Aansluiting BO-VO

Annotaties

Ben Wilbrink


Zie ook overgangen.htm, voor meer algemene aspecten, bijvoorbeeld testgebruik, rond de overgang bo-vo (en andere overgangen).


In een kortdurende betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Nederlandse Differentiatietest (NDT, Harcourt) in 2004 viel weer eens het ontbreken van validiteitsgegevens over de Citotoets Basisonderwijs op. Hoewel deze toets evident prognostisch wordt gebruikt, ontbreekt een behoorlijk onderzoek naar de voorspellende waarde van de test voor diverse typen van voorgezet onderwijs en de loopbanen daarbinnen. Natuurlijk heb ik de vraag ernaar aan het Cito voorgelegd, het is tenslotte altijd mogelijk dat zo'n onderzoek net in een afrondende redactionele fase zit. Nee dus. En dat geldt niet alleen voor de situatie anno 2004, maar is eigenlijk altijd al het geval geweest. Dat is een tamelijk ernstig gegeven. Dat om een berg redenen de overgang van bo naar vo een verdraaid moeilijk beslissingsmoment is, is volstrekt geen excuus. Integendeel: in deze situatie dreigen Cito-Eindtoetsscores eerder te werken als ongeleide projectielen dan als laatste strohalmen die tenminste nog een klein beetje zekerheid kunnen bieden.

Het gebruik van tests als de NDT bij de toelating tot bijzondere leerwegen in het VMBO is bijna een verhaal apart. De titel ervan zou kunnen zijn: ‘Hoe de overheid tests kan misbruiken voor oneigenlijke doeleinden.’ Ik zeg ‘bijna’ een verhaal apart: naar mijn mening zijn de problemen in de onderste helft van het intelligentiespectrum weliswaar meer spectaculair, maar in principe natuurlijk niet anders dan wat er aan toewijzingsproblemen voor de bovenste helft aan de orde is.

Er ligt ontzettend veel materiaal, en hoewel direct valideringsonderzoek voor de Cito Eindtoets Basisonderwijs niet voorhanden is, is er altijd al veel onderzoekmatige aandacht voor de overgang BO-VO geweest. Het opzetten van een dekkende literatuurlijst zal mijn eerste zorg zijn. Het tweede probleem op de prioriteitenlijst is het gebruik door de overheid van demarcatie-criteria in termen van een bepaald IQ (i.t.t. tot een bepaald gebied om zo'n score heen): een praktijk die noch testpsychologisch verantwoord is, noch ethisch, en die bovendien stakeholders aanmoedigt de randen van de legitimiteit op te zoeken.





Nicole S. Sorhagen (xxxx). Early Teacher Expectations Disproportionately Affect Poor Children's High School Performance. Journal of Educational Psychology. Advance online publication april 2013 abstract zie hier


Dit is Amerikaans onderzoek, het gaat dus over een nogal andere (onderwijs)cultuur dan de Nederlandse. Maar toch, alles is mensenwerk. Het gaat hier om een wel heel bijzondere vergelijking van oordelen van leraren en scores op tests (klas 1 PO) met (heel veel) latere studieresultaten (in VO). Let op: de gevraagde lerarenoordelen zijn van leraren in de eerste klas (groep 3) van het LAGER onderwijs! De data komen uit een landelijke cohortstudie van kinderen die ongeveer vanaf hun geboorte zijn gevolgd. Moeizaam leeswerk, maar de openingspassage van de Discussion is duidelijk:



André, T., Het schoolkeuzeadvies doorgelicht; onderzoek naar het verband tussen het advies, de keuze van de leerling en het schoolresultaat. Heymans Bulletins 1987, 863-SW (in map selectie)




abstract




abstract




Roel van Elk, Marc van der Steeg & Dinand Webbink (2011). Does the timing of tracking affect higher education completion? Economics of Education Review. abstract; pdf


In het abstract lees ik wel een bevestiging van wat overigens al heel lang bekend is. De verdienste van onderzoek zoals dit is in ieder geval dat het de aandacht richt op waar die thuishoort: geen gefrut over de waarde van schooladvies versus citoscore (bv Trouw april 2013), maar debat over de (on)wenselijkheid van selectie van 12-jarigen, selectie bovendien naar twee stromen die een voorportaal zijn van maatschappelijke polarisatie.



Astrid Poorthuis (2012). Children in Transition: Challenges and Opportunities in Adjusting to Secondary School. Proefschrift Universiteit Utrecht. pdf



Silke L. Schneider & Nicole Tieben (2011): A healthy sorting machine? Social inequality in the transition to upper secondary education in Germany, Oxford Review of Education, 37:2, 139-166. abstrcat



Ongelooflijk informatief over het onderwijsbeleid van de overheid 1990-2010: Ria Bronneman-Helmers (2011). Overheid en onderwijsbestel. Beleidsvorming rond het Nederlandse onderwijsstelsel (1990-2010). Sociaal en Cultureel Planbureau. Tevens proefschrift UvA, 30-11-2011. In zijn geheel als pdf op te halen op: http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=28287



Hans Luyten, Kim Schildkamp & Elvira Folmer (2009). Cognitive development in Dutch primary education, the impact of individual background and classroom composition. Educational Research and Evaluation, 15: 3, 265 - 283



Daniel Horn (2009) 'Age of selection counts: a cross-country analysis of educational institutions', Educational Research and Evaluation, 15: 4, 343 — 366

“This paper adopts the stratification-standardization framework proposed by Allmendinger (1989) to analyze the effects of educational institutions and the organization of education on the inequality of opportunity and effectiveness of national education systems. The analyses are conducted on OECD countries participating in the Programme for International Student Asssessment (PISA) 2003 study (OECD, 2004c). The results indicate that educational stratification increases inequality of educational opportunity, while in general, standardization enhances equality. Stratification does not improve overall student performance, and the association between standardization and effectiveness is not straightfor- ward. The most policy-relevant finding is that the early age of selection links closely with high inequality of opportunity.”


Bart Dirks en Martin Sommer hebben met minster Plasterk een gesprek gehad. Grote kop op de voorkant van De Volkskrant van 5 december 2008: Plasterk wil kind later schoolsoort laten kiezen.. Dat is een interessante stellingname. Niet dat Plasterk meteen een stelselherziening wil doorvoeren, dat is het laatste waaraan hij denkt, maar een maatschappelijek discussie over de problematiek lijkt hem heel opportuun, gezien de grote problemen zoals niet afgemaakte opleidingen, die zeker ook met de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs hebben te maken. Iedereen heeft er op 5 december wel een mening over. Op Radio 1 Wim Meijnen: laat scholen pas na het tweede leerjaar mogen selecteren, dan kun je al een hoop bereiken, zonder enige stelselwijziging. Interessant idee, maar het kan bijvoorbeeld voor categoriale gymnasia wel tot enige chaos leiden. Voor een formeel stuk over de gedachten van deze minister, waaronder ook het idiote argument dat aanscherpen van eindexamen leidt tot meer kwaliteit, zie de brief aan de Tweede Kamer http://www.minocw.nl/documenten/86038.pdf. [Idioot? Ja. Want ergens moet er een punt zijn waar verder 'aanscherpen' van eindexamens geen verhoging van kwaliteit meer levert, al was het maar omdat geen enkele leerling zich nog aan die beproeving wil blootstellen. Als dat is toegegeven, is de vervolgvraag: waar ligt dat optimale punt dan? Welke aanwijzingen zijn er dat de huidige 'scherpte' van het eindexamen dat optimum niet is? Zie, zo gaat dat. Had bèta Plasterk toch zelf ook kunnen bedenken. Zie ook mijn pagina html over het voorstel van Van Bijsterveldt over schriftelijk en schoolexamen]


Maurice Crul publiceert half december vergelijkende cijfers over de onderwijsloopbanen van tweede generatie Turkse jongeren in een aantal Europese landen. De Volkskrant van 6 december 2008 loopt er alvast op vooruit met een staatje dat laat zien dat vroege of late selectie een enorme impact op die loopbanen kan hebben: Duitsland selecteert bij tien jaar, 7% gaat door naar hoger onderwijs; Frankrijk selecteert bij vijftien jaar, 47% gaat door naar hoger onderwijs. Het zijn internationale vergelijkingen, en die zijn allesbehalve makkelijk en eenduidig, maar zulke grote verschillen moeten er toch op duiden dat Nederland met een scherpe selectie bij twaalf jaar het niet echt goed kan doen. De doorstroom van deze tweede generatie Turkse jongeren naar het hoger onderwijs in Nederland valt dan nog verschrikkelijk mee, want 28%. Ik ben benieuwd of daar het MBO is meegerekend, dat in internationale vergelijkingen vaak als tertiair onderwijs geldt.


De Open Schoolgemeenschap Bijlmer website is een school die werkt langs de lijnen die Plasterk nu kennelijk in gedachten heeft. Saskia Grotenhuis is directeur, zij schreef o.a. Op zoek naar middelbaar onderwijs: HBS, gymnasium, MMS en lyceum in discussie tussen 1900 en 1970. [bespreking door Peter Baggen]


Een thema is de selectie zelf, selectie-technisch gezien. Dat is een ingewikkeld probleem. Om te beginnen is het geen selectie, maar toewijzing of allocatie naar het best passende vervolgonderwijs. Wat 'best passend' is, heeft ook te maken met latere selectieve momenten, naar MBO, HBO en WO, of tussentijdse switches naar ander voortgezet onderwijs. Technisch gezien is er dan sprake van een gefaseerd meervoudig selectieproces. Dat proces is nauwelijks of helemaal niet in (wiskundige) formules of modellen te vangen (maar zie Finney 1965, er is weinig of geen nieuws onder de zon ....), maar het kan wel worden gesimuleerd. Ik heb zo'n oefening wel eens gedaan, voor de veel eenvoudiger situatie van toelatingsselectie tot de Nederlandse Politieacademie html evaluatie selectie - pdf simulatierapport. Ik kan je verzekeren dat die simulatie uniek was en nog steeds is in de wereld van psychologische selectie. Het lijkt de moeite waard een poging te doen de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs in zo'n simulatie te vangen. Als dat lukt, dan kunnen ook varianten van selectiviteit worden gesimuleerd, en dus de mogelijke effecten van verschillende selectieve scenario's met elkaar worden vergeleken.

D. J. Finney (1965). The statistical evaluation of educational allocation and selection. In Lee J. Cronbach and Goldine C. Gleser (1965). Psychological tests and personnel decisions (182-233). Urbana, Illiois: University of Illinois Press. [Er is niets online van dit werk van Finney, of het book van Cronbach en Gleser. Universiteitsbibliotheken moeten het boek hebben]




Conrector Paul Teillers van het Hervormd Lyceum West in Amsterdam. "Er gaat zo veel mis met die Citotoets, zegt hij. Hij heeft het nog eens nagekeken voor zijn eindexamenkandidaten vwo van vorig jaar. Van de 30 kandidaten waren er zes jaar eerder maar 9 van de basischool gekomen met een Citoscore voldoende voor toelating tot het vwo. 14 zaten in de 'bespreekzone', en 7, ofwel een kwart van zijn klas, zouden aan de hand van Cito nooit het vwo hebben gezien. Het advies van de basisschool was overigens nauwelijks betrouwbaarder. Van de dertig vwo-ers waren er drie met vmbo-advies van de basisschool gekomen, 14 met havo-advies en 13 met vwo-advies."

Gerard Reijn (7 maart 2008). De Citotoets geeft nog vaak een verkeerd advies. De Volkskrant p. 2


Het casus in bovenstaande box is ongetwijfeld niet representatief voor Nederland in zijn geheel, waarschijnlijk heeft het in deze vorm de krant gehaald omdat het opvallende cijfers zijn. Maar toch, het geeft aan overtrokken de bestaande opvattingen zijn dat die overgang van basis- naar vervolgonderwijs via schooladvies en Citoscore wel goed zou verlopen. Niet, dus. Gerard Reijn geeft vervolgens nog een illustratie hoe het in Amsterdam vergaat met leerlingen met een sterk uiteenlopend schooladvies en Citoscore, voor die leerlingen heeft de gemeente een extra traject voor de schoolkeuze. Van de 167 die via bureau Atlas-hertest in 2006 naar het hogere schooltype gingen, gaat het met 149 leerlingen goed bij die keuze.




Jan Terwel, Gorgina Rosa Rodrigues & Danielle van de Koot-Dees (2011). Tussen afkomst en toekomst: case studies naar de schoolloopbanen van leerlingen van 10-21 jaar. Garant. [nog niet gezien]


Ik vind een aantekening uit 1996:

MOER MOER BOVO themanummer over de aansluiting van basis- naar voortgezet onderwijs. september 1983 http://www.vonmoer.nl/pdf/1983_3_4_5.pdf

Peter G. J. Cremers (1980). Konstruktie van een schaal voor bereikt niveau van voortgezet onderwijs (B.N.V.O.-schaal). Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 5, 80-91.

J. J. Hermans (1981). Niet-voortgezet onderwijs. Voortijdig schoolverlaten in het algemeen voortgezet onderwijs. Omvang, aard en voorspelbaarheid. Lisse: Swets & Zeitlinger. [IJverig proefschrift, bevat geen relevant materiaal, weggegooid]

Michiel A. Zwarts (1983). Criteriumtoetsen bij de aansluiting van primair en secundair onderwijs. Proefschrift RUU.



Paul Tesser (1986). Sociale herkomst en schoolloopbanen in het voortgezet onderwijs. Nijmegen: ITS. Proefschrift Rotterdam

T. André (1987). Het schoolkeuzeadvies doorgelicht; onderzoek naar het verband tussen het advies, de keuze van de leerling en het schoolresultaat. Heymans Bulletins, 863-SW

Paul Davis Chapman (1988). Schools as sorters. Lewis M. Terman, Applied Psychology, and the Intelligence Testing Movement, 1890-1930. New York University Press.

J. H. Uiterwijk (1990). Item- en testbias in de Eindtoets Basisonderwijs 1987. Arnhem: Cito.

W. Zijlmans (1991). Strategieën in schoolklasinteractie: Een waarnemingsinstrument geëvalueerd. proefscrift KU Nijmegen. OOMO/ITS.

Uulkje de Jong (1992). De loopbaan doorlopen. Keuze en selectie tijdens de loopbaan van basisonderwijs tot Open Universiteit. Proefschrift UvA. Amsterdam: SCO.



Bakker, B. F. M., & Cremers, P. G. J. (1993). Gelijke kansen in het onderwijs? Een vergelijking van vier cohorten leerlingen in hun overgang naar het voortgezet onderwijs. CBS. Paper ORD.

M. Koeslag en J. Dronkers (1994). Overadvisering en de schoolloopbanen van migrantenleerlingen en autochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 19, 240258.

H. Uiterwijk (1994). De bruikbaarheid van de Eindtoets Basisonderwijs voor allochtone leerlingen. Proefschrift KUB. Arnhem: Cito. pdf

Derriks, M., De Kat, E., & Deckers, P. (1995). Schoolkeuzemotieven van kinderen bij de overgang bo/vo. Amsterdam: SCO-KI.

Eric Haas (1995). Op de juiste plaats. De opkomst van de bedrijfs- en schoolpsychologische beroepspraktijk in Nederland. Hilversum: Verloren. (books.google)

K. Tj. Bos, L. M. C. M. Cremers-Van Wees en E. Lugthart (1996). Selectie en verwijzing in de eerste fase voortgezet onderwijs. Leerwegen, keuze- en selectiemomenten en begeleiding van het keuzeproces. Enschede: OCTO. Deel 1: Uitkomsten. Deel 2: Schoolportretten. isbn 9036508487. (246, 44 + 346 bladzijden) Het rapport zal lastig te vinden zijn; de KB heeft een exemplaar in depot. Excuus: de KB mist deel 1.

H. Uiterwijk en T. Vallen (1997). Onderzoek naar bias voor allochtone leerlingen in de Cito-Eindtoets Basisonderwijs. Pedagogische Studiën, 74, 21-32.

Marian Van Dyck (Red.) (1997). Toegankelijkheid van het Nederlandse onderwijs. Studies Den Haag: Onderwijsraad.

Gaillard, J-M. (1997). Le temps du 'certif' : oh ! les beaux jours? Le Monde de l'Éducation, janvier 1997, 12-13.

Cor Sluijter (1998). Toetsen en beslissen: Toetsing bij doorstroombeslissingen in het voortgezet onderwijs. Proefschrift Universiteit van Amsterdam. pdf

Centraal Bureau voor de Statistiek (....). Documentatierapport Voorgezet Onderwijs Cohort Leerlingen (VOCL) 1999V4. pdf

H. Kuyper, M.P.C. van der Werf, M.J. Lubbers (2000). Motivation, Meta-Cognition and Self-Regulation as Predictors of Long Term Educational Attainment. Educational Research and Evaluation, 6, 181-205. abstract

Greetje van der Werf (2002). Het succes van de middelbare scholier. Het interne rendement van het voortgezet onderwijs. Didaktief & School, nr. 6, juni 2002, 30-32. Rapport: M. P. C. van der Werf, M. J. Lubbers, en H. Kuyper (2002). Rendementsanalyses VOCL '89: het intern rendement van het voortgezet onderwijs. Groningen: GION.

H. Kuyper, M.P.C. van der Werf (www). Inventarisatie van het verloop van leerlingstromen in het voortgezet onderwijs. pdf

Marleen van der Lubbe, Norman Verhelst, Ton Heuvelmans en Gerrit Staphorsius (2005). Verslag van een onderzoek naar de toelating van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Cito. pdf

Lieke Stroucken, Dick Takkenberg, en Anton Béguin (2008). Citotoets en de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Sociaaleconomische trends, 2e kwartaal. pdf



Onderwijsraad (2010). Vroeg of laat. Advies over de vroege selectie in het Nederlandse onderwijs. pdf



H. G. van de Werfhorst (2011). Selectie en differentiatie in het Nederlandse onderwijsbestel. Gelijkheid, burgerschap en onderwijsexpansie in vergelijkend perspectief. Pedagogische Studiën, 88, 283-297. pdf op website auteur



Onderwijsraad (2005). Betere overgangen in het onderwijs. Adviezen voor het verminderen van voortijdige schooluitval en het verkrijgen van een hoger opleidingsniveau in Nederland. pdf

H. Uiterwijk and T. Vallen (2005). Linguistic sources of item bias for second generation immigrants in Dutch tests. Language Testing, 22, 211-234.

Fred Verbeek, Edith van Eck, Marjan Glaudé, Guuske Ledoux en Eva Voncken (2005). Bruggen bouwen voor leerloopbanen. SCO Rapport 740. pdf

E. H. de Bruyn en G. W. Meijnen. (2005). De brugperiode in het algemeen vormend onderwijs. Amsterdam: SCO-Kohnstamminstituut. [niet gezien] [geen online versie op site van SCO-Kohnstamm Instituut]

H. Luyten (2004). Succes in het voortgezet onderwijs: Capaciteiten, inzet of achtergrond? Pedagogische Studiën, 81, 151.

H. Luyten en R. Bosker (2004). Hoe meritocratisch zijn schooladviezen? Pedagogische Studiën, 81, 89-103.

L. Mulder, J. Roeleveld, I. van der Veen en H. Vierke (2005). Onderwijsachterstanden tussen 1988 en 2002: ontwikkelingen in basis- en voortgezet onderwijs. ITS/SCO-Kohnstamm Instituut. pdf

Geert Driessen (2005). De totstandkoming van de adviezen voortgezet onderwijs: invloeden van thuis en school. Pedagogiek, 25, 279-298. pdf

Geert Driessen (2006). Het advies voortgezet onderwijs: is de overadvisering over? Mens en Maatschappij, 81, 5-23. summary

G. Driessen, J. Doesborgh, G. Ledoux, M. Overmaat, J. Roeleveld en I. van der Veen (2006). Van basis- naar voortgezet onderwijs. Voorbereiding, advisering en effecten. ITS/SCO-Kohnstamm Instituut. pdf

Cito: Toelatingstoets lwoo en pro http://www.cito.nl/vo/toelatingstoets/eind_fr.htm

H. Kuyper en M.P.C. van der Werf (2007). De resultaten van VOCL'89, VOCL'93 en VOCL'99: Vergelijkende analyses van prestaties en rendement. Zie site of document pdf

Geert Driessen, Peter Sleegers en Frederik Smit (ingediend, 2007). The transition from primary to seondary education: Meritocracy and etnicity. European Sociological Review

Guuske Ledoux en Lia Mulder (2008). Schakelklassen effectief. Didaktief, 38 #9, 28-29.

December 2008: schoolprestaties 2008 zijn doorzoekbaar op de website van Trouw.

Roel van Elk, Marc van der Steeg, Dinand Webbink (2009). The effect of early tracking on participation in higher education. Centraal Planbureau. pdf


Historisch

Er zit zeker een historische dimensie in het thema aansluiting bo-vo, laten we zeggen na WO II: kwaliteit en kwantiteit van de doorstroming naar vervolgonderwijs, sociale mobiliteit. Er zijn ongetwijfeld een vijftigtal publicaties die zo'n historische schets geven. Het zou aardig zijn daar een overzicht van te geven, met een analyse in de veranderingen in maatschappelijke, politieke en wetenschappelijke visie op de groeiende deelname aan onderwijs, de mate waarin leerlingen terechtkomen in het vervolgonderwijs dat bij hun belangstelling en capaciteiten past, sociale mobiliteit, en veranderingen in de sociale structuur zelf van de samenleving (ontzuiling). Ik heb iets dergelijks eens gedaan voor de voorloper van de Onderwijsraad en voor OC en W, samen met Jaap Dronkers, maar dan voor het hoger onderwijs: html


W. H. Brouwer (1951). Selectie en schoolsucces. Mededelingen van het Nutsseminarium voor Paedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam ; No. 50. Gedeeltelijk overdr. uit: Paedagogische studiën ; jrg. 28 (1957), no. 2. 91 p.

W. J. Pouwelse (1993). Haar verstand dienstbaar aan het hart. Middelbaar onderwijs voor meisjes, debatten, acties en beleid 1860-1917. Proefschrift Leiden. Uitgeverij Het Spinhuis.

F. Roels en Joh. van der Spek (1921). Handleiding voor psychologisch onderzoek op de school. 's-Hertogenbosch: Malmberg.

G. Révész (1927). De schifting van leerlingen voor de middelbare scholen en de resultaten op de hoogere-burgerscholen. Kritische en statistische bijdrage ter aanvulling van mijn geschrift 'De overgang van het lager naar het middelbaar onderwijs.' Groningen: Wolters. 47 blz brochure

De Commissie van Onderzoek en Advies inzake de aansluiting van lager en voortgezet onderwijs, benoemd door burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage (1928). De aansluiting van lager en voortgezet onderwijs. Groningen: Wolters.



B. A. Prinsen (1935). Intellectmetingen bij kinderen. Bijdrage tot een vergelijkend onderzoek van stad en platteland. proefschrift Utrecht.



William McClelland (1942/1949). Selection for secondary education. University of London Press. 3rd impression of original text

H. W. F. Stellwag (1955). Selectie en selectiemethoden. Een inleidende studie in het aansluitingsvraagstuk L.O. en V.H.M.O. Groningen: J. B. Wolters.

Nuttin, J. ; Swinnen, K. (1956). Overgang naar het middelbaar onderwijs. Leuven (Louvain), Universitaire Uitgaven, [1956]. [ Niet in UB Leiden, nog niet gelocaliseerd]

Sies Wiegersma (1959). Belangstellingsonderzoek bij de differentiatie na de lagere school. Proefschrift Amsterdam (promotor: A.D. de Groot).

De selectie en ontwikkeling der meer begaafden. Een goede doorstroming van begaafdheden naar intellect, technisch vermogen en karakter, een eis van de moderne democratie. Rapport van de 12de studieconferentie, november 1962. Stichting Werkcomité voor Opvoeding tot Democratie. (i.a. Van Heek, Het begaafdheidsprobleem als opgave voor de democratie. 41-52; Rutten, Het nationale aspect voor Nederland, 61-72; de Coster, Het nationale aspect voor België, 73-88)



S. Wiegersma, M. Swiebel , M. Groen en I. Dommerholt (zonder jaar; 1963?). School en toekomst - Beelden van de ontwikkelingsgang van kinderen gedurende de puberteit. Haarlem: De Toorts.


Philip Max van der Heijden (1953). Begaafdheid en beroep. Een psychodiagnostische en sociaal-psychologische studie. Groningen: Wolters.



Sies Wiegersma (1959). Belangstellingsonderzoek bij de differentiatie na de lagere school. Proefschrift Amsterdam.


Het proefschrift gaat natuurlijk vooral over de Nederlandse versie van de BeroepenInteresseTest (BIT). Daarnaast bevat het een schat aan informatie over de overgang van basisonderwijs naar beroep. Wiegersma overschat de waarde van BIT, zoals hij in zijn afscheidsrede (UvA) in algemene zin over dit soort instrumenten constateert.=



James S. Coleman (1965). Adolescents and the schools. Basic Books.



A. A. van Wijnkoop (1965). Verder leren. Een sociologisch onderzoek naar de differentiële deelneming van sociale milieus aan de diverse schoolsoorten van voortgezet onderwijs. Groningen: Wolters. proefschrift Universiteit van Amsterdam, met stellingen.< Ook uitgegeven door Wolters, in de Mededelingen van het Nutsseminarium voor Pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam (#71).



A. Dirkzwager (1966). Intelligentie en schoolprestaties. Een empirisch onderzoek. Amsterdam: Swets & Zeitlinger. Proefschrift.

Coetsier, L. e.a. (1966). Analyse van en predictiemogelijkheden met een differentiele geschiktheidsbatterij voor de overgang van het lager naar het secundair onderwijs. Mededelingen van het Laboratorium voor Toegepaste Psychologie en de Dienst voor Studieadvies bij de Rijksuniversiteit te Gent.

M. Groen (1967). De voorspelbaarheid van schoolcarrières in het voortgezet onderwijs. Groningen: Wolters.

Lang, G. (1968). Het gebruik van schoolkeuze-adviezen. Een bijdrage tot de evaluatie van het school- en beroepskeuzewerk. proefschrift Universiteit van Amsterdam.



D. D. Fillis (1969). Sex differences and the individual school in the prediction of success and failure in the first year of secondary school. dissertation University of Amsterdam.

N. Deen (1969). Een halve eeuw onderwijsresearch in Nederland. Groningen: Wolters-Noordhoff. (ook als Proefschrift Uva / Mededelingen nr 76 Nutsseminarium)

Bos, D. J. (1974). Schoolkeuze-adviezen. Resultatencontrole na vijf jaar.. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam (proefschrift). Den Haag: Mouton.

J. L. Peschar (1975/1987). Milieu, school, beroep. Een achteraf-experiment over de periode 1958-1973 naar de invloed van het milieu op school- en beroepsloopbaan. Proefschrift Groningen.

T Kuiper (1930). Maatschappelik milieu, algemene intelligentie en de selectie voor het middelbaar onderwijs. Pedagogische Studiën, 51, 1974 (herdrukt), 23-27. "Dit artikel verscheen eerder in Mensch en Maatschappij, september 1930 en als no. 13 in de Mededelingen van het Nutsseminarium voor Paedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam." "Samenvattend komen de tot de volgende conclusies: I. Uit vorige onderzoekingen is gebleken, dat de testeerbare intelligentie en ook de schoolpraestatie in de lagere maatschappelijke milieu’s over ’t geheel genomen minder is; er zijn echter zeer belangrijke afwijkingen. II. De uitkomsten van het nu gepubliceerde onderzoek zijn hiermede niet in strijd. Er blijkt echter, dat de lagere milieu’s over het geheel genomen slechts die leerlingen naar de M.S. zenden, die door grotere begaving de nadelen van hun maatschappelike omstandigheden weten te compenseren: zij staan in rapportcijfers en bevordering niet of nauwliks bij hun medeleerlingen ten achter.

Jan Brands (1992). Die hoeft nooit meer wat te leren. Levensverhalen van academici met laaggeschoolde ouders. Nijmegen: SUN. isbn 9061683696

M. J. Koornstra (1983). Vergelijkbaarheid van testreeksen voor plaatsingsadviezen ten behoeve van LBO, IBO en VBO. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 8, 66-84.


Anne West, Eleanor Barham & Audrey Hind (2011): Secondary school admissions in England 2001 to 2008: changing legislation, policy and practice, Oxford Review of Education, 37:1, 1-20. abstract



Jong, Mart-Jan de (1987). Herkomst, kennis en kansen. Allochtone en autochtone leerlingen tijdens de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs. Amsterdam: Swets & Zeitlinger. [niet gezien; proefschrift?]



Lang, G. (1968). Het gebruik van schoolkeuze-adviezen. Een bijdrage tot de evaluatie van het school- en beroepskeuzewerk. proefschrift Universiteit van Amsterdam. ex-POW exemplaar. Het gaat in dit onderzoek om van alles en nog wat rond de advisering en opvolging daarvan, maar dus niet over de voorspellende geldigheid.



Blok, H., & W.E. Saris, Relevante variabelen bij het doorverwijzen na de lagere school; een structureel model. TOR 1980, 5, 63- . 'studieresultaten model'



Bos, D.J. (1974). Schoolkeuze-adviezen. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam (proefschrift). '98 Er is ook een handelseditie: Den Haag: Mouton en co, 1974. Conclusies zijn ondoorzichtig geformuleerd. 50% van de adviezen komt oveeen met het resultaat na vijf jaar, maar wat beteeknt dat precies? Vgl. wat ik in 1977 heb geschreven in Toegankelijkheid: dat over voorspellende waarde van de Cito-toets eigenlijk niets bekend is. Bos geeft in dit proefschrift wel resultaten, maar zou dat kunnen kwalificeren als een onderzoek naar validiteit? De periode is in ieder geval interessant genoeg.



Coetsier, L. e.a. (1966). Analyse van en predictiemogelijkheden met een differentiele geschiktheidsbatterij voor de overgang van het lager naar het secundair onderwijs. Mededelingen van het Laboratorium voor oegepaste Psychologie en de Dienst voor Studieadvies bij de Rijksuniversiteit te Gent. '99



Derriks, M., De Kat, E., & Deckers, P. (1995). Schoolkeuzemotieven van kinderen bij de overgang bo/vo. Amsterdam: SCO-KI. Een beschrijvende studie: nl. wat zijn die motieven, en schuiven die nog wat op naarmate het moment van moeten beslissen nadert. Geen poging om die motieven te valideren, maar zolang je dat niet doet blijft het geklets over wat mensen zeggen en doen, zonder daar werkelijk wijzer van te worden. Zie ook het GION-onderzoke van Reezigt et al., en het OCTO-onderzoke van Klaas Bos et al.



M. Groen (1967). De voorspelbaarheid van schoolcarrières in het voortgezet onderwijs. Groningen: Wolters. [Enkele longitudinale studies van vijftiger-jaren groepen; proefschrift, promotor A. D. de Groot; gebruikt o.a. Cronbach & Gleser (1965) als methodologische basis]



Jong, Mart-Jan de (1987). Herkomst, kennis en kansen. Allochtone en autochtone leerlingen tijdens de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs. Amsterdam: Swets & Zeitlinger. [niet gezien]



Nisbet & Buchan (1959). The long-term follow up of assessments at age eleven. BrJEdPs 29, 1-8.



Parry, J., & Bloch, M. (Eds.) (1989). Money & the morality of exchange. Cambridge: Cambridge UP. (Waarom: het boek gaat over verschillende betaalmiddelen in verschillende tijden en culturen. Cijfers zijn als betaalmiddel te beschouwen, althans leraren hebben die neiging cijfers zo te hanteren. Daarmee is het ruilmiddel-paradigma ook van toepassing op cijfergeven in het onderwijs.).



Eeden, Pieter van den Eeden, Uulkje de Jong, Pjotr Koopman, & Jaap Roeleveld (1993). Schoolloopbanen in Amsterdam. Swets & Zeitlinger. isbn 9026512945 — 181 pp. paperback, Ik wil deze niet te kop aanbieden.

abstract




Blok, H., & W.E. Saris, Relevante variabelen bij het doorverwijzen na de lagere school; een structureel model. TOR 1980, 5, 63-82. abstract




Henk Blok en W. E. Saris (1980). Relevante variabelen bij het doorverwijzen na de lagere school; een structureel model. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 5, 63-79. http://www.vorsite.nl/nl/archief-ps/ scan




P. Groeneboom, J. Hoogstraten, G. J. Mellenbergh & van J. P. H. Santen (1978). Relevante variabelen bij het doorverwijzen na de lagere school; een correlationele analyse. Tijdschrift voor Onderwijsresearch, 3, 262-280. http://www.vorsite.nl/nl/archief-ps/ online




Overgangen en aansluitingen in het onderwijs. Deelrapportage 2: empirische studie naar de cognitieve en niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen rondom de po-vo overgang. M. van Rooijen, H. Korpershoek, J. Vugteveen, A.C. Timmermans, M.-C. Opdenakker. GION Onderwijs/Onderzoek Projectnummer: NRO-ProBO 405-14-402 April 2016 pdf




abstract




abstract




abstract




2 oktober 2016 \ contact ben apenstaartje benwilbrink.nl  

Valid HTML 4.01!   http://www.benwilbrink.nl/literature/aansluitingbovo.htm http://goo.gl/gcRV9