn in jouw geval bezwaarlijk (het schijnt zo te zijn dat je daarvoor bij het Cito in Arnhem moet zijn, en dan maar afwachten wat zij onder 'inzage' verstaan), ga dan zeker in beroep. Tenslotte mag je jezelf toch wel ervan overtuigen dat de gekregen beoordeling inderdaad die van je eigen werk is? Voor een casus met een verwisseling van examenwerk, waarbij dat alleen bij inzage kon blijken, zie: Annie Kempers en Maarten Heinemann (2005). Niet geslaagd, toch diploma. Een vergissing altijd in het voordeel van de kandidaat? Examens, 2, februari, 23-24.




Waarschijnlijk is er alleen indirect inzagerecht, dus inzage door bijvoorbeeld een advocaat.


Het probleem daarvan is o.a. dat je er op die manier niet achter kunt komen of er mogelijk een reden is om in beroep te gaan! Lekker handig voor het Cito. Ik neem aan dat ook een Nederlandse rechter met dergelijke flauwekul korte metten maakt.


Een ander levensgroot bezwaar is dat het Cito een publieke discussie over de rekentoetsen van het Cito effectief onmogelijk maakt, zoals al eerder met de Pabo-toetsen het geval was. Het schandelijke van deze vertoning is dat de geheimzinnigdoenerij gefinancierd wordt met publieke middelen. Erger nog: leerlingen kunnen zich aan deze poppenkast niet onttrekken, want het gaat toevallig wel om een onderdeel van het examen.


We hebben hier dus een casus dat vergelijkbaar is met dat van het huurcontract dat bepaalt dat je geen huisdieren mag houden: de rechter zal die huisdierenbepaling danwel het hele contract nietig verklaren, omdat het recht op huren gaat boven het recht van de verhuurder om malle eisen te stellen.

Ofwel: de leerling is gedwongen om de rekentoets af te leggen — anders heeft hij een groot probleem met zijn examen (kan hij dan alsnog zakken? Interessante gedachte . . . . gezien het uitstel waar Bussemaker en Dekker voor hebben gekozen) — maar dan moet de leerling ook al zijn rechten op inzage van gemaakt werk en beroep op de uitslag krijgen.




Contextopgaven (redactiesommen, ingeklede vergelijkingen) zijn een belangrijke factor in het gedonder over de rekentoetsen. Nooit, nooit, nooit hebben idealisten die zich met het rekenonderwijs bemoeiden en vooral propageerden dat het daarbij toch gaat om het (wiskundig) leren denken, aangetoond dat hun zo geliefde denksommen solide binnen het domein van het rekenen vallen, en niet binnen dat van de verschillen in intellectuele capaciteiten. Terwijl dit toch een kwestie is waarover psychologische theorie iets heeft te zeggen, en waar experimenten antwoorden geven op prangende vragen.


Ik geef maar een voorbeeldje dat ik recent langs zag komen:

Josetxu Orrantia, David Múñez (2013). Arithmetic word problem solving: evidence for a magnitude-based mental representation. Memory and Cognition, 14, 98-108.
http://link.springer.com/content/pdf/10.3758/s13421-012-0241-1 [button: Look inside voor de eerste twee pagina’s]


Uit de Conclusie:

In sum, the results of the present study with both a discrimination and a problem-solving task provide converging evidence for the assumption that, during problem solving, solvers construct a mental representation whose structure is analogous to the relational structure of the situation described in the problem. In addition, we assume that its nature is based on magnitudes; that is, solvers mentally represent (or simulate) in terms of magnitudes the relationship between the quantities described in the situation that is represented.


Lees hier een empirisch resultaat dat erop wijst dat een klungelige presentatie/formulering van een contextopgave de leerlingen op het verkeerde been zal zetten. Of ook hun leraar. In ieder geval mij. Dit gebeurt dus massaal (veel opgaven in een willekeurige rekentoets van het Cito; honderdduizenden leerlingen, zo niet veel meer).




De nationale schande is dat die contextopgaven precies NIET doen waarvoor ze bedoeld zijn.

Het achterliggende probleem is immers het vermoeden bij vele rekendidactici dat leerlingen die goed hebben leren rekenen, hun vaardigheid in het dagelijks leven niet altijd blijken toe te passen. Dit is het probleem van de overdracht, vaak aangeduid met de Engelse term ‘transfer’. De volstrekt naïeve gedachte is dan, na de oorlog uitgedragen door de Freudenthal-groep, om dat probleem op te lossen door die situaties uit het dagelijks leven maar binnen het onderwijs zelf te behandelen.

En wat gaan zij dan doen bij de Eindtoets Basisonderwijs en bij de rekentoetsen bij de eindexamens: de leerlingen waarschuwen dat dit een rekentoets is, en ze dan de contextopgaven aanbieden. Terwijl het bij het transfer-probleem juist gaat om het rekenvaardig aanpakken van opgaven in het dagelijks leven ZONDER een waarschuwingssticker met de boodschap ‘hier moet je rekenen’.


Op basis van bovenstaand argument, ondersteund met empirisch onderzoek, moet de conclusie zijn dat contextopgaven in rekentoetsen bij eindexamens NIET valide zijn, en dus NIET in die rekentoetsen thuishoren.


Het voordeel van deze benadering vanuit wetenschappelijk onderzoek is dat het voldoende is om te weten dat de geheimgehouden toetsen vooral bestaan uit contextopgaven, om deze toetsen te kunnen diskwalificeren als REKENtoetsen.


Bijvangst: meteen ophouden met in de rekendidactiek te werken met contextopgaven.




Het Cito gedraagt zich als een monopolist, en Nederland staat dat toe. Er zijn wel uitzonderingen, zoals de RMO die begin 2012 waarschuwde dat naast instituties in de financiële wereld ook die in de zorg en het onderwijs TEGENSPRAAK behoeven:

http://www.adviesorgaan-rmo.nl/Publicaties/Adviezen/Tegenkracht_organiseren_januari_2012


Ook de Onderwijsraad wil wel eens een enkele keer waarschuwen, bijvoorbeeld tegen het geloof van het realistisch rekenen zoals uitgedragen door het Freudenthal Instituut.


De groep VO Netwerk is redelijk omvangrijk. Ik heb de indruk dat serieuze discussies zoals de onderhavige de belangstelling hebben van directies en beleidsmakers.




WiskundE-brief 633


In brief 633 staat een samenvatting van een emailwisseling tussen een leraar en het CvE, over de geheimhouding van de onlangs afgenomen rekentoetsen.


Ik hoop dat de redactie van de WiskundE-brief geen bezwaar heeft dat ik de samenvatting van de brief van het CvE hier citeer:

". . . Het is niet mogelijk om inzage in het gemaakte werk te bieden bij de pilot rekentoetsen VO. Dit komt doordat gewerkt wordt aan de opbouw van een itembank. Bij toetsen en examens die worden samengesteld uit een itembank worden opgaven na een aantal jaren opnieuw gebruikt. Daarom zijn de opgaven van de rekentoets VO na de afname niet openbaar.


Om uw kandidaten te laten oefenen en leren van hun fouten bent u tot september 2013 aangewezen op de voorbeeldrekentoets die in 2012 bekend is gemaakt en als package in ExamenTester aan alle scholen is gezonden. Vanaf september 2013 beschikt u over twee voorbeeldrekentoetsen. En zo komt er ieder jaar een voorbeeldrekentoets bij.


Voor het werken met itembanken is gekozen om in de toekomst meer afnametijdstippen (meer flexibiliteit) te kunnen bieden en vanwege de precisie waarmee de cesuur per variant van de rekentoets bepaald kan worden. Bovendien is met itembanken de stap naar adaptieve toetsing van de referentieniveaus op termijn mogelijk. Als er eenmaal de beschikking is over een goed gevulde bank met reeds afgenomen opgaven, zal worden overwogen om de bank als geheel openbaar te maken, maar dat is in de opbouwfase nog niet aan de orde.”


Dit is een nationale schande. Het is tenslotte een nationaal college, nietwaar?


De leraar wilde graag weten hoe het met die geheimhouding precies zit, omdat hij zijn leerlingen op basis van de resultaten voor de gemaakte toets verder wilde helpen/instrueren. Deze leraar refereert aan de Wet Openbaarheid Bestuur. Dat lijkt me helemaal geen gek idee.




Los van de kwestie van geheimhouding speelt bij deze rekentoetsen nog het volgende probleem: de afname gebeurt digitaal, op een heel specifieke wijze waarbij het voor de leerling niet mogelijk is om terug te bladeren, een lastige opgave even over te slaan om er later naar terug te keren, en nog zo wat curieuze bijzonderheden (zoals de digitaal beschikbaar gestelde rekenmachine). Het is dus nogal dubieus of de resultaten bij deze wonderlijke manier van toetsen gelijk zijn — equivalent zijn — aan die welke bij een gebruikelijke papieren testafname verkregen zouden worden. Hoe krijgen we in de publieke discussie greep op dit probleem, waar het Cito ons ermee in de steek heeft gelaten? Een ingang tot relevante literatuur is:


Ulrich Schroeders and Oliver Wilhelm (2011). Equivalence of Reading and Listening Comprehension Across Test Media. Educational and Psychological Measurement, 71, 849-869. abstract




Fred Goffree en zijn kleindochter Joën:

In juni deed Joën de toets. Op mijn vraag hoe het gegaan was, kreeg ik het gebruikelijke antwoord: ‘Moeilijk!’ Over de opgaven kon ze weinig vertellen. En het was haar niet toegestaan om de opgaven ter inzage voor haar opa mee naar huis te nemen. Het schoolbeleid schijnt dat niet toe te staan. Hoewel ik wel meen te begrijpen wat daar achter zit, stoor ik me er wezenloos aan. Het belemmert mij Joën optimaal te helpen.

Fred Goffree (2006). ‘Bijles’ wiskunde havo 4b. Over instrumenteel uitleggen en begrijpen. Euclides, 82 # 3, 95-99. pdf





Jerry S. Gilmer (1989). The Effects of Test Disclosure on Equated Scores and Pass Rates. Applied Psychological Measurement, 13, 245-255. abstract en pdf


Dit lijkt een nogal technisch verhaal te zijn, en dat is het ook. Maar let op: een belangrijk argument van technocraten voor geheimhouding van toetsvragen is dat het alleen onder geheimhouding mogelijk zou zijn om ervoor te zorgen dat van de ene toetsgelegenheid naar de andere de toetsen even ‘moeilijk’ kunnen worden gehouden. Test equating heet dat, en daar zijn ingewikkelde technieken voor beschikbaar die werken met toetsvragen die bij tenminste twee gelegenheden zijn gebruikt, zodat op basis van deze gemeenschappelijke toetsvragen de moeilijkheid van de toetsen in hun geheel, gelijk kan worden gehouden. Dit klinkt allemaal heel gewichtig, maar prik gewoon door die gewichtigheid heen en stel de vraag of al dat technische gedoe wel hout snijdt. Grote kans dat er geen goed verhaal achter steekt. En mocht dat nog meevallen, stel dan gewoon de vraag hoe het mogelijk is dat ondanks alle equating er geen sprake is van gelijke moeilijkheid van huidige examens en toetsen vergeleken met die van twintig of dertig jaar geleden: in tussentijd zijn er tal van politieke beslissingen genomen die al die technische equating doorsnijden. Houd de knaller achter de hand: als er voor equating items geheim moeten blijven, dan is het eenvoudig mogelijk om die items niet mee te nemen bij de bepaling van individuele toetsscores (zie ook hierbeneden de brief van de Commissie voor de Bestuurshervorming, 1979, over meenemen van tentamenvragen).




dossier geheimhouding tentamenvragen UvA 1978-1981


Interessante vondst in mijn eigen archief: een nogal uitvoerig dossier over kwesties rond geheimhouding van tentamenvragen zoals die speelden in de periode 1978-1981 aan de UvA, tot op niveau College van Bestuur. Ik zal er een overzicht van maken, want gezien de actualiteit (2014) van slordig omgaan met inzagerechten door OCW, Cito en CvE, is daar alle aanleiding toe.

Het begon allemaal met een student die zijn tentamenopgaven meenam, ondanks pogingen van surveillanten om dat te voorkomen. Wilde de subfaculteit hier een principezaak van maken? In ieder geval ging er een brief naar het College van Bestuur met de vraag hoe hier gehandeld moest worden. De subfaculteit in kwestie was psychologie aan de UvA, de plek vanwaaruit A. D. de Groot en R. F. van Naerssen de meerkeuzetoets in Nederland aan de man brachten.

  1. Bestuur Subfaculteit Psychologie, 24-10-1978, aan CvB UvA. Betreft: ontvreemding tentamenvragen.
    “Een student heeft geweigerd om na afloop van een tentamen zijn tentamenboekje met veertig multiple-choice vragen in te leveren. (...) Vooralsnog is door de Examencommissie de tentamenuitslag van de betrokken student opgeschort.”
    (ook enkele interne stukken van de subfaculteit in het dossier, hier niet verder vermeld)
  2. CvB, 13-11-1978, aan Bestuur Subfaculteit Psychologie. Onderwerp: ontvreemding tentamenvragen. (Het CvB vindt de sanctie onaanvaardbaar, en verzoekt het Bestuur de uitslag van het tentamen onverwijld te doen vaststellen) (Over het probleem van de vragenpool bij mulitple-choice tentamen zal het College zich nader beraden; er gaat in november een adviesaanvraag uit naar het COWO, het Centrum voor Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderwijs, een eigen ‘centrale dienst’ van de UvA.) En zo ontstaat de situatie dat de geheimhouding van tentamenvragen toegespitst raakt op keuzevragen, terwijl dat alleen maar een speciaal geval is.
  3. Ben Wilbrink (20-11-1978). Geheimhouding van tentamenvragen. Enkele aantekeningen. (stuk van anderhalf A4) [ik kan niet reconstrueren of dit een authentiek stuk van mij is; de teksten zullen wel van mij zijn, maar zijn afkomstig uit een uitvoeriger stuk op dezelfde datum:]
  4. Ben Wilbrink (20-11-1978). Geheimhouding van tentamenvragen. Enkele aantekeningen. Intern stuk COWO, 7 kantjes.
  5. Ben Wilbrink (ongedateerd) Hoeveel vragen zijn er over een klein stuk stof te formuleren? (handgeschreven)
    Hoeveel vragen zijn er over een klein stuk stof te formuleren?


    Zeg dat het gaat om 200 blz. ‘passief te beheersen’ leerstof, dat er 5 ‘kernideeën’ in voorkomen, en 100 ‘belangrijke’ ideeën, punten, gegevens, e.d.

    Over een ‘kernidee’ zijn ca. 5 verschillende soorten vragen te stellen. Voor iedere soort vraag zijn door het werken met verschillende voorbeelden, formuleringen e.d. zeker 10 à 20 vragen te formuleren, zeg 15.
    Iedere vraag valt op ‘triviale’ wijze 5-voudig te veranderen.
    5 × 5 × 15 = 375 ‘ kernvragen’ (1875 incl. ‘triviale’ varianten)


    Doorgaans zijn zgn. relaties tussen kernideeën ook belangrijk. Zeg dat het er in dit geval 25 zijn, en dat die al in het getal van 100 ‘belangrijke’ ideeën zijn opgenomen.


    Over ieder ‘belangrijk’ idee zijn (gemiddeld) 2 verschillende soorten vragen te stellen. Iedere soort vraag laat zich makkelijk tot 10 varianten uitwerken door wisselende voorbeelden e.d. te gebruiken.
    Triviale varianten 3-voudig.
    -->100 × 2 × 10 = 2000 ‘belangrijke’ vragen (6000 incl. ‘triviale’ varianten).


    Totaal een bestand van 2375 toetsvragen, of 7875 vragen inclusief triviaal verschillende, over een bescheiden stuk leerstof van 200 bladzijden. Drukken van 2375 vragen levert een boek van 200 blz. op.


    Wanneer toetsvragen met enige systematiek ‘geschreven’ [ontworpen, b.w.] worden, moet met redelijke inspanning ook over een klein stuk leerstof, voor ieder tentamen een nieuwe set vragen geschreven [ontworpen, niet ‘bedacht’, b.w.] kunnen worden.

  6. Antwoord COWO op adviesvraag CvB ‘multiple-choice tentamens’, 1-12-1978, het stuk van Ben Wilbrink (20-11-1978) is als notitie bijgevoegd
    Welnu, het COWO is de mening toegedaan dat geheimhouding ongewenst is, en dat in situaties waar de docentenstaf om pragmatische redenen geheimhouding wenst veelal andere wegen begaan kunnen worden om aan de pragmatische overwegingen terzake tegemoet te komen zonder tot geheimhouding te hoeven overgaan.
  7. 20 reacties van facultaire besturen. Een zeer gemengde verzameling, van korte mededeling dat het al staand beleid is keuzevragen na afname niet meer in te nemen, tot uitvoerige analyses van voor- en nadelen, ook in juridische zin. Met een enkel misverstand, als zou het de bedoeling zijn vragen en antwoorden al voorafgaand aan het tentamen vrij te geven.
  8. CvB UvA aan Bestuur subfac Psychologie, 25-9-1979
  9. CvB UvA aan overige faculteitsbesturen, 25-9-1979
  10. beide genoemde stukken hebben het COWO-advies (Ben Wilbrink, 20-11-1978) over de thematiek van geheimhouding als bijlage
  11. Spiegeloog (najaar 1979, blz. 13). Bom onder multiple choice-praktijk. CvB: Geheimhouding items juridisch onhoudbaar.
  12. Bericht in Verband, maandelijkse periodiek van de medische fakulteit, 5e jaargang nr. 4, 5 december 1979, blz. 3
    Op 9/11/'79 heeft een student de examenvragen betreffende Algemene Ziekteleer (3e kans) gestolen. Deze oerdomme student beseft niet dat
    1. deze vragen natuurlijk nimmer meer gesteld worden (onze noodvoorraad van 786 vragen gefet daar ook geen aanleiding toe);
    2. als de dief, want diefstal blijft het, geïdentificeerd is, hij uitgesloten wordt van enige volgende tentamina.
    De overige studenten wordt dus aangeraden deze examenvragen niet te kopen; het is zonde van het geld en zinloos. j. van gool

    Noot van de redaktie: Inmiddels heeft het CvB, nav soortgelijke ‘diefstal’ binnen de subfakulteit psychologie, in een brief aan alle (sub)fakulteitsbesturen gesteld, dat het verbieden van het meenemen van vragen na een tentamen juridisch niet houdbaar is. Dit onder verwijzing naar art. 40 van de WUB, waarin het beroep tegen de beoordeling van de resultaten van een tentamen wordt geregeld.

  13. C. Paul Sparks (1980). Open versus secure testing. Personnel Psychology, 33, 1-2
    • William L. Roskind (1980). Deco v. NLRB, and the consequences of open testing in industry. Personnel Psychology, 33, 3-9
      A broader concern for valid and fair testing has resulted in the passing of laws in two states; laws aimed at the protection of students’ rights in the field of education. New York recently passed the La Valle Bill which regulates educational admission tests, and California passed the Dunlap Bill which regulates the use of standardized tests in education and makes raw test data available to the parents of students. It has been reported that the debate over the La Valle Bill was exceeded in emotionality only by the debate over the death penalty.
    • Barbara Lerner (1980). The war on testing: Detroit Edison in perspective. Personnel Psychology, 33 preview, 11-16. (contribution to the 1979 APA Symposum on Open versus Secure Testing [special # of Personnel Psychology 1980 ])
    • Joel Lefkowitz (1980). Pros and cons of ‘truth in testing’ legislation. Personnel Psychology, 33, 17-24
      Major provisions of the New York State ‘Act to Amend the Education Law in Relation to Standardized Testing’ (the ‘La Valle Bill’)

      ( . . )

      4. After administration of the test, the following information is to be filed with the Commisioner’s Office, and upon request and payment of a fee to cover the dissemination costs, provided to the student:

      (a) A copy of all of the items that were used in comprising the raw score, and the correct answers to those items.

      (b)Explanations of the formula for transposing raw scores to standard scores.

      Een belangrijk punt is hier: als het testbureau speciale items gebruikt voor het gelijkhouden van testnormen over afnames/jaren heen, dan legt deze wet daar geen enkel beletsel voor in de weg, zolang de scores op deze items niet meetellen voor de uitslag op de test (zie p. 20).

      But perhaps even more pertinent are additional matters that were brought out in testimony, and which seem in my opinion not to be widely known even among psychologists:

      (a) Test developers such as ETS pre-test many more items than are currently needed, thus develop and maintain extensive files of pretested items for future use. And this is true of even the specific achievement tests.

      (b)Tests such as the Law School Admissions Test are not used very many times at present—on no more than 2 or 3 occasions (Christensen, 1979).

      (c)At present, 70% of the test items on any given test are new, never-before-used items. Therefore, even if the new items are needed for each test under this legislation, it’s only the 30% of the items that repeat which would have to be replaced (Kelley, 1979).

    • Marilyn Koch Quaintance (1980). Test security: Foundation of public merit systems. Personnel Psychology, 33, 25-32
    • Gail A. Wicklund (1980). Truth-in-testing: congressional hearings. Personnel Psychology, 33, 33-39.
  14. Rob de Graaf (24 mei 1980). Studenten geneeskunde willen standpunt college van bestuur over meeneemverbod op tentamenvragen. Folia, pagina 3-4. (Ook hier een meeneemincident dat de betreffende student en zijn studentenvereniging MFAS brengt tot het schrijven van brieven aan het CvB)
  15. CvB UvA aan bestuur subfakulteit Geneeskunde (12 juni 1980). (over brieven van student de Gouw en de MFAS, over meenemen van tentamenvragen; bijgevoegd: de betreffende brieven)
    Naar aanleiding van deze brieven en ten gevolge van onze brief d.d. 25 september 1979 nr 266657 merken wij het volgende op:
    1. wij zijn van oordeel dat het meenemen van de gestelde tentamenvragen na afloop van een tentamen is toegestaan aan diegenen die daar prijs op stellen;
    2. het is in ieder geval ongeoorloofd de bepaling van de uitslag van een tentamen afhankelijk te maken van het inleveren van de gestelde vragenb. De uitslag dient derhalve te worden bepaald aan de hand van de wijze van beantwoording van de vragen.
  16. Folia (14 juni 1980)
    tentamenvragen 1

    Tentamenvragen zijn openbaar. Wie een tentamen of examen doet heeft het recht om over de gestelde vragen te kunnen beschikken. Een uitspraak van die strekking is op dinsdag 10 juni gedaan door de Subfaculteitsraad Psychologie.

    tentamenvragen 2

    Binnen de subfaculteit Psychologie waren de meningen verdeeld: de Onderwijscommissie vond dat de vragen openbaar moeten zijn en de voormalige decaan van de subfaculteit prof. dr. S. Wiegersma wees erop dat ook in het nieuwe Academisch Statuut een bepaling van die aard zal worden opgenomen.

  17. Concept-brief aan besturen van (sub)faculeiten betreffende meenemen vragen multiple-choice tentamens (CvB vergadering 18-9-1980)
  18. Commissie voor de Bestuurshervorming, 9-12-1980, aan de vz van de C-III Examencommissie van de Subfaulteit der Geneeskunde van de UvA (pdf /scan van brief). Onderwerp: Meenemen van examenvragen en daarmee samenhangende kwesties. In antwoord op een brief van 15 augustus 1980. In afschrift aan CvB UvA en aan de Minister van Onderwijs en Wetenschappen. Interessante passages in dit stuk, zoals ook vermeld in het Folia-artikel van Johan Kortenray (hierbeneden). In ieder geval is van onmiddellijk belang voor de kwestie van geheimhouding van vragen uit de rekentoetsen:
    Naast de hierboven genoemde argumenten voor de openbaarheid van de examenstukken wil de Commissie nog op het volgende wijzen. Bij Wet van 9 november 1978, Staatsblad 581 (Wet openbaarheid van bestuur) en daarop gebaseerde voorschriften, zijn regelingen getroffen voor openheid en openbaarheid van bestuursorganen en andere instanties. De bedoelde regelingen gaan er in het algemeen van uit dat informatie moet worden verstrekt, tenzij daartegen bezwaar bestaat op een van de in artikel 4 van de wet genoemde gronden. De Wet openbaarheid van bestuur geldt formeel nog niet de universiteiten en hogescholen. Blijkens informatie van de Commissie bestaat echter het voornemen om in het ontwerp van een WWO '81 een bepaling op te nemen, dat de instellingen bij bestuursreglement de nodige regelen terzake stellen.

    Het ligt voor de hand dat daarbij wordt aangesloten bij de voorschriften die bij of krachtens de Wet openbaarheid van bestuur zijn tot stand gekomen.

    In artikel 4 van deze wet is geen bepaling opgenomen die zou kunnen leiden tot geheimhouding van de in Uw brief bedoelde informatie. Het antwoord op de door U gestelde eerste vraag [“Kan een vakgroep c.q. examencommissie bepalen dat zonder haar uitdrukkelijke toestemming vragen na afloop van een tentamen niet mogen worden meegenomen?”] is dus, gelet op het voorgaande, ontkennend.

    De Commissie realiseert zich dat het door haar ingenomen standpunt op praktische bezwaren zou kunnen stuiten. Uit de bij de adviesaanvraag overgelegde stukken kan worden opgemaakt dat het moeilijk is om voor bepaalde examens steeds weer nieuwe vragen te bedenken, die voor multiple-choice-examinering kunnen worden gebruikt.

    De Commissie meent dat de tegen geheimhouding bestaande bezwaren zwaarder dienen te wegen dan deze praktische moeilijkheid voor de examinator. Wellicht kan in de hierbedoelde gevallen tot een andere methode van examinering worden besloten. Indien het aantal te stellen vragen te gering zou zijn, zou naar het oordeel van de Commissie wellicht kunnen worden onderzocht of er wel voldoende grond bestaat om voor het desbetreffende ‘vak’ een afzonderlijk examen af te nemen.

  19. Johan Kortenray (13 december 1980). Studenten mogen hun tentamenvragen meenemen naar huis. De Commissie Slagter en de arme docent die iedere keer weer nieuwe opgaven bedenken moet. Folia, p. 1-2
  20. Annet Muijen (2 mei 1981). ‘meenemen tentamenvragen zelfs nadelig voor student’ - professor Schöndorff gaat in beroep tegen collegebesluit. Folia fc 34, blz. 5, 8.
  21. Ben Wilbrink (ongedateerd, vermoedelijk omstreeks 1 mei 1981) aangevoerde bezwaren, problemen, nadelen (een inventarisatie uit de 20 reacties die bij het CvB zijn binnengekomen, en uit nog enkele bronnen)
    “Samenstellers van tentamens hebben nogal eens weerzin tegen het opnemen van opgaven, waarvan zij verwachten dat alle kandidaten ze goed zullen maken. Dat verwachten ze in het bijzonder bij opgaven die onderdelen van de stof betreffen, waar zij bij hun onderwijs zozeer op gehamerd hebben of die in het leerboek zo uitvoerig ter sprake zijn gekomen, dat je welhaast idioot moet zijn als je daarbij nog fout gaat. Maar waarom werd er in het onderwijs zo gehamerd op die delen van de leerstof? Omdat zij qua onderwijsdoelen tot de kern van de cursus behoorden. Als de docent vermijdt daarover vragen in het tentamen op te nemen, dan vermijdt hij aldus de kern van de leerdoelen te toetsen.

    ( .. )

    Het tentamen dient het gegeven onderwijs getrouw te weerspiegelen, niet meer en niet minder. Het mag voor wie het onderwijs gevolgd heeft, geen enkele verrassing bevatten. Docenten die origineel, geestig, slim of flink willen zijn, moeten dat tijdens hun onderwijs zijn; het tentamen is daarvoor niet het juiste moment. Het belang dat voor de studenten met de uitslag van een tentamen gemoeid is, rechtvaardigt geen enkel experiment.”

    H. F. M. Crombag (1980). Wat u niet moet doen bij het samenstellen van tentamens. Bureau Onderzoek van Onderwijs, R.U. Leiden.

  22. Ben Wilbrink (4 mei 1981). praktische bezwaren tegen het aan studenten ter beschikking stellen van tentamenvragen & enkele suggesties ter verlichting van de bezwaarde praktijk. (persoonlijke aantekeningen).
  23. Ben Wilbrink (5 mei 1981). Vooropgezette meningen die kunnen leiden tot 'praktische bezwaren' tegen het vrijgeven van tentamenopgaven. (persoonlijke aantekeningen. Wat bedoel ik met ‘vooropgezet’: bijv. dat meerkeuzevragen objectief zouden zijn, i.t.t. open vragen; dat dit een misvatting is, heb ik op de ORD 1977 ten overstaan van ongeveer de hele staf van Cito betoogd en overeind gehouden [met dank aan zaalvoorzitter Wim Hofstee]; de voordracht is op mijn website beschikbaar). Ieder van deze 13 punten is in dit stuk soms uitvoerig besproken:)
    13 toetsmythes


    1. De kwaliteit van toetsvragen blijkt uit de (statistische) itemanalyse
    2. Toetsvragen mogen nóch te makkelijk, nóch te moeilijk zijn
    3. Toetsvragen moeten ondescheidend vermogen hebben
    4. Vrijgeven van tentamenvragen maakt daarover verzamelde empirische gegevens onbruikbaar
    5. Meerkeuzevragen moeten 4 (of meer) alternatieven hebben
    6. Alleen meerkeuzevragen zijn objectief
    7. Het bedenken van (meerkeuze) toetsvragen is moeizaam
    8. Steeds nieuwe vragen moeten bedenken leidt tot vragen over bijzaken
    9. Vragen moeten een intellectuele uitdaging vormen
    10. Het tentamen moet uit tenminste 40 objectieve vragen bestaan
    11. Niet iedereen kan voor het tentamen in één keer slagen
    12. De vragen kunnen uit het hoofd geleerd worden, zonder inzicht in de stf
    13. Tentamengericht studeren is af te keuren
    Wulferp P. van den Brink (december 1981). Voorbereidingsleren: een oplossing voor het testtheoretische probleem van de openbaarheid der vragen. (1e versie). (De auteur is medewerker bij de subfaculteit Psychologie van de UvA). (Noemt de anderhalve blz. notitie van Wilbrink een zwak stuk; een plaagstootje: vd Brink en Wilbrink kennen elkaar).
    In het onderstaande zal een poging worden ondernomen op een testtheoretisch verantwoorde wijze een oplossing te geven voor de problemen rond de openbaarmaking. Publicatie van de vragen kan zelfs grote psychometrische voordelen hebben. Allereerst zal een overzicht gegeven worden van de voordelen van het gebruik van meerkeuzevragen bij tentamens en examens. Hieruit moge blijken dat het verstandig is de meerkeuzetoets als tentamenvorm te handhaven.

    Nou ja, het enige argument ten gunste van meerkeuzevragen is dat bij de grote aantallen studenten zoals bij psychologie, het voor docenten wel zo makkelijk is. Waarschijnlijk is dit concept besproken in de werkgroep criterium-gerefereerd toetsen van Wim van der Linden. Of het artikel uiteindelijk ook is gepubliceerd, is mij niet bekend (misschien als onderdeel van zijn proefschrift ‘Binomiale modellen’? Dat kan ik nakijken).

  24. Op niet direct relevante interne UvA-stukken na is de lijst nu compleet. Aan het schrijven (9-12-1980) van de Commissie-Slagter heb ik inhoudelijk te weinig aandacht besteed; juist dit stuk is van belang voor wie zich wil voorbereiden om anno 2016 (rekentoetsen tellen dan in het vo mee bij de uitslag van de examens, in het mbo mogelijk pas een jaar later) de geheimhouding van de rekentoetsen juridisch aan te vechten. Ik heb nu wel een uitgebreide passage over de teopassing van de WOB hierboven opgenomen.




er is inzagerecht


wat valt er onder inzage


“Na afloop van het examen dient de student de gelegenheid te worden geboden tot

  1. inzage in de gestelde vragen,
  2. inzage in zijn beoordeelde werk,
  3. inzage in de standaardantwoorden en het beoordelingsvoorschrift,
  4. bespreking met de examinator.”

M. Job Cohen (1981). Studierechten in het wetenschappelijk onderwijs Proefschrift Rijksuniversiteit Leiden. Zwolle: Tjeenk Willink. p. 126.

De student moet het beoordeelde werk kunnen kunnen inzien, dat is een kwestie van fair play. In het eerdere voorbeeld zou Jansen zonder inzagerecht de verwisseling van haar werk niet hebben kunnen constateren. Het fair play beginsel van behoorlijk bestuur houdt in dat de overheid haar bevoegdheden zo gebruikt dat burgers hun belangen kunnen behartigen. Het belang van de student is te kunnen beschikken over de informatie die voor een eventueel beroep nodig is.

De student moet in beginsel het beoordeelde werk met de beoordelaar te kunnen bespreken (Cohen, hierboven). Deze eis zal vrijwel altijd de anonieme beoordelaar uitsluiten. Komt anoniem beoordelen wel voor? Jazeker. Voor anonieme peer assessment zie Van Boxel, Reumer, Van Os en Boter (2008), die daar geen kritische kanttekening bij plaatsen. Voor anonieme beoordeling van docenten door hun studenten, zie Wilbrink & Hofstee (1984) die uitleggen waarom dat niet deugt (ook als het niet anoniem zou zijn, trouwens).

Patris van Boxel, Christoffel Reumer, Wim van Os & Jaap Boter (2008). De inzet van online peer assessment als formatief en summatief beoordelingsinstrument. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 26, 229-246.

B. Wilbrink & W. K. B. Hofstee (1984). Docentbeoordeling. Mogelijkheden en randvoorwaarden. Onderzoek van Onderwijs, 13, 52-55. html

Een modelantwoord of een beoordelingsvoorschrift : alleen als dat wordt gehanteerd. Cohen laat doorschemeren dat de aanwezigheid van modelantwoorden en scoringsvoorschriften een kwaliteitseis is, maar dat kan niet waar zijn: modelantwoorden glijden te makkelijk af tot een vorm pseudo-objectieve standaardisering. Als er een modelantwoord is, of een impliciet modelantwoord zoals dat bij meerkeuzevragen het geval kan zijn . . . , kan dat best ondeugdelijk zijn (al was het maar door een foutje van de zetter), en moet het ter inzage zijn. Dus ook die meerkeuzevragen moeten volledig ter inzage zijn.

En dan is die inzage verkregen: maar waar dan op te letten? Wie inzage vraagt, heeft daar waarschijnlijk een goede reden voor, en zal gericht kijken. Maar dat neemt niet weg dat bij het inzien ook andere ongerechtigheden alsnog kunnen blijken. Ik heb in mijn Toetsvragen ontwerpen een overzicht van mogelijke kwaliteitsgebreken van toetsvragen gegeven, in hoofdstuk 8: http://goo.gl/BkuQH.




Wet Openbaarheid van Bestuur


http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kwaliteit-en-integriteit-overheidsinstanties/vraag-en-antwoord/wat-is-de-wet-openbaarheid-van-bestuur-wob.html


De vraag bereikte mij of een beroep op de WOB een begaanbare weg is om de geheimgehouden vragen van de recent afgenomen rekentoetsen openbaar te maken.


Eerlijk gezegd zie ik niet in op welke gronden een WOB-verzoek in dit geval zou kunnen worden afgewezen. Het landsbelang is immers niet gediend met geheimhouding. Zie ook hierboven wat de Cie-Bestuurshervorming in 1980 precies over geheimhouding (verbod op het meenemen van tentamenvragen) schreef aan de Universiteit van Amsterdam.


Heeft iemand al eens dit verzoek gedaan? Van plan te doen? Het zou heel goed en gezond zijn wanneer een schoolbestuur dit verzoek zou doen, of de VO-raad.


Adresseren aan een bestuursorgaan, dus bijvoorbeeld OCW directie VO, College voor Examens.






Committee on Psychological Tests and Assessments (2007). Recent developments affecting the disclosure of test data and materials: Comments regarding the 1996 statement on the disclosure of test data. American Psychological Association. pdf




Committee on Psychological Tests and Assessments (1996). Statement on the disclosure of test data. American Psychologist, 51, 644-648. pdf




MHS (2004). MHS' test disclosure policy. Adopted by leading Canadian test publishers and the Canadian Psychological Association. pdf




Grant Wiggins (1994). The immorality of test security. Educational Policy, 8, 157-182. abstract & pdf made available by Wiggins


http://www.fisme.science.uu.nl/publicaties/literatuur/2014_toetsgids_pabo.pdf



] NN (mei 2014). Rekenen-wiskunde. Toetsgids pabo. [Versie 2014-1] abstract


Het is mij niet helemaal duidelijk wat de status is van deze gids. Kennelijk is het serieus. Het is een vreselijk stuk, te beginnen met de titel die direct verwijst naar realistisch rekenen als het gedachtengoed waarop het berust.

Het stuk zegt dat de landelijke kennistoets vooral kennis, inzicht en toepassing toetst, dus niet de hogere niveaus analyse, synthese en evaluatie, uit de stokoude en voor toetsdoeleinden niet valide taxonomie van cognitieve doelen van de commissie over leiding van Benjamin Bloom, vijftiger jaren (van welke eeuw: de vorige).

De inzageprocedure is een aanfluiting, en berooft in feite de kandidaten van uitoefening van het recht om bezwaar te maken tegen beoordeling op basis van ondeugdelijke toetsvragen. Sinds 2007 zie hier is er geen vooruitgang op dit punt geboekt. Een schande voor het Nederlandse onderwijs en voor de rechtsstaat. Erger is misschien nog wel dat deze pabo-studneten worden geïndoctrineerd in een wijze van toetsen die verwerpelijk is. Het zijn immers wel deze studenten aan wie wij straks onze kinderen of kleinkinderen toevertrouwen.



Schneider (march 20, 2015). PARCC’s Lately-Published "Test Fairness and Security" Statement. Via Diane Ravitch. page




An Introduction to the Operational Best Practices for Statewide Large-Scale Assessment Programs (2013). pdf




Judah L. Schwartz & Katherine A. Viator (Eds.). The Prices of Secrecy: The Social, Intellectual, and Psychological Costs of Current Assessment Practice. A Report to the Ford Foundation. abstract


The report is not freely available online. researchgate.net [Received pdf April 25 2015 from Judah Schwartz].



tweet




Common Core testing group wages aggressive campaign against critics on social media. page




Valerie Strauss - Kevin Days (May 20, 2016). Common Core testing group wages aggressive campaign against critics on social media. Washington Post post




Ruud Jongeling: Digitale examens wiskunde vmbo 2015—2016 webpagina


De gebeurtenissen in twee schooljaren (twee afzonderlijke pagina’s, gebruik groene buttons bovenaan de thuispagina).



abstract




abstract




abstract







17 mei 2017 \ contact ben apenstaartje benwilbrink.nl

Valid HTML 4.01!       http://www.benwilbrink.nl/projecten/geheimhouding.htm http://goo.gl/9nKDy