Bevalt de stijl van de pagina niet? Kies dan een andere stijl in uw browser. In Firefox: View - Page Style id picture




Onderhanden projecten


De ideeëngenerator




Onderwerpen waar ik mee bezig ben, en die tezijnertijd een afronding in enige vorm van publicatie zullen vinden.

De presentatie in deze rubriek bestaat uit de kern van het betreffende idee, en geeft de mogelijkheid een bijbehorende literatuurlijst te openen. De ideeën zijn auteursrechtelijk beschermd, materieel door het moment van publicatie op deze site, maar ook omdat ze veelal eerder al in kleine kring zijn gecommuniceerd.




Figure 1 strat8.1all.gif

A general model of achievement testing [pagina]

Het grote project is hier het Algemene Toetsmodel waaraan ik tenminste sinds 1992 gericht werk. Een van de laatste ontwikkelingen in het model en zijn computerimplementatie is het aanscherpen van strategische noties voor de voorlaatste af te leggen toets; de figuur illustreert strategiecurven voor twee verschillende leermodellen zonder toegestane compensatie (rood en blauw), resp. bij toegestane postieve compensatie tot 5 punten (magenta en cyaan): het laagste punt is het optimum. Horizontaal: de tijdbalk of investeringsbalk, verticaal: de naar verwachting benodigde investering om te slagen vanaf moment '0', dat is het moment waarop een proeftoets is afgelegd die informatie geeft over de beheersing van de stof op moment '0'.

Sommige zaken zijn zo vanzelfsprekend dat het niet eens opvalt dat er in feite geen adequate wetenschappelijke theorie voor beschikbaar is. Dat geldt voor beoordelen in het onderwijs, een fenomeen dat diep ingesleten tradities kent die door 20e-eeuwse ontwikkelingen eerder zijn verhard dan uitgewist. Zo heeft de psychometrie zich onbedoeld en onbewust dienstbaar gesteld aan tradities die nogal autoritair zijn, en wel meer dan alleen uit de opvoedkundige aard van onderwijs volgt.

De grote uitdaging in dit veld is het formuleren van een theorie die recht doet aan wat in het onderwijs gebeurt als het gaat om het beoordelen van studieprestaties, maar vooral het gebruiken van diezelfde beoordelingen om individuele loopbanen in het onderwijs te bepalen. In de publicatielijst is beginnend in de 70-er jaren het spoor te volgen van de geleidelijke bouw van deze theorie, uitgaande van Van Naerssen's tentamenmodel en De Groot's beginsel van doorzichtigheid.

In de engelstalige projectpagina's is de meest recente scherpe samenvatting van het tot nu toe gepubliceerde werk te vinden. De theorie of het model is evenwel nog niet afgerond, de voortgang op de nog ontbrekende onderdelen wordt geschetst, vooruitlopend op publicatie.

Er is in 2004 een nieuwe start gemaakt met dit project, een nieuwe start die bestaat uit een volledige omwerking van de bestaande programmatuur naar Java-applicaties. Voor de hoofdreeks van de modulen 1 tot en met 10 is deze omslag ondertussen gemaakt, de applets horend bij deze modulen zijn beschikbaar op een speciale pagina, en kunnen binnen uw browser worden gebruikt.


Selectie

pagina   selectie aan de poort van de universiteit (admission)

De actualiteit anno 2004 is dat het Kabinet het idee van Nijs heeft omhelsd om experimenten met selectie bij de toelating tot opleidingen in het Hoger Onderwijs toe te staan. De Tweede-Kamerfractie van de PvdA gaat zelfs nog verder, met steun van VVD en LPF: niks experimenteren, meteen in regelgeving vastleggen dat selectie mag. Het kabinet gaat waarschijnlijk nog dit najaar met een wetsvoorstel komen. Lees en huiver.

simuleren van complexe selectieprocedures (personeelsselectie)

In beginsel is de in 1990 ontwikkelde programmatuur voor het simuleren van complexe selectieprocedures in de vorm van een applicatieprogramma beschikbaar. Hoewel dit programma voorzover mij bekend uniek is op deze aardkloot, is de belangstelling ervoor nihil. En dat terwijl er toch grote financiële belangen op het spel staan bij selectieprocedures die er stevig inhakken, zoals de in 1990 geëvalueerde selectieprocedure voor de Nederlandse PolitieAcademie (zie de rapportage bij de publicaties). Zodra er een goede gelegenheid is, zal ik de Pascal-programmatuur omzetten naar Java, en het programma in de vorm van een applet op de website beschikbaar maken in de vorm van een demo. Voorlopig, ik schrijf juli 2005, gaat alle programmeeraandacht evenwel nog uit naar het spa-project.

pagina   Eerdere selectieve overgangen in het onderwijs

Toelating tot de samenleving gebeurt, hoe gek het ook klinkt, via een reeks van selectieve drempels. Een van die drempels is opgeworpen aan het einde van het basisonderwijs: niet alleen prestatietoetsen als de Citotoets worden daar gebruikt, voor de 'zwakkere leerlingen' is er nog een aparte carroussel van tests om toelating te krijgen tot bijzondere vormen van onderwijs. Vooral in dat laatste traject heeft de overheid absurde regels gesteld (scherpe grenzen in termen van IQ-scores) om greep op aantallen te hebben, en worden tests gebruikt die niet in alle opzichten ideale instrumenten zijn om hier goede beslisingen te nemen. Overigens laten uitvoerende testpsychologen zich hier te makkelijk in de hoek zetten, hun code voor gebruik van tests (die van het NIP of van de Amerikaanse zusterorganisatie APA) leent zich nu niet bepaald om dergelijk gebruik te rechtvaardigen.

In het voorjaar van 2005 is daar de laatste gekkigheid nog aan toegevoegd: een kleutertest voor achterstand. Die moet evenwel eerst nog worden ontwikkeld; het departement vindt er vast wel een marktpartij voor die er aan wil verdienen. Ik herinner nog maar even aan een bij een eerdere gelegenheid door Dolf Kohnstamm opgestelde notitie over de zin - geen - en onzin - plenty - van dit soort test voor kleuters. Dit is helaas een vruchteloos debat tussen psychologen zoals Kohnstamm, geschoold in het herkennen van de beperkingen van testgebruik, en sociologen, die in tests handige instrumenten zien om de samenleving weer een stukje te verbeteren, zoals Wim Meijnen (Onderwijsraad).


Accreditatie, prestatie-indicatoren en lead tables

accreditatie

Kenmerkend voor de spanning tussen inzichten van leken en die van experts is dat leken veelal van geen ophouden weten als het gaat om beoordelen en selecteren, terwijl de gedisciplineerde expert weet dat grenzen aan wat redelijkerwijs kan en wat fatsoenlijkerwijs denkbaar is vaak snel zijn bereikt. Zo gaat de politiek voortvarend verder in het bedenken van beoordelingsbureaucratie, waarvan in steeds sterkere mate onderwijsinstellingen zelf het slachtoffer zijn.
Eerste stap in dit project is het op de korrel nemen van het rapport van de commissie Franssen. Dat is geen boter na de maaltijd, want het gaat om de stelling van Franssen dat beoordelen zinvol is, kan en moet, en de tegenstelling dat in de Nederlandse setting voor hoger onderwijs opleidingen in hoge mate gelijke kwaliteit hebben, beoordelen dus niet zinvol is, en vooral niet moet. Dat laat natuurlijk onverlet dat misstanden mogelijk zijn en aangepakt moeten worden, maar daar is geen accreditatie-instituut voor nodig. Voorbeeld van het laatste, terwijl ik dit schrijf: een bericht in de Volkskrant van 17 maart dat er kamervragen zijn over financieel wanbeheer bij een agglomeratie van hogescholen. Stuk: AccreditatieHO.htm

prestatie-indicatoren

Een fantastisch document voor de kick-off:
Sharon L. Nichols and David C. Berliner (2005). The Inevitable Corruption of Indicators and Educators Through High-Stakes Testing. Education Policy Studies Laboratory, Arizona State University pdf (187 pp.). (contents: Criticisms of Testing - Corrupting the Indicators and the People in the World Outside of Education - Corrupting the Indicators and the People in Education - Methodology - Administrator and Teacher Cheating - Student Cheating and the Inevitability of Cheating When the Stakes are High - Excluding Students from the Test - Misrepresentation of Dropout Data - Teaching to the Test - Narrowing the Curriculum - Conflicting Accountability Ratings - The Changing Meaning of Proficiency - The Morale of School Personnel - Errors of Scoring and Reporting).

Voor de executive summary zie deze pagina.

lead tables

Cheat Sheets: Colleges Inflate SATs And Graduation Rates In Popular Guidebooks. Schools Say They Must Fib To U.S. News and Others To Compete Effectively. Moody's Requires the Truth. Wall Street Journal, 5 April, 1995, A1. By Steve Stecklow html.



Toelating bij numerus fixus

Ik hoop altijd dat het verder zal blijven bij de laatste publicatie die ik heb gemaakt. Zo is mijn publicatie in 1999 als een soort afsluiting bedoeld. Maar ja, dan komen er nieuwe ontwikkelingen, en volgt er alsnog een studie die een dan actueel aspect belicht, zoals in 2003 het idee van de commissie Sorgdrager dat Nederland qua selectiviteit voor het hoger onderwijs de richting van de Angelsaksische landen uit zou moeten, terwijl in die landen juist weer jaloers naar ons stelsel met bescheiden selectie na het voorbereidend middelbaar onderwijs wordt gekeken. De problematiek blijft, zoveel is uit de geschiedenis wel zeker, altijd een rol spelen in het publieke debat over hoger onderwijs. Daarom houd ik het literatuurbestand up to date [bestand], en zal ik van tijd tot tijd aan de publieke discussie deelnemen.

In 2004 tekent zich af dat de toelating bij numerus-fixus in belang toeneemt omdat een fors aantal opleidingen, vooral aan de Leidse universiteit, opleidingen die zeer grote aantallen studenten trekken een numerus fixus aanvragen. De publieke discussie zal desondanks volledig zijn gericht op de voorstellen om instellingen toe te staan ook voor andere opleidingen een toegangsselectie in te stellen. Zie daarom de eerdere rubriek 'selectie' voor wat er actueel speelt.


Toetsen en examens

Enkele aantekeningen, waarvan de eerste gemaakt in januari 2005 over, of beter: naar aanleiding van, het visitatierapport Electrotechniek van december 2004. Een papieren tijger, die met de mantel der collegiale liefde bedekt wat hier een gigantisch probleem is: een numeriek rendement dat beneden de 50% uitkomt. In de PR zijn op deze wijze de opleidingen hun eigen grootste vijand (instroom in enkele decennia ingeklapt). Er is wel degelijk iets aan dat belazerde rendement te doen, ook al betekent het zoiets als het omleggen van de koers van een mammoettanker.

pagina Het examenwereldje in Nederland

Iedereen kent (ouderen) of heeft te maken gehad (overigen) met het Cito, het Centraal Instituut ToetsOntwikkeling in Arnhem, in de 60-er jaren opgericht opgericht op initiatief van A.D. de Groot (en anderen?), en sindsdien stevig in handen van een bepaalde kring van betrokkenen uit de universitaire wereld (Wijnen, Wiegersma, etcetera). Hoewel het Cito op basis van overheidssteun zich een tamelijk monopolistische positie heeft kunnen verwerven, zijn er tegenwoordig ook andere instanties die zich grootschalig met examens bezighouden. Ik moet zeggen een beetje tot mijn verrassing, het is een ontwikkeling naar Amerikaanse toestanden die mogelijk met kwaliteit van examens weinig meer te maken heeft dan dat kwaliteit als dekmantel voor een breed scala van bureaucratische activiteiten dient. Tijd om er eens greep op proberen te krijgen. Voor het moment (31-1-2006) beperkt tot een signaal, een vraag ook (wie heltp de klus te klaren?), en een aantal links.

pagina Wiskunde in de overgang van vwo naar wo

Opleidingen technische wetenschappen hebben te kampen met aankomende studenten die niet over de juiste wiskundige vaardigheden beschikken, hoewel ze dat wel in hun vwo-profiel en -examen hebben. UT Nieuws Online bericht erover (door Bauke Vermaas) naar aanleiding van resultaten op een instaptoets wiskunde aan de TU's afgenomen, met volgens insiders dramatisch slechte resultaten. Op kennisnet geeft Wijnand Rietman er een (http://www.vakcommunities.kennisnet.nl/vo/decaan/redactie/rietman/) van.

Het gaat hier om een probleem dat nogal complex van aard is, en daarom een uitdaging is om het probleem strak te formuleren en tentatieve 'oplossingen' aan te reiken. Ik noem maar eens wat. Klachten over het niveau van studenten zijn uit afgelopen millennia ruimschoots bekend. Het wiskunde-onderwijs is ingrijpend veranderd, niveau van huidige examens is lastig of helemaal niet vergelijkbaar met dat uit, zeg, de tijd voorafgaand aan de Mammoeth. De rol van de grafische rekenmachine en het formuleblad wordt wel als hoofdschuldige gezien door wiskunde docenten in het wo. Dan wordt er bijspijkeronderwijs georganiseerd, maar is dat wel de koninklijke weg om te bewandelen? Is er een verband met de algemene verslonzing van het vo onder invloed van de ideologie van 'het nieuwe leren'? Wat is dat eigenlijk, dat het wo ervan uit denkt te mogen gaan dat studenten behoorlijk ingevoerd zijn in wiskunde, is dat net zo iets als lezen en schrijven? Het gaat onveranderlijk om briljante studenten, hoe is het dan te rijmen dat zij moeite zouden hebben met wiskunde van het eenvoudige niveau van het vwo? En dan is wiskunde nog een ongelooflijk transparant vak, met een al even ongelooflijk lange didactische traditie; hoe zit het dan met andere vakken in het vo-pakket? Op de project-pagina hoop ik tenminste op een paar punten duidelijk te krijgen, op andere tenminste door te verwijzen naar relevante bronnen. Wie suggesties of commentaar heeft, graag.

Boordeeld! En hoe! Casuïstiek

Een pagina in opbouw met persoonlijke ervaringen met beoordeeld worden, zeg maar de motivatie achter mijn professionele belangstelling voor beoordelen in het onderwijs. Wie gearticuleerde eigen ervaringen wil toevoegen: stuur ze. Ik ken geen verzamelingen van dergelijke casus, dat zou dus een nieuwigheid worden. Iets wat erop lijkt ken ik wel, een indrukwekkend boek met 'critical incidents' door Jane Bluestein (1995) verzameld bij medepassagiers en andere passanten, op de vraag welke docent van invloed is geweest op het eigen leven, en hoe dan.


Toetsvragen ontwerpen

Van het in 1983 verschenen Toetsvragen schrijven (pdf) laat een nieuwe editie al te lang op zich wachten. De titel voor de onderhanden zijnde herziening is nu Toetsvragen ontwerpen, die dekt de lading beter. Een aantal tussenstadia leveren tussentijdse teksten op die op deze site een eerste vorm van publicatie krijgen, bv. hoofdstuk 1. De eerste versie zal een redactionele herziening van de bestaande tekst zijn: ik was destijds teveel verdiept in de inhoudelijke opzet van een en ander om ook nog aandacht voor Nederlands en stijl te hebben. De laatste versie zal een engelstalige editie zijn.

Een quiz is ook een toets. De wetenschapsquiz is natuurlijk prachtig materiaal om te bestuderen op de kwaliteit van ontwerpen van de vragen. Zie het ontwerp van de vragen van de wetenschapsquiz 1994 , 1995 , 2005 , 2006 , 2007 , 2008
het ontwerp van de vragen van de Grote Geschiedenis Quiz 2006, 2007, 2008, 2009
het ontwerp van de vragen van de nationale rekentoets 2006 en 2007
.


Beoordelen: liever objectief dan subjectief?

Nee. Daar hoort wel een verhaal bij. De essentie is dat streven naar objectiviteit vaak ten koste gaat van tijd die anders aan onderricht besteed zou worden, en dat intensief onderricht het juist mogelijk maakt met subjectieve oordelen te werken die zijn gebaseerd op de vakkennis van de docent in combinatie intensief contact van de docent met de betreffende student. Oordelen wordt gerekend tot het 'vak' van de docent, als er iemand is die dat zou kunnen, is zij het. Vanzelf volgt dan dat het materiaal/de situaties waar die oordelen op berusten, veel natuurlijker kunnen zijn dan de per definitie gekunstelde situaties die op objectiviteit gerichte procedures met zich meebrengen. Dan kunnen we eindelijk ook van de fictie af dat iedereen dezelfde opgaven voorleggen zou behoren tot de eisen van behoorlijke objectieve beoordeling. Quod non, want de ene groep krijgt andere opgaven voorgelegd dan de andere. Het nog te maken literatuuroverzicht is als bestand opvraagbaar. pagina


Het discours over toetsen: opvattingen van docenten

Een kleine serie van diepte-interviews met docenten levert een boeiend inzicht in gedachtenwerelden over beoordelen van studenten (hoger onderwijs).

Voor het volledige verslag van deze interviews, de analyse van de resultaten, en het half gestructureerde interview zie Kwaliteit tentaminering (http://www.benwilbrink.nl/publicaties/99Toetsopvattingen.htm).


'Verklaar.' Een ongrijpbare soort toetsvraag?

Aula 809 'Toetsvragen schrijven' behandelt vrijwel alle manieren om over de stof vragen te stellen, met een belangrijke uitzondering voor vragen naar verklaringen. Vragen naar verklaringen heeft iets ongrijpbaars, omdat het lastig is op voorhand vast te leggen welke verklaringen 'goed', en welke 'minder goed' of 'fout' zijn. Het probleem is een tikkeltje verwant aan dat van vragen naar meningen: de leerling heeft recht op een eigen mening, wie zal zeggen dat een gegeven mening niet 'goed' is? In het geval van vragen naar meningen is het evident dat deze in toetsen geen plaats hebben. Voor verklarende vragen is dat minder evident. Toch is het niet bevredigend om voor verklarende vragen terug te vallen op een prevelementje dat toch een verklaring bedoeld wordt van het soort zoals in de les behandeld. Kortom, hoe pakken we dit aan?


Onderwijs en Arbeidsmarkt

Het eigen onderzoek naar relaties tussen onderwijs en arbeidsmarkt heeft resultaten opgeleverd die deels contrair zijn aan dat uit economisch en sociologisch onderzoek. In belangrijke mate is dat toe te spitsen op de vraag of naar de arbeidsmarkt toe, of naar de behoeften van onze kennissamenleving, 'breed' opleiden 'beter' is dan specifiek opleiden. Het antwoord van wetenschappers die gewend zijn op geaggregeerd niveau naar de samenleving te kijken is dat breed opleiden de voorkeur zou hebben, en de politiek heeft dat gretig gevolgd met het optuigen van de bachelor-master structuur - in Europa, te beginnen in Nederland - . Op het niveau van micro-processen daarentegen hebben de specifiek opgeleiden meerwaarde en zij hebben de beste kansen: zij kunnen allereerst terecht op hun eigen vak-deelmarkt, en zijn overigens graag geziene kandidaten voor 'algemene' functies.

Wat in het bijzonder nog onderzoek behoeft is de stelling dat door de in de laatste decennia toenemende omvang van brede opleidingen - 'kundes' - de kritische massa van managers, bestuurders en politici in onze samenleving die nog enig idee hebben van wat 'expertise' is, is onderschreden.



pagina Breed of diep opleiden? De Bama-misvatting


De recente herschikking van het hoger onderwijs, naar de bachelor en master structuur, is waarschijnlijk in meerdere opzichten een misvatting. In ieder geval is het niet zo vanzelfsprekend als het lijkt dat de samenleving in het nieuw begonnen millennium vooral breed opgeleiden nodig heeft. Het gaat om een interessante mix van opvattingen over de betekenis van cultuurverschillen tussen onderwijsstelsels thuis en over de grens, methodische problemen bij onderzoek naar de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, de gedachte dat keuzevrijheid of veel keuzemogelijkheden op een of andere wijze iets met kwaliteit van onderwijs heeft te maken (meer zou beter zijn), en natuurlijk misvattingen (onderschattingen) van wat het betekent op enig gebied echt expert te zijn. Er is dus een studie nodig die relevante inzichten uit diverse disciplines combineert met beschikbare empirische gegevens, en het geheel interpreteert naar de beleidsrichting van het huidige tijdsgewricht: breder zou beter zijn dan smaller.

De huidige maatschappelijke onvrede (van den Brink e.a. (2005): 'Beroepszeer. Waarom Nederland niet goed werkt.') over de rol van managers in instellingen in de publieke sector en dus ook alles wat daaruit heel of half is geprivatiseerd, is waarschijnlijk verbonden aan de thematiek van breed en oppervlakkig opleiden - de kundes die dat management als enige mogelijkheid op de arbeidsmarkt hebben - versus diep en specifiek opleiden - opleiden tot een vak, een professie, waarmee je desnoods ook managementfuncties in de betreffende discipline zou kunnen vervullen - .



Strategisch beleid


ICT en onderwijs, hebben die iets met elkaar?
Uitwerking en actualisering van een eerste studie, in 1998 gepubliceerd. Nog geen begin mee gemaakt

Kenniseconomie

Een mooie uitdaging is om het veel misbruikte begrip 'kenniseconomie' eens op een bijzondere manier aan te kleden, gebruik makend van kennis die in diverse disciplines aanwezig is, en van resultaten van eerder werk over technisch-wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, groeiende deelname aan hoger onderwijs, en de werking van de arbeidsmarkt. Niet als academische oefening, maar om een aantal fricties in de huidige samenleving beter te kunnen benoemen. Wat het laatste betreft is er dus een stevige verbinding met het project 'Duurzaamheid.' Mogelijk is frictie nummer 1 dat degenen die een dikke vinger in de pap van de kenniseconomie hebben nu juist niet de eigenaars van de betreffende kennis zijn. Anders dan bij justitie, waar een blinddoek een functioneel en vooral essentieel hulpmiddel is, gaat het bij de kenniseconomie om stuurlui die op een onduidelijke manier zijn geronseld en in ieder geval niet weten hoe een koers professioneel moet worden uitgezet. Het is ze niet altijd of in ieder geval niet helemaal persoonlijk aan te rekenen, daar zit de samenleving net iets te ingewikkeld voor in elkaar. Die samenleving lijkt wel een samengeraapt zootje van kennisspecialisten en geavanceerde technologieën, of vormen ze toch met elkaar een organisch geheel en hoe ontwikkelt zich dat dan verder?

Concurreren in het onderwijs

Concurrentie is een begrip uit de economie, en zo wordt het ook bedoeld wanneer het opduikt in discussies over onderwijs. Dat is erg prettig, want economen hebben bergen werk verzet om het begrip af te bakenen, en erachter te komen hoe concurrentie in de wereld zoal kan fucntioneren en dysfunctioneren. Het grappige is dat andere disciplines voor verwante verschijnselen andere termen hebben, die al evenzeer gemeengoed zijn in alledaags taalgebruik. Zo is er een behoorlijke overlap tussen wat economen 'concurrentie' noemen, en psychologen 'selectie.' Prima, die zit. Weet u meteen hoe dit stuk zich verhoudt tot het vele dat over selectie is te vinden op deze website.

pagina Het nieuwe leren

'Het nieuwe leren' is een verzamelterm die staat voor een bonte optocht van ingrepen en veranderingen in het onderwijs waarin nogal nadrukkelijk afstand wordt genomen van het onderwijs zoals ons soort mensen dat zelf hebben genoten: alsof je een emmer leeggiet. Er is hier iets meer aan de hand dan de term 'het nieuwe leren' suggereert. Er is sprake van een sluipende koersverandering van de mammoettanker die 'onderwijs' heet, die op koers zou moeten liggen naar een kennissamenleving, maar de koers aan het kwijtraken is in een moeras van keuzevrijheden en competenties, in een chaos dus. Dit vraagt onderbouwing, niet? Daar gaan we dan maar eens aan werken.


pagina Nepwetenschap

Arjen Rienks (2005). Nepwetenschap is inspiratiebron nieuwe leren. De Volkskrant 3 oktober p. 7.

Heel af en toe komt het wel eens voor dat je als oude vos in de wetenschap wordt verrast door een veenbrand waarvan je de stank nog niet eerder in de neus had. Een onderwijsminister die achter het creationisme aanholt valt in deze categorie. De kwaliteit van onze rechterlijke macht die terug is gevallen tot op het niveau van de heksenachtervolgingen uit de 16e en 17e eeuw. En op de dag dat Leidens ontzet wordt gevierd wordt mij verteld dat een belangrijk, uit publieke middelen gefinancierde, pedagogisch adviescentrum - het APS - een sectarische beweging is geworden. En verdomd, het is eenvoudig te constateren dat Arjen Rienks gelijk heeft, al geldt dat ongetwijfeld niet voor alle medewerkers van die Kerk van het Nieuwe Leren.

Er moet dus een aanklacht worden geformuleerd. Mijn verzoek is om mij informatie aan te leveren die de aanklacht harder kan maken, of het omgekeerde wanneer je oprecht meent dat het APS hier op de goede weg is.



Geschiedenis van onderwijs en beoordelen

Beoordelen in historisch perspectief

De studie die in 1997 is gepubliceerd smaakt naar meer, en vraagt daar eigenlijk ook om. Ieder van de onderscheiden onderwerpen/paragrafen in dat artikel komt in aanmerking voor een verdere uitwerking, zoals trouwens ook geldt voor de impliciet gebleven rationale achter dat overzichtsartikel: aandacht vragen voor die historische dimensie, omdat evident de traditie een verpletterend gewicht heeft voor dat beoordelen in de klas, en er tegelijk over die traditie weinig kennis gesystematiseerd beschikbaar is.



projecten

projecten/projecten.htm  

Strategic preparaton for achievement tests (SPA)


merit ranking, how fair can it be? html
Van Bijsterveldt-examen 2008 html
[enkele historische pagina's staan nog steeds op de site:]
spa_artikel.htm
spa_article.htm
toetsen en examens html
literatuur toetsen en examens html

Selectie

Accreditatie - prestatie-indicatoren - lead tables

Toelating bij numerus fixus

Toetsen en examens

Toetsvragen ontwerpen

 
Onderwijs en arbeidsmarkt

Strategisch beleid

 
Annotated literature






auteursrechten: de uwe en de mijne


SURF Auteursrecht in het hoger onderwijs http://www.surf.nl/smartsite.dws?ch=AHO&id=12497


Berlin Declaration ondertekenaars


Paul Wouters and Peter Schröder (Eds) (2000). Access to publicly financed research. The global research village III. Amsterdam 2000. NIWI.



8 januari 2013 \ contact ben apenstaartje benwilbrink.nl   freelance advies ontwikkeling onderzoek



Valid HTML 4.01!   W3 checklink   http://www.benwilbrink.nl/projecten/projecten.htm