Het ontwerp van de vragen beoordeeld:
De Grote Geschiedenis Quiz voorronde 2008

Ben Wilbrink


De Grote Geschiedenis Quiz 2008 is georganiseerd door de Volkskrant, het Historisch Nieuwsblad en het televisieprogramma Andere Tijden (NPS, VPRO). Publicatie op zaterdag 28 april in De Volkskrant en op de website. De volledige quiz is te vinden - en in te vullen - op http://www.ggq.nl/. Uitzending van de finale Nederland 2: Hemelvaartsdag 1 mei 20:25.


De stam van iedere vraag


Het is een goed idee ervoor te zorgen dat de stam van iedere keuzevraag op zichzelf een goede vraag is. Welnu, hier zijn de vijfentwintig vragen van de GGQ.


1. Jetje Dondermond was een:

2. Johan Maurits van Nassau-Siegen bouwde in de zeventiende eeuw het Mauritshuis in Den Haag. Waarmee had hij een groot deel van zijn geld verdiend?

3. Wanneer waarde er volgens Karl Marx een spook door Europa?

4. Welke dag is het Europadag?

5. Welke heikele kwestie ligt ten grondslag aan het Oosters Schisma, het uiteenvallen van het Christendom in de Latijnse (katholieke) en de Byzantijnse (orthodoxe) Kerk in 1054?

6. In 1960 maakte gemiddeld 30 procent van de vrouwen in Europa deel uit van de beroepsbevolking. Hoe hoog lag dit percentage in Nederland dat jaar?

7. 'Ook Gij Brutus' — dat waren de legendarische vermeende laatste woorden van Caesar, toen hij op 15 maart 44 v.Chr. vermoord werd. Maar waarom werd hij eigenlijk vermoord?

8. Wie zei: "Holland is de luchtpijp waardoor wij kunnen ademen"?

9. 'Sturm und Drang' is de naam van:

10. Han Hollander was een grote naam in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Wie was hij?

11. Welke van de volgende industriële ondernemingen in Nederland is de oudste?

12. Wie waren volgens Calvijn de 'allerheftigste vijanden van Christus zelf'?

13. Iedereen kent de beroemde woorden 'Dr. Livingston, I presume?', die Henri Morton Stanley zou hebben uitgesproken toen hij in 1871 in het Congolese binnenland de avonturier David Livingstone tegenkwam. Livingstone was daar op zoek naar de bronnen van de Nijl. Maar waarom was Stanley tijdens deze expeditie eigenlijk in Afrika?

14. Koppel de volgende revoluties aan het juiste land:

15. Het schervengericht was een:

16. De Duitse zangeres Nina Hagen vertrok in 1976 uit de DDR. Waarom?

17. Wat was de vrede van Augsburg? Een verdrag uit:

18, Wanneer werd de Dam in Amsterdam tijdelijk omgedoopt in 'Plein der Revolutie'?

19. De Arabische legers waren in de achtste eeuw tot ver in Europa doorgedrongen. Tot hoever kwamen zij?

20. Van wie is de volgende uitspraak: "Als ik niet weiger een vraag te beantwoorden en ik beantwoord hem toch niet, dan kan de verklaring daarvoor geen andere zijn dan dat ik het niet weet."

21. Hoeveel heksen zijn er bij benadering ter dood gebracht in heel Europa?

22. Wat was de aanleiding voor de eerste grote spoorwegstaking, die in januari 1903 in Nederland plaatsvond?

23. Wat was de beroemde negentiende-eeuwse Lunar Society uit Birmingham?

24. Waar wilde Wilhelmina naartoe, toen ze in 1940 in Hoek van Holland aan boord van de HMS Hereward ging?

25. Wie beloofde 'zonder wrok of partijdigheid' de geschiedschrijving te beoefenen?


De meeste vragen blijken niet geweldig helder zonder de erbij gegeven antwoordmogelijkheden. In enkele gevallen is de vraag wel helder en specifiek genoeg, maar dan doemt het spook Triviant mogelijk op, zoals bij vraag 25.




De keuzevragen


1. Jetje Dondermond was een:

  1. Nederlandse spionne die tijdens de Eerste Wereldoorlog staatsgeheimen doorbriefde aan de Duitsers.
  2. Kanon dat gebruikt werd in de Tweede Wereldoorlog.
  3. Verbastering van Henriette d’Oultremont, de naam van de tweede vrouw van Willem I.
  4. Zangeres van het levenslied, die in de jaren vijftig furore maakte in het Nederlandse variëtëtheater.


De alternatieven zijn heterogeen, zeg maar: een zootje ongeregeld. Dat is een kwaliteitsprobleem. Je roept het een beetje over jezelf af door een vraag over Jetje Dondermond te willen stellen: dat is een tamelijk geïsoleerd gegeven, daar valt dan ook moeilijk een homogeen stel antwoordalternatieven bij te ontwerpen. In zo'n geval kan de ontwerper zich maar beter afvragen wat hij eigenlijk met een vraag over Jetje wil, en en vanuit het antwoord daarop opnieuw ontwerpen.

Bij het goede antwoord een verhaaltje over Jetje vertellen, waar slaat dat op? Niet op de vraag zoals gesteld, het is leuk om te vertellen. Weg ermee.


2. Johan Maurits van Nassau-Siegen bouwde in de zeventiende eeuw het Mauritshuis in Den Haag. Waarmee had hij een groot deel van zijn geld verdiend?

  1. Suiker uit Brazilië.
  2. Slaven uit Guyana.
  3. Kruidnagel uit de Molukken.
  4. Opium uit China.


Wat moet ik hier nou van zeggen? Ik vermoed dat deze alternatieven erger dan heterogeen zijn, maar ik heb onvoldoende historische feitenkennis om dat uit te werken. Het is niet zo dat deze vier vormen van handel ook in de tijd van Johan Maurits voorkwamen, en dan wordt het een wel heel gekke keuzevraag. Brrrrrrr. Opium uit China? Opium werd juist ingevoerd in China. Etcetera.

Bij de toelichting komt de ontwerpers-aap uit de mouw: de lezer die de bijnaam van het Mauritshuis kent, had de vraag goed kunnen beantwoorden. Is dit flauw, of is dit flauw, voor een test op historische belangstelling? Het is flauw, omdat de meeste kenners van de bijnaam pas bij het lezen van deze vraag voor het eerst kennisnemen van de achtergrond van die bijnaam.


3. Wanneer waarde er volgens Karl Marx een spook door Europa?

  1. 1789
  2. 1848
  3. 1871
  4. 1917


Een mens kan zoveel zeggen, en Karl schreef heel veel. Hoeveel spoken zou hij in hoeveel jaren door Europa hebben zien waren? Je moet dus aannemen dat de ontwerper zeker weet dat hij dit over een paald jaar heeft geschreven, en nooit over enig ander jaar. Je vraagt je dan af waarom 1917 als alternatief is gekozen, Karl moet toen al heel lang zijn overleden. Is de ontwerper erop uit de idioten die deelnemen aan de quiz te ontmaskeren? Geen fraai motief. Dat geeft de indruk dat de ontwerper van deze vragen erop uit is om mensen erin te luizen. Het kwade trouw vermoeden.

De vraag is natuurlijk, als het gaat om 1848, welke jaren je als onjuiste alternatieven opneemt, waarom niet 1850, 1852 en 1855 gekozen?

Ah, het gaat om de eerste zin uit het Communistisch Manifest. Dat is een mooi onderwerp. De ontwerper van de vraag had er meer van kunnen maken.

Even de puntjes op de i: was Karl de de auteur van deze uitspraak? Nee toch? Kijk, dan deugt de stam van de vraag dus niet. Had 'Marx en Engels' moeten zijn.


4. Welke dag is het Europadag?

  1. 9 mei: de dag waarop in 1950 de Schuman-verklaring werd uitgesproken.
  2. 25 maart: de dag waarop in 1957 het Verdrag van Rome werd getekend, waardoor de Europese Economische Gemeenschap ontstond.
  3. 17 februari: de dag waarop in 1986 de Europese Akte werd getekend, waardoor de open binnenmarkt tot stand kwam.
  4. 7 februari: de dag waarop in 1992 het Verdrag van Maastricht werd getekend, waardoor de Europese Unie ontstond.


Homogeen Europees, alle alternatieven.

Maar wat heeft deze vraag met geschiedenis te maken?

Ha, de EU vraagt zich dat ook af. Waarom dan dit als vraag in de GGQ opnemen? Dat slaat toch nergens op?


5. Welke heikele kwestie ligt ten grondslag aan het Oosters Schisma, het uiteenvallen van het Christendom in de Latijnse (katholieke) en de Byzantijnse (orthodoxe) Kerk in 1054?

  1. Of de slang werkelijk tot Eva had gesproken.
  2. Of de kruisvaarders moslims moesten bekeren of moesten doden.
  3. Of de Heilige Geest alleen uitgaat van God de vader of ook van Zijn Zoon.
  4. Of het wel of niet toegestaan was Jezus af te beelden.


Als je het antwoord niet weet, kun je drie alternatieven wel als onwaarschijnlijk afserveren. Gaat het de ontwerper van de vraag daar ook om? Dat zou kunnen, want het wegnredeneren van drie van de vier alternatieven berust wel op enig historisch besef.


6. In 1960 maakte gemiddeld 30 procent van de vrouwen in Europa deel uit van de beroepsbevolking. Hoe hoog lag dit percentage in Nederland dat jaar?

  1. 6
  2. 16
  3. 46
  4. 56


Wat is er door de ontwerper heen gegaan bij het opschrijven van deze alternatieven? Met een beetje gezond verstand kom je op 16 als het juiste antwoord: 6 is wel idioot laag, terwijl 46 en 56 idioot hoog zijn voor een land waarvan iedereen weet dat het ideaal in1960 was dat de echtgenote niet hoefde te werken. Geen handige set alternatieven.


7. 'Ook Gij Brutus' — dat waren de legendarische vermeende laatste woorden van Caesar, toen hij op 15 maart 44 v.Chr. vermoord werd. Maar waarom werd hij eigenlijk vermoord?

  1. Omdat hij een voorliefde had voor kleine jongetjes.
  2. Omdat hij alleenheerschappij nastreefde.
  3. Omdat hij een verbond met Cleopatra had gesloten.
  4. Omdat hij drie belangrijke veldslagen in Gallië had verloren.


Tja. Die kleine jongetjes, moet dat nou? En is er wel eens een keizer vermoord omdat hij in een vroeger leven veldslagen had verloren?

8. Wie zei: "Holland is de luchtpijp waardoor wij kunnen ademen"?

  1. Wie zei: ‘Holland is de luchtpijp waardoor wij kunnen ademen’?
  2. Napoleon, die in 1812 zijn veldtocht naar Rusland vanuit Nederland bevoorraadde.
  3. De Duitse legeraanvoerder, Helmuth von Moltke, die in zijn aanvalsplan voor de Eerste Wereldoorlog Nederland besloot om om Nederland heen te trekken.
  4. De latere president van de Republiek der Zuid-Molukken, Chris Soumokil, na het uitroepen van de onafhankelijkheid door Soekarno in 1945.


Op het eerste gezicht een homogene set alternatieven, maar op het tweede gezicht is dit toch een samengeraapt zootje. Niet doen.

Een rare vraag. De historische situatie leent zich op zich best voor een goede vraag erover, maar dit is niet zo'n goede uitwerking.

9. 'Sturm und Drang' is de naam van:

  1. Een literaire stroming in de tweede helft van de achttiende eeuw.
  2. Een afdeling van de SD die meedogenloos huishield in Oost-Europa.
  3. Een Oost-Duitse kunstenaarsbeweging, die zich in de jaren zestig van de twintigste eeuw toelegde op de modernistische staatskunst.
  4. Het politiek testament van Andreas Baader, grondlegger van de Rote Armee Fraction.


Vreselijk. Goethe zou zich in zijn graf omdraaien als hij dit hoorde. Gelukkig, hij luistert niet. Volgende vraag graag.

10. Han Hollander was een grote naam in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Wie was hij?

  1. Trainer van het vooroorlogse Go Ahead.
  2. Topscorer op het tweede wereldkampioenschap voetbal, dat in 1934 in Italië plaatsvond.
  3. Voetbalcommentator voor de AVRO in de jaren dertig.
  4. Hoge functionaris bij de KNVB in de jaren vijftig.


Wat mij betreft homogeen genoeg, deze set alternatieven.

Maar waarom zo verschrikkelijk specifiek? Waarom niet eenvoudig:

  1. Trainer.
  2. Topscorer.
  3. Radioverslaggever.
  4. Bondsfunctionaris.


11. Welke van de volgende industriële ondernemingen in Nederland is de oudste?

  1. Philips
  2. Koninklijke Hoogovens, nu Corus.
  3. DAF.
  4. Stork.


Homogeen genoeg. Ik had overigens op basis van de stam van de vraag typen ondernemingen verwacht, geen specifieke bedrijven. Van deze vraag met specifieke bedrijven begrijp het historisch belang niet.


12. Wie waren volgens Calvijn de 'allerheftigste vijanden van Christus zelf'?

  1. Katholieken.
  2. Moslims.
  3. Joden.
  4. Heidenen.


Dit zijn wel heel forse categorieën. Dit had ik op basis van de stam van de vraag niet verwacht. Maar is dit niet een beetje kinderachtig, de vraag met deze alternatieven?

Als het de ontwerper gaat om geschiedenis van antisemitisme in Europa, had hij of zij beter iets anders kunnen bedenken. Toch?


13. Iedereen kent de beroemde woorden 'Dr. Livingston, I presume?', die Henri Morton Stanley zou hebben uitgesproken toen hij in 1871 in het Congolese binnenland de avonturier David Livingstone tegenkwam. Livingstone was daar op zoek naar de bronnen van de Nijl. Maar waarom was Stanley tijdens deze expeditie eigenlijk in Afrika?

  1. Hij wilde de Afrikanen bekeren tot het Christendom.
  2. Hij wilde het continent in kaart brengen.
  3. Hij was op zoek naar goud.
  4. Hij was op zoek naar Livingstone.


Ja hoor. Maar is dit geschiedenis? Ja, het gaat over een gebeurtenis in het verleden, maar is dat voldoende? Ik vind deze vraag inhoudelijk maar niks. Of gaat het om geschiedenis van de Amerikaanse journalistiek? Dan blijkt dat niet uit de vraagstelling.

Knap verwarrend is trouwens het 'tijdens deze expeditie' in de vraag. Welke expeditie, die van Livingstone, van Stanley? En waarom staat dat erbij, is dat een aanwijzing voor het antwoord? Ik ben bang dat het gewoon een slordigheid van de ontwerper is.


14. Koppel de volgende revoluties aan het juiste land:

  1. Tulpenrevolutie   A. Georgië
  2. Cederrevolutie   B. Kirgizië
  3. Rozenrevolutie   C. Libanon
  4. Anjerrevolutie   D. Portugal


Triviant? Voor mij wel.


15. Het schervengericht was een:

  1. Stemprocedure in het oude Athene, waarbij scherven dienst deden als stembiljetten.
  2. Middeleeuwse methode om te bepalen of iemand een heks was.
  3. Joodse gewoonte om glas kapot te stampen tijdens de huwelijksceremonie.
  4. Straf in het Ottomaanse Rijk, waarbij vrouwen die overspel hadden gepleegd gestenigd werden.


Hoe vreselijk is dit weer: van een barre heterogeniteit. Erger nog: de onjuiste alternatieven lijken hier echt onzin-alternatieven te zijn, een jammerlijke ontwerpfout. Terwijl de democratische gewoonten van Athene zich toch prima lenen voor schitterende geschiedenisvragen. Hoe ontstaat zoiets in de gedachten van de ontwerper? Het ontwerpidee lijkt hier te zijn: 1) Onderwerp: het schervengericht in het oude Athene. 2) Laat ik er een 'Wat-vraag' van maken: Wat is een schervengericht? En dan ontstaat de triviant-kortsluiting: 3) bedenk een aantal onzinnigheden die door een klassieke-cultuurbarbaar als niet onwaarschijnlijk gezien kunnen worden. Doe zoiets nooit meer, beste ontwerper.


16. De Duitse zangeres Nina Hagen vertrok in 1976 uit de DDR. Waarom?

  1. Ze volgde haar stiefvader, protestzanger Wolf Biermann, die niet mocht terugkeren naar de DDR.
  2. Ze had openlijk gemasturbeerd tijdens een concert.
  3. Ze had steun betuigd aan de NAVO.
  4. Haar familie ontdekte dat ze een verklikker was van de Stasi.


Unsterblich weiblich Hagen.

Na vraag 15 met evident onzinnige alternatieven vertrouwt niemand de ontwerper van deze vragen meer. Dus kan alternatief a. net zo goed niet meer dan een brainwave van de ontwerper zijn. Dan zal alternatief 2. wel het juiste zijn, past wel bij Nina.

Een simpel ontwerpprobleem is dat de alternatieven 2, 3 en 4 niet aansluiten bij de stam van de vraag: het zijn gebeurtenissen, geen motieven. Een beetje intuïtief gevoel zegt je dan dat het eerste alternatief het juiste moet zijn. Het is ook het meest uitgewerkte alternatief, vaak een aanwijzing dat het om het juiste alternatief gaat.


17. Wat was de vrede van Augsburg? Een verdrag uit:

  1. 1555, dat iedere rijksvorst in het Heilige Roomse Rijk in staat stelde de religie in zijn eigen gebied te bepalen.
  2. 1648, dat een einde aan zowel de Tachtigjarige als de Dertigjarige Oorlog maakte.
  3. 1697, dat de vrede tussen de Liga van Augsburg, de Republiek en Frankrijk na de Negenjarige Oorlog bekrachtigde.
  4. 1871, dat Frankrijk dwong om Elzas-Lotharingen aan Duitsland af te staan.


Een heterogene set alternatieven. Gelukkig geen onzin-alternatieven. Maar wat is er met die vrede uit 1555 dat het voor onze geschiedenis zo interessant maakt? Dat het die dertigjarige oorlog niet heeft kunnen voorkomen?


18. Wanneer werd de Dam in Amsterdam tijdelijk omgedoopt in 'Plein der Revolutie'?

  1. In 1578, tijdens de Alteratie van Amsterdam.
  2. In 1795, na de alliantie tussen de Fransen en de Bataafse Republiek.
  3. In 1918, nadat Troelstra de socialistische revolutie had uitgeroepen.
  4. In 1969, tijdens de studentenprotesten rond de Maagdenhuisbezetting.


Als open vraag zou ik het niet weten, hoewel 1795 altijd een goede kandidaat is. Als deze keuzevraag is het een kwestie van afstrepen, en dat lukt wel. Is dit een homogene set aternatieven? Ik heb twijfel; dit soort met grote passen door de geschiedenis heen is bijna per definitie heterogeen. De ontwerper had kennelijk haast, en heeft snel wat alternatieven bedacht. Maar dat ontwerpen van alternatieven is juist de meest cruciale stap bij het ontwerpen van keuzevragen, niet iets dat er een beetje bij bungelt.


19. De Arabische legers waren in de achtste eeuw tot ver in Europa doorgedrongen. Tot hoever kwamen zij?

  1. Wenen.
  2. Poitiers.
  3. Aken.
  4. Sevilla.


Heterogene set alternatieven. De echte geschiedenis staat in de toelichting op het antwoord. Maar waarom dat dan niet verwerken in het ontwerp van de vraag? Hoe kan het dat de ontwerper dan toch zo oppervlakkig aan de slag gaat. Is dat de slag van Hilversum? Of de Franse slag? Hagelslag?


20. Van wie is de volgende uitspraak: "Als ik niet weiger een vraag te beantwoorden en ik beantwoord hem toch niet, dan kan de verklaring daarvoor geen andere zijn dan dat ik het niet weet."


Piet Hein Donner had er kort geleden ook zo een, in de Tweede Kamer. Maar goed, als open vraag is dit onzin. Als meerkeuzevraag hangt veel af van de keuze van de alternatieven, en die is hier toch niet echt gelukkig. Dat kotm door het heel eigen karakter van de betreffende uitspraak, daar past alleen Dries bij (of Piet Hein). Het enige historische aan deze vraag lijkt te zijn dat het handig is alle hoofdpersonen te kennen, maar is dat op zich 'historisch'?


21. Hoeveel heksen zijn er bij benadering ter dood gebracht in heel Europa?

  1. Circa 500.000.
  2. Circa 50.000.
  3. Circa 5000.
  4. Circa 500.


Ik had dit wel verwacht, maar het is wel een blunder. Deze mensen zijn ervan verdacht of beschuldigd heks te zijn, maar ze zijn het uiteraard niet geweest. Het mag niet gebeuren dat een vraagontwerper daarmee zo slordig omspringt als hier gebeurt.

Klein goed is dan dat de vierkeuzevraag in feite een tweekeuzevraag is, omdat de extreem grote en kleine aantallen als onwaarschijnlijk buiten beschouwing kunnen blijven. Dan is er nog een redenering waarmee je bij 50.000 en niet bij 5000 uitkomt, maar dan moet je enig historisch inzicht hebben en weten dat heksenvervolging gedurende meerdere eeuwen in veel landstreken voorkwam, en al met al dus heel veel slachtoffers moet hebben gemaakt.


22. Wat was de aanleiding voor de eerste grote spoorwegstaking, die in januari 1903 in Nederland plaatsvond?

  1. Een verlaging van de lonen van het spoorwegpersoneel.
  2. Het wetsvoorstel van het kabinet-Kuyper waarin staken bij de spoorwegen verboden werd.
  3. De fusie die alle spoorwegmaatschappijen verenigde in de Nederlandse Spoorwegen.
  4. De weigering van rangeerders om wagons naar een havenbedrijf te brengen waar gestaakt werd.


Ik kan de onjuiste alternatieven niet beoordelen: zijn dit historische gebeurtenissen, of uit de duim gezogen gebeurtenissen?

Het als juist bestempelde alternatief begrijp ik niet. Ook niet met de toelichting erbij. Ik ben bang dat het Nederlands van de vraag niet deugt. Een werkweigering is een staking. We hebben hier dus een staking die een staking veroorzaakt? Wat een onzin. Er is een keten van gebeurtenissen, er daar eentje uit selecteren en dat 'de aanleiding' noemen, is niet correct. Dit is echt een vraag die verongelukt op slecht Nederlands.


23. Wat was de beroemde negentiende-eeuwse Lunar Society uit Birmingham?

  1. Een gezelschap astronomen, dat onderzoek deed naar de maan.
  2. Een gezelschap van fabrikanten en wetenschappers, dat rond volle maan vergaderde over de toepassingen van wetenschap en technologie voor de industrie.
  3. Een groep socialisten, die in het geheim bij elkaar kwam om te discussiëren over de misstanden van de Industriële Revolutie.
  4. Een groep rijke ondernemers, die plannen maakte voor een expeditie naar de maan.


Moet dit echt? Is dit vollemaanwetenschap? Zijn de onjuiste alternatieven gefantaseerd?


24. Waar wilde Wilhelmina naartoe, toen ze in 1940 in Hoek van Holland aan boord van de HMS Hereward ging?

  1. Denemarken.
  2. Engeland.
  3. Zeeland.
  4. Antwerpen.


Interessant onderwerp. Vraag is OK.


25. Wie beloofde 'zonder wrok of partijdigheid' de geschiedschrijving te beoefenen?

  1. Tacitus, in zijn werk over de Romeinse Keizers.
  2. Machiavelli, in zijn werk over de kunst van het oorlogvoeren.
  3. P.C. Hooft, in zijn werk over de Nederlandse historie.
  4. Loe de Jong, in zijn werk over de Tweede Wereldoorlog.


Dit kan weer veel en veel korter in de alternatieven:

  1. Tacitus
  2. Machiavelli
  3. Hooft
  4. De Jong

Inhoudelijk niet echt interessant, toch? Zo niet, dan had er een boeiender vraag van gemaakt kunnen worden.


En dan de antwoorden ...


Zoals bekend te maken in De Volkskrant van 12 april en op de website.


Ik heb ze in het bovenstaande al behandeld. Was een foutje van mezelf: ik had de analyse van de vragen met alternatieven uitgesteld, en verdraaid, de website geeft nu alleen de quiz met de antwoorden. Ik wist dus wat het als juist bedoelde alternatief was. Het maakt weinig uit, gezien de knulligheid van vrijwel alle keuzevragen. Jammer toch weer.



de eindscore ... .

Aan de vragen in deze quiz ligt geen visie ten grondslag, een visie op wat het is om kennis van geschiedenis te hebben, een visie ook op wat het is om te vragen naar die kennis. Of een visie op nut en noodzaak van een GGQ. Het resultaat van deze geestelijke armoede is een rommeltje van quizvragen. Niks 'Groot.' Niks 'Geschiedenis.' Niks 'Quiz.'


Aan de slag, mensen. Dit moet echt anders.


Literatuur


Ben Wilbrink (1983/2008) Toetsvragen schrijven / Toetsvragen ontwerpen. Oorspronkelijke uitgave als Aula 809, het Spectrum pdf 1.4Mb. Herziening in 2008, hoofdstuksgewijs hoofdstuk 1 etc.


Zie Toetsvragen ontwerpen 2009 voor verwijzingen naar de literatuur, voor veel titels zijn daar online bronnen gegeven.




Zie ook de bespreking van de Grote Geschiedenis Quiz

2006

2007.


2009.


Zie ook de bespreking van de ontwerpkwaliteit van de vragen in de Wetenschapsquiz 2005. Idem 2006, 2007 en 2008.


1 mei 2008 \ contact ben apenstaartje benwilbrink.nl

Valid HTML 4.01!   http://www.benwilbrink.nl/projecten/grotegeschiedenisquiz2008.htm