de Lotery de Lotery




illustratie: omslag van door Verloren in Hilversum uitgegeven studie over loterijen site. De auteurs laten zien hoe de wortels van de staatsloterij liggen in de oplossing van een verdelingsprobleem op de martk van Brugge: wie mag er een kraam plaatsen? Een numerus-fixus uit de middeleeuwen.


The illustration is the cover of a study on lotteries in the Netherlands site. Lotteries to collect money for the town or the country have their roots in a distribution problem regarding the market in Brugge (Flanders): how to allocate the small number of available places on this market among the merchants? A numerus clausus in the Middle Ages.





Documentatie van de numerus fixus en zijn toelatingsprocedures in het HO, i.h.b. loten — gewogen loten

NB: zie ook de afzonderlijke documentatie over (decentrale) selectie

On the weighted lottery in university admissions in the Netherlands, see my webpage in English here

Ben Wilbrink


doorlopend geactualiseerd




prealabel


Het materiaal bestaat uit parlementaire stukken, rapporten van commissies, publicaties van onderzoekers, adviezen, artikelen in de dag- en weekbladpers, krantenberichten, alles voorzover ook werkelijk in mijn archief aanwezig (tenzij anders aangegeven; van een enkel stuk weet ik van het bestaan, maar beschik ik er niet over). Het archief is wat stukken uit de dag- en weekbladpers betreft redelijk representatief, is mijn indruk. Parlementaire stukken zijn tot en met de opheffing van het COWO in 1986 ook tamelijk volledig, dankzij de zorg van de heer Overre van het Bureau Documentatie van de UvA. Het zou mij verbazen wanneer belangrijke rapporten niet in deze lijst voorkomen. Er zijn wederkerende publicaties zoals jaarverslagen en ook de verlenging van de Machtigingswet van jaar tot jaar, waar ik soms slechts over een enkel exemplaar beschik. Omdat het archief is opgebouwd in de COWO-jaren, ontbreken mogelijk belangrijke stukken en opvattingen uit het veld van het voorbereidend hoger onderwijs. Een kanttekening is ook nodig waar het het hbo betreft: tot voor kort waren hbo-instellingen vrij om de eigen toelating te regelen, waarvan een overzicht is te verkrijgen door de jaarlijkse publicatie over hbo-instellingen op dat punt te raadplegen (met per instelling de toelatingsprocedure, en vaak ook de verhouding tussen aantallen aanmeldingen en toegelatenen). Bovendien zijn er private instellingen en overheidsopleidingen die niet door OCenW worden bekostigd, die (nog steeds) eigen toelatingsregelingen kennen. Een voorbeeld van dat laatste is de zeer scherpe selectie voor de Nederlandse Politieacademie. Over deze sector staan mij weinig bronnen ter beschikking, maar ik ben wel zelf betrokken geweest bij een evaluatie-onderzoek over de selectie voor de NPA (html). Dan is er nog buitenlandse literatuur, waar niet stelselmatig naar is gezocht, maar voorzover aanwezig zijn titels genoemd in het chronologische bestand of in de toegevoegde literatuurlijst.



Veel bronnen zijn moeilijk of in het geheel niet publiek/online beschikbaar. Ik heb mij januari 2021 voorgenomen een goede poging te doen om over de gewogen loting een boek te schrijven, tenslotte ben ik in de unieke positie over heel veel kennis en bronnen te beschikken. Ik zal dat voorbereiden in een serie blogs, over een periode van naar schatting twee jaar. Tegelijk zal ik mijn wat chaotische archief ordenen, en moeilijk toegankelijke bronnen transcriberen en onbeschaamd op deze loten_nf pagina plaatsen. Niet alles is altijd even relevant, dus ik ga wel selectief te werk. Publicaties die ik niet onbeschaamd kan herpubliceren op deze pagina, zal ik samenvatten of er belangrijke citaten uit geven. Een belangrijk archief is Delpher, voor Nederlandse dagbladen tot circa 1990; het is publiek domein, is echt lastig om mee te werken, en dagbladen plegen gescand te zijn vanaf de leggers met als gevolg dat tekst-transcripties deels onbegrijpelijk zijn: van dat materiaal maak ik leesbare teksten aan de hand van mijn eigen knipselarchief of desnoods de scans zelf in Delpher.


Het materiaal is buitengewoon omvangrijk, maar ik moet er meteen de waarschuwing bij geven dat ik niet heb gestreefd naar volledigheid, want dat zou niet menselijk zijn. Alleen al de parlementaire behandeling heeft door de decennia heeft een Mount Everest aan verslagen en wetsteksten opgeleverd, veel daarvan is overigens met enige moeite online te vinden, een belangrijk verschil met het pre-internet tijdperk waarin je maar het geluk moest hebben van een Bureau Documentatie dat bestuurlijke stukken bijhield. Dat 'geluk' is merkbaar in de vele opinies waarvan de auteurs evident geen toegang hebben gehad of maar gezocht tot de relevante stukken.


Nogal wat stukken vallen in de categorie 'het kan toch niet waar zijn dat we niet beter kunnen doen dan gewogen loten, ik zal dat aantonen.' Dat is een ambitie van velen geweest, waaronder politici en bewindspersonen. Grondgedachte lijkt te zijn dat die selectiepsychologen die voor loten pleiten als het gaat om toelating tot numerus-fixusstudies wel heel dom moeten zijn (het 'domme' lot uitgebreid tot de personen die dat bepleiten). So far, so good. Ik zou ook zo beginnen. Maar vervolgens dan toch uitzoeken wat de argumenten zijn waarop die lui tot zo'n tegen-intuitief resultaat komen. In de hitte van het emotionele debat gebeurt evenwel niet dat laatste, maar worden pleitbezorgers voor loten (in deze bijzondere situatie) bestookt met argumenten waarom hun stelling wel dom moet zijn. Dat schiet niet op.

Bovendien is daar de rol van 'deskundigen' aan de orde, omdat in dit ondermaanse sommige deelnemers aan het maatschappelijke debat meer terzake deskundig zijn dan anderen. De minder deskundige deelnemers vinden dat heel vreemd, en accepteren zeker geen verwijten van ondeskundigheid. De aard van de problematiek zelf brengt dan met zich mee dat ook het debat zelf de minder deskundigen niet kan overtuigen van hun minder deskundige positie. Dat zou bij het schaakspel bepaald anders liggen: denken wel mee te kunnen doen op het niveau van de grootmeester, maar dat niet zijn, straft zichzelf onmiddellijk in het spel zelf af. In het debat over toelatingsprocedures is er niet een neutrale scheidsrechter in de vorm van de vooraf afgesproken regels van het spel. Dan kunnen er komische (of beschamende, net hoe men daar naar zit te kijken) situaties ontstaan, waarin een hoogleraar uit Delft een zaal met vooral ook veel selectiepsychologen gaat uitleggen dat hij ontdekt heeft dat de VS een instituut hebben, het ETS, dat perfect in staat is om selectietests voor het hoger onderwijs te maken en te marketen. Het gaat hier natuurlijk om de Duijker-lezing van selectiepsycholoog Pieter Drenth, in de Aula van de UvA, met een hoogleraar-ingenieur en een partijleider-politicus als opposanten (alles gepubliceerd in de NRC, 30-3-1995.). De beleefdheid wint het dan van het harde argument, precies waar een partij schaak geen gelegenheid toe zou geven. Zodoende krijgen bepaalde misvattingen het eeuwige leven, omdat er oppervlakkig gezien respectabele lieden achter staan, die alleen maar een respectabel verschil van mening zouden hebben met een—met alle respect—kleine kaste van zelfbenoemde deskundigen?

Moeten deskundigen het dan voor het zeggen hebben? Nee, natuurlijk niet, zij moeten in het publieke debat wel hun best blijven doen de politici en alle andere betrokkenen uit te leggen wat de belangrijke relaties en feiten zijn in dit dossier. Iedereen is vervolgens nog steeds vrij er een mening op na te houden die afwijkt van wat rationele en empirische analyse oplevert. Het zou voor iedereen heel wat prettiger zijn gewoon te kunnen zeggen dat de uitkomsten van rationele analyse gevoelsmatig niet lekker liggen, en dan het gevoel de doorslag te laten geven. Op zich levert dat ook weer een onderzoekbaar soort situatie op, voor een relevante analogie zie bijvoorbeeld Don A. Moore and Steven L. Blader (2007). Revisiting the Instrumentality of Voice: Having Voice in the Process Makes People Think They Will Get What They Want. paper. pdf. Zoals de titel al suggereert: ik weet rationeel wel dat een sollicitatiegesprek mij geen bijzonder voordeel zal geven boven mijn mededingers, maar het gevoel in beginsel wel invloed te kunnen hebben vind ik wel een erg prettig gevoel. Vandaar liever zo'n gesprek dan loten. Dat is OK, toch? Waar het dan mis gaat, is dat het emotionele argument niet als in zichzelf voldoende wordt beschouwd, dan komen er allerlei meer of minder leuk gevonden argumenten op tafel om het kracht bij te zetten op het rationele vlak. Maar daarmee wint niemand het van de selectiepsycholoog die resultaten van een eeuw van wetenschappelijk onderzoek van valkuilen en drogredenen in de bagage heeft.

Tot zover deze onbescheiden poging voor een kader voor het plaatsen van de literatuur en de knipsels. De problematiek zal altijd wel actueel blijven: deze pagina is, op die met genealogie na, een van de meest bezochte op mijn website.




BC The distribution of property by lot is traceable to ancient times


Encyclopaedia Britannica:

Stewart, R. (1998). Public office in early Rome. Ritual procedure & political practice. Ann Arbor: University of Michigan Press.




1627 'A fair method of division'


Thomas Gataker (1627) (2008 ed. Conall Boyle). The nature and use of lotteries.. Imprint Academic site.




1629 Vernoeming bij lot


C. D. Andriesse (1993/2007). Titan kan niet slapen. Een biografie van Christiaan Huygens. Olympus.




18e eeuw Beroeping bij lot


Sassen, F. (1970). Studenten van de Illustre School te 's-Hertogenbosch 1636-1810. Ter reconstructie van het Album Studiosorum. Amsterdam: Noord-Hollandsche.

Dowlen, Oliver Dowlen (2008). The political potential of sortition. A study of the random selection of citizens for public office. Imprint Academic. isbn 9781845401795 — 264 pp paperback. Table of contentsIntroductionPlates [look this up!]




1854 Ex aequo de beste gymnasiasten? Dan loten


Het Gymnasium te Amsterdam. Verslag cursus 1853-1854. (Bezit van bibliotheek POW).




1862 Geschiedenis van de stads- en staatsloterij


Fokker, G.A. (1862). Geschiedenis der loterijen in de Nederlanden. Amsterdam.




1888 De toevalsfactor in examenuitslagen door de wetenschap uitgelegd

Francis Y. Edgeworth (1888). The statistics of examinations. Journal of the Royal Statistical Society, 51, 599-635. JSTOR read online free

Edgeworth, F. V. (1890) The element of chance in competitive examinations. Journal of the Royal Statistical Society, vol. LëI (1890), pp. 460-75 JSTOR read online free, 644-63 JSTOR read online free




1951 De ethiek van verdeling bij schaarste

 


John Rawls (1951). Outline of a decision procedure for ethics. Philosophical Review, 60, 177-197. Reprinted in Samuel Freeman (Ed.) (1999). John Rawls. Collected papers (pp. 1-19). Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press. pdf




1955 Loterijversjes bij een dorpsloterij


J. J. Woldendorp (1955). Een bloemlezing uit loterijversjes te Zegwaart. In Leids Jaarboekje 1955 Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en omstreken zeven en veertigste deel. (p. 134-136)




1960 Loten voor geneeskunde in Hamburg


Voor toelating tot geneeskunde in Hamburg wordt een lotingsprocedure gebruikt. Zie Thelen (1975).

Tandartsstudenten moeten loten voor universiteit De Waarheid, 7-4-1960. delpher.nl




1961 We weten al dat selectie-aan-de-poort niet zinvol mogelijk is in Nederland


Wanneer zijn selectiepsychologen eigenlijk begonnen met proberen politici duidelijk te maken dat selectie-aan-de-poort niet zo'n goed idee is? Mogelijk 1961: Prof. Jhr Dr. D. J. van Lennep: 'De selektie van de student'. Universiteit & Hogeschool, 8, 82-96.

Dat U&H staat niet online (Google weet echt niet alles). Ik had een paar oude nummers opgeduikeld op een rommelmarkt, of zoiets. Maar dat artikel van Van Lennep had ik nog niet gelezen, en dus niet kunnen gebruiken in al mijn schrijverij sinds 1972 over de numerus-fixus. Jammer.

Van Lennep was hoogleraar clinische en industriële psychologie in Utrecht (het ICIP). (Kent u zijn vier-platen-test?) Personeelsselectie dus. Samen met o.a. De Groot en Snijders had hij in de 50er jaren uitgebreid de studieuitval in Delft onderzocht [Bakker (Red.) (1959) Mislukking en vertraging van de studie. Verslag van een onderzoek verricht aan de Technische Hogeschool te Delft 1953-1957]

Dit artikel is dus vrijwel onvindbaar, ik zal er een paar saillante uitspraken uit citeren. Afgezien van het taalgebruik van die tijd, zouden ze zomaar uit een recent stuk van bijvoorbeeld Pieter Drenth geplukt kunnen zijn https://pieterdrenth.wordpress.com/2013/09/23/loting-in-de-geneeskunde/#more-57.

"Het [eindexamen, bw] onderscheidt volgens wettelijke afspraken alleen tussen toelating of niet, maar zegt niets over de geschiktheid voor de Universiteit. Het is zelfs in hoge mate onwaarschijnlijk, dat het eindexamen ... een bijzonder valide selectiemiddel zou blijken te zijn."

"Ofschoon niemand een eindeloze studievertraging toejuicht, weet iedereen, dat de studieduur door zovele factoren bepaald wordt, dat geen zinnig mens er serieus aan denken zal, om te zeggen dat zij die de studie in een bepaalde tijd volbrengen de meest geschikte studenten zijn."

"Op dit ogenblik echter bestaan er voor de leeftijdsgroep waarom het hier gaat, geen betrouwbare, objectief toetsbrae, psychologische hulpmiddelen om met het oog op deze doelstellingen ['algemeen mentaal niveau', bw.] te selecteren. Het I.Q., een maatstaf die op deze leeftijd van weinig waare isvoor predictie der studieresultaten en dieweinig of niets zegt omtrent de waarschijnlijkheid, dat de candidaat zich in wetenschappelijke zin zal vormen, is op zichzelf genomen een te povere basis voor gerechtvaardigde beslissingen. We moeten niet vergeten, dat naarmate iemands ontwikkeling voortschrijdt, minder waarde gehecht kan worden aan antwoorden op vragen die gebouwd zijn volgens principes van relatief eenvoudige logische relaties, zoals dit het geval is bij onze intelligentietests.

Misschien zulen er stemmen opgaan om bij het zoeken van de criteria ook rekening te houden met de latere beroepsgeschiktheid. Mijns inziens is dit een geheel onbegonnen werk, afgezien nog van het feit, dat de latere beroepsgeschiktheid criteria zou opleveren, die bepaald vreemd zijn en misschien vreemd behoren te blijven aan geschiktheidsnormen voor de universitaire studie zelf. Het is m.i. een dwaling, dat de Universiteit tot taak heeft, latere beroeps-uitoefenaren af te leveren, die voldoen aan het criterium van het maatschappelijk succes. Het slagen of falen in de maatschappij is vooral van factoren afhankelijk, die weinig of niets met het genote onderwijs te maken hebben, of waarop dit onderwijs slechts een zeer geringe invoed kan uitoefenen."

"Er is bepaald geen evidentie aanwezig voor de juistheid van de vooronderstelling, dat er een hoge correlatie bestaat tussen de geslaagdheid in het maatschappelijk leven en het succes in de akademische studie en dit hoeft ons niet te verbazen. Het zou vreemd zijn indien het anders ware, en dit zal ook zo blijven zolang tenminste de voorstanders van het idee om van de universiteiten valscholen te maken niet de overhand krijgen."

"Misschien kan de inspanning [voor het ontwikkelen en uitvoeren van wetenschappelijk verantwoorde selectie, bw] beter worden besteed aan een didaktische ordening en verbeterig van het akademisch onderwijs zelf en aan pogingen en maatregelen om het potentiële maar nog niet benutte intellect, dat in bree lagen van one bevolking nog aanwezig moet zijn, de weg naar de universiteit mogelijk te maken." [NB: voor Van Lennep is ]intellect' bepaald iets anders dan de beperkte intelligentie zoals in intelligentietests geoperationaliseerd]

Hoe Van Lennep denkt over intelligentie is een afzonderlijke blog waard, zeker in contrast met de geharnaste positie van iemand als Luning Prak (IQ tests zijn overal voor geschikt, verschillen in IQ zijn vooral ook erfelijk bepaald, zoiets).




1962 Nederland nog een klassen- en standen-samenleving


B. C. J. Lievegoed (vz) (1962). De selectie en ontwikkeling der meer begaafden. Een goede doorstroming van begaafdheden naar intellect, technisch vermogen en karakter, een eis van de moderne democratie. Rapport van de 12de studieconferentie, november 1962. Stichting Werkcomité voor Opvoeding tot Democratie. 142 pp. brochure




1963 Tijdelijke beperking toelating?


Nationaal Archief 203-205 Totstandkoming van het wetsontwerp inzake tijdelijke beperking van toelating van eerstejaarsstudenten aan de faculteit geneeskunde. 1963-1966 3 pakken In de datering is geen nadere cesuur aan te geven.  203 1963-1965 1963-1965  204 1965-1966 1965-1966  205 1966 1966 webpagina [Dit zijn stukken die in het NA raadpleegbaar zijn, dus niet online beschikbaar]




1965 Geen nf, maar een extra medische faculteit in Rotterdam


DuBois, P.H. (1965). A test-dominated society: China 1115 B.C. - 1905 A.D. Proceedings of the 1964 Invitational Conference on Testing Problems. Princeton.

Voor een artikel over toelating tot nf-studies is een stukje geschiedenis onmisbaar. Let er dan op dat in 1965 of 1966 een numerus fixus voor geneeskunde in de kamer aan de orde is geweest, en verworpen. Voor het departement betekende dat dat er een nieuwe faculteit bij moest komen om al die studenten op te vangen, dat werd Rotterdam.

Nationaal Archief 476 Behandeling van aangelegenheden met betrekking tot de voorbereiding voor de vestiging van de achtste medische faculteit. 1965-1969 1 pak pagina [opvraagbaar, maar dus niet online]

 495 Behandeling van aangelegenheden met betrekking tot de oprichting van de RU. 1959-1970 1 pakpagina [opvraagbaar, maar dus niet online]


  496 Totstandkoming en wijziging van de wet van 15 juni 1966, Stb. 267, houdende voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de vestiging te Rotterdam van een rijksinstelling voor wetenschappelijk onderwijs omvattende de faculteit der geneeskunde alsmede het besluit van 3 januari 1967, Stb. 3, tot uitvoering van deze wet. 1965-1972 1 pakpagina [opvraagbaar, maar dus niet online]


  497 Behandeling van aangelegenheden met betrekking tot de overname van het Dijkzigt ziekenhuis van de gemeente Rotterdam ten behoeve van de medische faculteit. 1966-1971 1 pak pagina [opvraagbaar, maar dus niet online]




1966 Een eerste wetsontwerp


In Nederland stelt minister Diepenhorst in 1966 de mogelijkheid van een numerus fixus voor, maar de Tweede kamer wees het wetsvoorstel af omdat zij het in strijd vond met de vrijheid van studiekeuze.

A, Postma (1995), Handboek van het Nederlandse onderwijsrecht (p. 367). Tjeenk Willink.


Nationaal Archief, Den Haag, Afdelingen Hoger Onderwijs, Hoger Onderwijs en Wetenschappen en het Directoraat-Generaal voor de Wetenschappen van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, (1911) 1918 - 1975, nummer toegang 2.14.58 inventarisnummer 203-205. Totstandkoming van het wetsontwerp inzake tijdelijke beperking van toelating van eerstejaarsstudenten aan de faculteit geneeskunde. archiefplaats (geen scans beschikbaar)




1968 Het revolutiejaar: studenten gaan eisen stellen


Rolf Neuhaus (Hrsg.) (1968). Dokumente zur Gründung neuer Hochschulen. Anregungen des Wissenschatsrates, Empfehlungen und Denkschriften, auf Veranlassung von Ländern in der Bundesrepublik Deutschland in den jahren 1960-1966. Wiesbaden: Franz Steiner Verlag.

Numerus fixus in Leiden? Nee, zegt de rechter
“ .... vonnis van de President van de Rechtbank te ’s-Gravenhage, gewezen op 28 november 1968 met betrekking tot de invoering van een numerus fixus door de faculteit der geneeskunde te Leiden, in de vorm van een vergelijkend propaedeutisch examen. Voor de details zie men het vonnis zelf, N.J. 1968, no. 444 [Nederlands Juristenblad?]. In dit vonnis beval de President de vertegenwoordigers van genoemde faculteit de betreffende regeling in te trekken. Zeer summier gesteld heeft de President dit standpunt ingenomen: wie het propaedeutisch examen aflegt, heeft het recht de verdere universitaire opleiding te volgen.” Bron: Z. Szirmai, Nederlands Juristenblad, 4 september 1971, afl. 30.




1969 In Groningen is selectie 'hot'


Kongresboek '69 Aktie Demokratisering Subfaculteit Psychologie R.U. Groningen.

Hofstee, W. K. B. (1969). Selektie. Inaugurele rede. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.

Tinbergen, J. (1969). Onderwijsplan en numerus fixus. Universiteit en Hogeschool, 16 (3), 189-193. [hardcopy; niet online]

W. K. B. Hofstee (z.d., ws 1969). Individuele verschillen, en averechtse toepassing. (stencil, 8 blz.) Gepubliceerd in Nederlands Tijdschrift v.d. Psychologie. 24 (1969): 482-493. Herdrukt in P. J. van Strien (Red.) (1976). Personeelsselectie in discussie. Meppel: Boom. isbn 9060092201 121-140

Voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten. Gedrukte Stukken, 1969-1970, br. 10327, 1-12. [niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]

Voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten (10 327). Hand. ë 1969-1970, blz. 3108-3125, 3126-3137, 3216-3221, 3261-3262. [niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]

Voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten (10 327). Hand. I 1969-1970, blz. 999-1009. (Aangenomen) [niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]




1970 De Wub, en toelating tot geneeskunde


De links naar resources van de KB zijn dood. In plaats daarvan staan de stukken nu op repository.overheid.nl, dat moet ik og inwerken. 10327 1969-1970 Voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten; pdf

NB: alleen de eerste pagina, helaas.

10327 Nr. 5 4-2-1970 Memorie van antwoord. pdf

10327 Nr. 6. 17-4-1970 Eindverslag pdf

pdf

10327 Nr. 130 (TK) Eerste Kamer Gewijzigd ontwerp van wet. pdf

10327 Nr. 130a 12-6-1970 Eerste Kamer. Eindverslag pdf

10327 Nr. 160. 6-7-1970 Eerste Kamer BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Onderwerp: Toezending Projectenlijst i.v.m. wachttijd pdf

Wet van 1 juli 1970, houdende voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten. Stb. 1970, nr. 348.

Nationaal Archief (zie boven) NL-HaNA, OKW / Hoger Onderwijs, 2.14.58, inv.nr. 212. Totstandkoming van de wet van 1 juli 1970, Stb. 348, houdende voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten. archiefplaats

wachtlijsten
“Voor de medische faculteiten is de kwestie van wachtlijsten geregeld (voor een periode die eindigt uiterlijk op 31 augustus 1974) bij de wet van 1 juli 1979. Stb. 348.” Bron: Z. Szirmai, Nederlands Juristenblad, 4 september 1971, afl. 30.


Nota medisch wetenschappelijk onderwijs. Zitting 1969-1970, kamerstuk 10 309 nr 2. pdf


Voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten. Kamerstuk 10 327.


Nota naar aanleiding van het eindverslag van de vaste Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen omtrent het ontwerp van wet houdende voorzieningen van tijdelijke aard inzake de regeling van de toelating tot het bijwonen van het onderwijs in de faculteiten der geneeskunde van de universiteiten (Ingezonden 24 juni 1970). Gedrukte stukken, Eerste Kamer, 1969-1970, nr. 130b (nr 10.327 Tweede Kamer). [Niet in mijn bezit, nog niet online gezocht.]



Bergenhenegouwen, G. J. (1970). De Nota Posthumus in discussie. Een analyse van standpunten. SISWO Sector Onderzoek Wetenschappelijk Onderwijs & OTO Overlegcommissie Tertiair Onderwijs.

Maurits de Vroede, (1970). Van schoolmeester tot onderwijzer. De opleiding van de leerkrachten in België en Luxemburg, van het eind van de 18de eeuw tot omstreeks 1842. Leuven: Universiteitsbibliotheek.




1971 Wachtlijsten en loterijen? Nee, universiteiten moeten gewoon onderwijs geven


Wachtlijsten tweedejaarsstudenten in de geneeskunde, Stcrt. 1971, 237.

Nationaal Archief  500 Totstandkoming van de wet van 17 januari 1973, Stb. 8, houdende voorzieningen met betrekking tot de vestiging van een RU te Rotterdam, alsmede de besluiten tot uitvoering van deze wet (Wet Rijksuniversiteit Rotterdam). 1971-1973 1 pak pagina [opvraagbaar, maar dus niet online]


 Voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan de Nederlandse universiteitene en hogescholen. (Machtigingswet inschrijving studenten). Gedrukte stukken, 1971-1972, nr 11 830, 1-25. [Niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]

Voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan de Nederlandse universiteitene en hogescholen. (Machtigingswet inschrijving studenten). (11 830). Hand. I, 1971-1972, blz. 1142-1146;1159-1163; 1167-1168. (Zonder hoofdelijke stemming aangenomen) [Niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]

Voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan de Nederlandse universiteitene en hogescholen. (Machtigingswet inschrijving studenten). (11 830). Hand. ë, 1971-1972, blz. 3840-3863; 3914-3930. (Aangenomen) [Niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]

Verslag van een mondeling overleg tussen de vaste Commissie voor Wetenschapsbeleid en Wetenschappelijk Onderwijs en de Minister zonder Portefeuille, belast met het Wetenschapsbeleid en Wetenschappelijk Onderwijs, over de beperkende maatregelen, die aan verschillende universiteiten zijn genomen ten aanzien van de aantallen eerstejaarsstudenten. Gedrukte stukken, 1971-1972, nr. 11.592, 1. [Heb ik zelf dit stuk?]

Wetenchappelijk onderwijs. Toestroming van studenten indammen. Beperking aantal leerstoelen en specialisaties. (Betreft herwaardering overheidsuitgaven). Niet in het regeerakkoord vastgelegde afspraken. Gedrukte stukken, 1971-1972, nr. 11 745, 1, blz. 2. [niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]. Zitting 1971-1972 - 11 592 nr 1 (1 november 1971) statengeneraaldigitaal.nl pdf

Aad Hazewinkel (28 oktober 1971). Selektie van studenten. rapport Afdeling Onderwijs-Research, Medische Faculteit Rotterdam, mei 1971 (2e versie) [zie ook transcriptie van het voorwoord, hierbeneden] Een uitgebreidere versie in Jos de Mulder Red.) (1974). 'Selektie van studenten' p. 176-191. (met reactie van Begeer, p. 192-197). volledige transcriptie (zonder de reactie van Begeer).

Beperkende maatregelen, die aan verschillende universiteiten zijn genomen ten aanzien van de aantallen eerstejaarsstudenten. Zitting 1971-1972 - 11 592 nr 1 (1 november 1971) [De Brauw stuurt verslagen van plaatsingscommissies. Nedergelegd in de bibliotheek, ter inzage voor de leden van de Kamer] pdf

DeWitt, Laurence B. (1971). A lottery system for higher education. Notes on the Future of Education, volume 2 issue 3, summer 1971, 9-12. A publication of the Educational policy Research Center at Syracuse.

Volkskrant (9 september 1971). Studentenstop is onwettig. Minister waarschuwt alle universiteiten. Delpher

Groenman, Sj. (28 september 1971). Overmacht rechtvaardigt studierem. Utrechts rector magnificus prof. Groenman antwoordt prof. Szirmai. NRC Handelsblad. Delpher


De rector magnificus van de universiteit van Utrecht, prof. dr. Sj. Groenman reageert in bijgaand artikel op een samenvatting van een artikel van prof. dr. Z. Szirmai in het Nederlands Juristenblad zoals verschenen in NRC-Handelsblad van 15 september j.l. Prof. Szirmai stelt daar de vraag of wat hij studentenstop noemt niet in strijd is met de bestaande wetgeving.


prof. dr. Sj. GROENMAN


De voor een buitenstaanpiet geheel duidelijke berichtgeving over de beperkende maatregelen die aan een aantal universiteiten zijn genomen met betrekking tot het toelaten tot het onderwijs van in 1971 voor het eerst ingeschreven studenen brengt mij ertoe, evenals blijkbaar prof. Szirmai in het Ned. Juristenblad, een paar, naar ik hoop, verhelderende mededelingen te doen.


Het mag als bekend worden verondersteld, dat minister De Brauw, hoezeer ook overtuigd van de noodsituatie die hier en daar heerst, de instellingen voor wetenschappelijk onderwijs verzocht heeft niet vooruit te lopen op maatregelen die van zijn departement te verwachten zijn. Wat de instellingen gedaan hebben acht hij ongecoördineerd en nog niet gedekt door wettelijke voorzieningen.

Nu zijn de instellingen voor wetenschappelijk onderwijs als bestuurlijke eenheden, uitzonderingen daargelaten, geen koplopers bij het inbreuk maken op de wet. Ook de minister weet dit. In zijn antwoord aan het Kamerlid Masman maakt hij er dan ook melding van, "dat de faculteiten - niet geheel onbegrijpelijk - uitgaan van hun wettelijke verantwoordelijkheid voor de handhaving van een verantwoord onderwijs- en onderzoekniveau".

In feite zijn minister en instellingen het roerend eens, alleen de minister zit er tegenover de volksvertegenwoordiging ook maar mee. In dit licht moet men ook de mededeling van het ministerie zien, dat er zich "omstandigheden (kunnen) voordoen waarin het noodzakelijk wordt een grens te trekken". Dat het recht tot inschrijving als student recht geeft op het volgen van onderwijs is ook naar het oorleel van het departement geen onaantastbare zaak.

In eerste instantie lijkt het wettelijk eenvoudig te liggen, omdat volgens de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs de ischrijving wèl het recht op onderwijs zou impliceren (art. 77 lid 1). Art. 4 perkt echter dit recht in. Het recht zou slechts kunnen worden geëffectueerd voorzover, naar het oordeel van curatoren, de aard of het belang van het onderwijs of van de inrichting zich daartegen niet verzet (art. 77 lid 4). Hoewel hier duidelijke vingerwijzing ligt laat ik dit punt hier rusten.

Het is mij bekend, dat ook anderen dan prof. Szirmai er niet zeker van zijn, dat curatoren hiermee het recht zouden hebben verkregen om studenten van practica, in welke studierichting dan ook, uit te sluiten. Het lijkt mij verstandiger uiteen te zetten hoe nu de situatie is aan de universiteit te Utrecht, waar de meeste maatregelen zijn getroffen met betrekking tot de aankomende studenten.

Op zichzelf is dat ook niet verwonderlijk, omdat Utrecht, met Amsterdam, de grootste aantallen studenten heeft, en juist in Utrecht de toeloop exorbitant groot is geweest bij de jongste inschrijving.


Studentenstop


Wat is er nu precies gebeurd? De buitenwacht spreekt bijzonder gemakkelijk van "studentenstop", terwijl de werkelijkheid er anders uitziet. Vooreerst wordt namens de rector een ieder die daartoe gerechtigd is, ingeschreven. Als er nu alleen hoorcolleges zouden worden gegeven zouden er verder nauwelijks problemen zijn.

De moeilijkheden komen evenwel bij de practica en de werkgroepen. Op de practica is eenvoudig slechts een beperkt aantal plaatsen aanwezig. Werkgroepen zijn krachtens hun aard klein. Hier wordt in kleine kring de stof doorgenomen. In de sociale wetenschappen kan men daarbij denken aan het gezamenlijk kritisch beluisteren en bespreken van bandopnamen, aan het doornemen van statistische problemen.

Werkgroepen dienen ook vaak ter ondersteuning van grote hoorcolleges. De individuele student wordt hier nauw bij het onderwijs betrokken. Hij produceert voor de werkgroepen werkstukjes, die gezamenlijk worden besproken.

Zolang er voldoende staf aanwezig is kan het aantal werkgroepen onbeperkt worden uitgebreid. De werkelijkheid is evenwel anders. Voor deze intensieve onderwijsmethoden komen de universiteiten al sinds geruime tijd stafleden te kort, en de minister heeft nu doen weten, dat er voor 1972 geen uitbreiding van de staf te verwachten valt, ondanks het feit, dat de toevloed van studenten nooit zo groot is geweest als dit jaar.

Hierbij kan nog worden aangetekend, dat de intensieve onderwijsmethoden ouder zijn dan men doorgaans denkt. Alleen was de organisatie ervan anders. Vroeger kende men repetitoren, die buiten de universitaire staf opereerden. Vele bekende Nederlanders hebben na het beëindigen van hun studie een tijd lang hun brood verdiend met het beroep van repetitor. Deze situatie is inmiddels grondig veranderd. De vroegere repetitoren - betaalbaar alleen voor de bemiddelde student - zijn nu in de universiteit als Wetenschappelijke medewerkers geïncorporeerd.

Als nu een student op een wachtlijst wordt geplaatst betekent dat voor hem geen uitsluiting van het onderwijs, maar wel dat hij de ondersteuning van de werkgroepen moet missen. Hij zal, gelijk vroeger, in de eerste plaats op zelfwerkzaamheid zijn aangewezen. Het is evenwel duidelijk, dat er een categorie studenten is die op basis van uitsluitend zelfwerkzaamheid minder beslagen ten ijs komt bij het afleggen van (meestentijds nu schriftelijke) tentamens. En als hij niet kan worden toegelaten tot de practica op de laboratoria loopt hij vast.


In feite


De minister signaleert voor Utrecht beperkende maatregelen in de diergeneeskunde, de rechtsgeleerdheid, de pedagogiek, de androgogiek, het Nederlands en de geschiedenis. Ik zal ze stuk voor stuk behandelen. p>Bij de diergeneeskunde heeft men zich al enige maanden voor de grote vakantie kunnen aanmelden. Er is inderdaad voor het beperkte aantal plaatsen geloot. Er is nu een kleine wachtlijst. (10-20 personen; het aantal vermindert omdat daarvan telkens iemand een andere bestemming zoekt.) Er is hier sprake van overmacht.

Hier doen zich de omstandigheden voor waarop het ministerie doelt, als het zegt dat omstandigheden zich kunnen voordoen dat er een grens moet worden getrokken.

Bij de rechtsgeleerdheid en de geschiedenis heeft men een scheiding gemaakt tussen studenten die het intensieve onderwijs kunnen volgen (hetzij op basis van "wie het eerst kwam het eerst mag malen", hetzij op basis van loting) èn studenten die aangewezen zijn op hoorcolleges. Dergelijke "bulkcolleges" werden bij de rechtsgeleerdheid al eerder ingevoerd dan voor de nu begonnen cursus.

Bij de geschiedenis wordt getracht om aan degenen die alleen hoorcolleges kunnen volgen toch ondersteuning te geven met enige zg. responsiecolleges en met een stoomcursus aan het begin van het tweede jaar, nadat er eerst een toets heeft plaatsgevonden. (41 studenten t.o. 46 in het "normale" programma.)

Wat in beide studierichtingen heeft plaatsgevonden is stellig geen "studentenstop". Men kan staande houden, dat hier niet anders is gebeurd dan dat de studieleiding teruggevallen is op het vroegere systeem van alleen maar hoorcolleges, waarmee tal van afgestudeerden groot geworden zijn.

Bij de pedagogiek is het aantal zg. uitgelotenen gering (19). Getracht wordt hiervoor een oplossing te vinden. Bij het Nederlands gaat het om ruim 10 studenten, die evenwel aan andere universiteiten, waar de toeloop veel geringer was, gemakkelijk kunnen worden geplaatst. De andragogiek is een apart probleem, waarop ik terugkom.

Er blijft na dit alles van een "studentenstop" niet zo heel veel over. De Utrechtse universiteit heeft gedaan wat zij kon. De situatie is benard, maar er is begrip voor de problematiek van de individuele student. Vandaar ook dat de Utrechtse Senatus Contractus (de kleine, frequent bijeenkomende Senaat) de brief van de minister voor kennisgeving heeft aangenomen.


Andragogiek


Nu de andragogiek. Het gaat hier om een voor dit jaar geheel nieuwe studierichting die opleidt voor functies op het terrein van de welzijnsbehartiging ten behoeve van volwassenen (buurthuiswerk, opbouwwerk, volkshogeschoolwerk e.d.).

Nu is het zo, dat een nieuwe studierichting, die haar vorm nog moet vinden, met kleine aantallen studenten moet beginnen. Dit beginsel is ook toegepast bij de inrichting van een nieuwe sub-faculteit voor psychologie in Tilburg, bij de medische opleiding in Rotterdam (met numerus fixus), bij de Technische Hogeschool Twente.

Aan welke aantallen moet men dan denken? Toen de sociologie na de oorlog van de grond moest komen, werd er begonnen met 10 studenten. Jarenlang vond men 20 een redelijk aantal, en een jaar van wat meer dan 30 was een flink jaar. Toen er 50 kwamen sprak men van veel eerstejaars en nu zijn er in Utrecht al enige jaren 200

Een dergelijke groei kon worden opgevangen door uitkristallisering van het studieprogram en door een geleidelijke uitbreiding van de staf. De nu beginnende andragogiek heeft welgeteld een staf van één lector en vier wetenschappelijke medewerkers. Het zou het beste zijn, dat men in de experimentele fase niet meer dan 30 studenten zou aannemen.

Volgens geldende normen (staf-studentenratio) zouden het er 60 of 70 kunnen zijn. In aanmerking genomen, dat deze studie in de beginfase verkeert is het aanbod om 60 studenten aan te nemen genereus te noemen. Er hebben zich evenwel 120 studenten aangemeld. En daarmee is de noodzaak tot beperkende maatregelen geboren.

De minister kan geen extra stafleden geven, wat overigens wel niet zou helpen, omdat in deze nieuwe studierichting deze mensen, liefst met een flinke ervaring, niet te vinden zijn. De explosie bij de andragogiek is in feite, en geheel onverwacht, de sterkste frontale aanval op het onderwijs en het onderzoek aan de Utrechtse universiteit, waarvoor de docenten "hun eigen wettelijke verantwoordelijkheid" hebben, om de minister maar weer te citeren. Hier is gewoon sprake van overmacht.


Opgebroken weg


In het artikel in de NRC/Handelsblad van 15 september jl. worden op gezag van prof. Szirmai allerlei maatregelen genoemd als parallelle voordrachten, het geven van leer- en examenbevoegdheden e.d. In alle eerbied gezegd: zij slaan als een tang op een varken.

Men kan nu eenmaal niet het aantal onderwijsuren van de wetenschappelijke staf vergroten om werkstukken na te kijken, om in kleine groepen de stof te bespreken, om tentamens na te kijken. En over examen- en leerbevoegdheden maken wij ons al lang niet meer druk. Ieder staflid in vaste dienst bezit overigens die bevoegdheden nu al volgens de wet.

Stafleden weten ook al lang, dat zij het wetenschappelijk werk op hun buik kunnen schrijven en dat zij zich voor de komende jaren haast uitsluitend aan het onderwijs zullen moeten wijden. Als er beperkende maatregelen worden getroffen, doen de universitaire staven dat niet voor hun plezier.

Het universitaire jaar is nu begonnen. De studenten die verwezen zijn naar parallelle programma's met de nadruk op zelfstudie zullen het moeilijker krijgen dan hun jaargenoten. Soms zullen zij hun tijd goed kunnen besteden door zich te wijden aan bijvakken. Zo zullen de "uitgelote" andragogen mogelijk proberen om iets te doen aan psychologie, sociologie of wijsbegeerte, maar de eerlijkheid gebiedt hier op te merken, dat deze studierichtingen aan hun eigen studenten al zo de handen vol hebben, dat de moeilijkheden zich hierbij btnnen een paar weken zullen openbaren. Zij werpen hun schaduwen al vooruit. Bij de -"uitgelote" historici ligt dit vermoedelijk gemakkelijker.

Het verhaal is nog niet helemaal compleet, omdat er plaatsingscommissies zijn voor de medicijnen, de tandheelkunde, de biologie en de psychologie. Hier vindt dan de door de minister gewenste landelijke coördinatie plaats met zijn officiële zegen.

Bij de biologie te Utrecht zijn evenwel de moeilijkheden nog niet geheel opgelost, omdat hetgeen geplaatst zou moeten worden de capaciteit overtreft. Landelijk gecoördineerd is uiteraard ook de diergeneeskunde,, eenvoudig omdat er in den lande maar één diergeneeskundige faculteit is, die te Utrecht.

In het licht van het voorgaande is wellicht begrijpelijker geworden waarom op dit moment de Utrechtse universiteit het ongedaan maken van beperkende maatregelen niet voor haar verantwoordelijkheid kan nemen. Zij wijst ook de het gehele jaar doordruppelende na-inschrijvingen (naar schatting 700 studenten voor deze cursus) voor de knelpunt-studierichtingen af.

Om met een beeld te eindigen: men kan zijn rijbewijs hebben, zijn wegenbelasting hebben betaald en toch niet worden toegelaten tot een opgebroken rijweg.

Rosenblatt, J. R., & Filliben, J. J. (1971). Randomization and the draft lottery. Science, 111, 306-308..

Szirmai, Z. (1971). Wachtlijsten. Nederlands Juristenblad, 4-9-1971.

 

Sies Wiegersma (9 november1971). Studentenstudentenstop per noodgeval verwijst naar achterdeuren. NRC Handelsblad. Delpher en transcriptie en annotatie van de drie artikelen, en blog

Wilbrink, B. (1971). Levert selectie in het hoger onderwijs iets op? COWO UvA november 1971. [geen digitale versie beschikbaar, althans nog niet]

Wilbrink, B. (1971). Levert selectie in het hoger onderwijs iets op? Samenvatting en conclusie van een rapport in voorbereiding. COWO UvA november 1971.




1972 Een wettelijke studentenstop met loting


Wet van 6 juli 1972, houdende voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen. (Machtigingswet inschrijving studenten). Stb. 1972, 355. [niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]

Wetsontwerp machtigingswet regeling inschrijving studenten. Stcrt. 1972, 100. (Kamerstuk 11 830). [niet in mijn bezit, nog niet online opgezocht]

Totstandkoming en uitvoering van de wet van 6 juli 1972, Stb. 355, houdende voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan Nederlandse universiteiten en hogescholen (Machtigingswet Inschrijving Studenten). 1971-1974 1 pak


Verslag van de Centrale Commissie Aanmelding en Plaatsing a.s. eerstejaarsstudenten cursusjaar 1972-1973 pdf

Voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan de Nederlandse universiteiten en hogescholen (Machtigingswet inschrijving studenten). Zitting 1971-1972. Kamerstuk 11 830 Nr. 1, 2 Ontwerp van wet statengeneraaldigitaal.nl pdf

Idem, Nr. 3 Memorie van toelichting statengeneraaldigitaal.nl pdf

Idem, Nr. 5 Voorlopig verslag pdf

Idem, Nr. 6 Memorie van Antwoord pdf

Idem, Nr. 7 Bijlage statengeneraaldigitaal.nl pdf

Idem, Nr. 9 Eindverslag Brief ARstatengeneraaldigitaal.nl pdf

Idem, Nr. 10 Nota n.a.v. het eindverslag statengeneraaldigitaal.nl pdf

Idem, Nr. 11 [brief Onderwijsraad] pdf

Idem, Nr. 12 [brief Onderwijsraad] pdf

VRAGEN van de heren Laban (P.v.d.A.) en Masman (P.v.d.A.) betreffende het toelatingsbe- leid bij het h.b.o. (Ingezonden 29 mei 1972.) Aanhangsel tot het Verslag van de Handelingen der Tweede Kamer 3671 pdf

Handelingen Eerste Kamer 4 juli 1972 over de Machtigingswet 11 830

Machtigingswet inschrijving studenten. Staatsblad, 1972 nr 355.




Bastian, H. P. (1972). Zulassungsbeschränkungen zum Studium an wissenschaftlichen Hochschulen. Eine Verfassungsrechtlichen Untersuchung. Diss Heidelberg. Groningen, Utrecht, Nijmegen, CC Den Haag. Niet opgevraagd.

De Tijd, 11 augustus 1972. Studenten loten bij de notaris. Micro-secties en staartnummers. [Een verslag van de eerste keer dat er een landelijke loting wordt gehouden] Delpher MICRO-SECTIES EN STAARTNUMMERS Studenten loten bij de notaris 25 augustus bericht of men mag studeren. Van onze onderwijs redacteur AMSTERDAM. 11 aug. -


Notariskantoor Santen/Lubbers/Dgk/ v. Erk, gevestigd in een ruim grachtenhuis. In een kamer die uitkijkt op een fraaie tuin, heeft prof. P. L. Dyk plaats genomen in een forse stoel, zijn notarisambt waardig. Kandidaat mr. C. van Rietschoten houdt aan het dik eiken tafelblad het oog op een bakje met klepdeksel, waarin tien papiertjes.


De notaris trekt voor diergeneeskunde achtereenvolgens de nummers 9 - 6 - 4 - 0 - 8 - 0 - 1 - 7 - 3 - 2. Merkwaardig dat de vijfde keus iedere keer een 8 is, merkt prof. dr. H. M. J. Scheffer op - maar vlak daarna komt voor de sociale aardrijkskunde het cijfer 8 als eerste uit de bus. Dit is het dan. Eind juni kwam de Machttigingswet Inschrijving studenten door de Tweede Kamer en begin juli door de Eerste. Nu gaat de studentenstop werken. Hoe? Geslaagden die op hun eindexamenlijst gemiddeld 7½ of hoger hadden, mensen die hun militaire dienst hebben vervuld en studenten met een beurs van Suriname of de Nederlandse Antillen, kunnen zó worden toegelaten. Voor de overige gegadigden valt bij vijf studierichtingen aan loting niet te ontkomen.

Het lijkt simpel, maar het blijkt weer eens ingewikkeld te moeten. Eerst tellen om hoeveel mensen het eigenlijk gaat. Van 674 gegadigden voor de tandheelkunde moeten er 435 gaan loten. Het aantal beschikbare plaatsen bij deze studie Is 330. Maar bij de 674 aanmeldingen dienen nog verlate inschrijvingen te worden opgeteld. Dan zal men op rond 700 komen en daarvan moet worden afgetrokken het aantal van degenen die zich uit eigen beweging terugtrekken en aanmelders met een "inadequate vooropleiding" (geen gymnasium of hbs/ atheneum).

Zo blijft er bij de sociale aardrijkskunde uit een groep van rond 650 een lichting van 410 lotelingen over. Beschikbare aantal plaatsen 520; hiervoor komen eerst de mensen met voorrang aan bod en dan de lotelingen. Biologie: ruim 800 aanmeldingen, van wie er 564 gaan loten: beschikbare aantal plaatsen 640. Medicijnen: ruim 3000 gegadigden; 2260 lotelingen; 1690 plaatsen. Diergeneeskunde: rond 275 aanmeldingen; 201 lotelingen; 170 plaatsen.

Het is donderdagochtend. Notaris Van Dijk laat aan de tweede fase van de trekking een verhandeling over lotingssystemen vooraf gaan. Op het Centraal bureau aanmelding en plaatsing eerstejaarsstudenten, vertegenwoordigd door de heer A. Burggraaf, zijn voor de verschillende studies alfabetische lijsten van de gegadigden samengesteld, waar de computer een indeling in 999 "microsecties" bij heeft gemaakt. Daags tevoren is voor elk van de studies die onder de stop vallen, een letter getrokken. Het begin van het proces-verbaal voor een der vijf studierichtingen is hierbij afgedrukt. [weggelaten, want voegt geen essentiële informatie toe, BW]


Willekeurig


Bedoeling van de lettertrekking: de lijst op een willekeurig punt laten beginnen. Voor de sociale geografie werd het E. diergeneeskunde S, biologie X, medicijnen B, tandheelkunde K. Dat betekende, om het laatste geval als voorbeeld te nemen, dat aspirant-student Van Kanten nu als nr. 1 op de lijst kwam en aspirant-student Jutten die één regel hoger stond, het laatste nummer, 435, kreeg.


De tuin ligt in de zon. Van een bouwwerk in de buurt klinkt een drilboor. De heren aan weerszijden van de tafel kijken met een gezicht waaruit zorg voor een nette begrafenis spreekt. Er is gekozen voor een loting, overeenkomend met het systeem dat hypotheekbanken bij pandbrieven toepassen. Het draait om de staartnummers. Na de eerste rangschikking "zal de definitieve lijst van plaatsing worden samengesteld door loting in dier voege, dat achtereenvolgens tien cijfers (nul tot en met negen) worden getrokken". Is het eerste staartnummer een 7 en het tweede een 3, dan begint de definitieve lijst met de namen bij de nummers 7, 17, 27 enz. en daarna 3, 13, 23 enz.

De gehele opzet heeft ten doel tot een willekeurig samengestelde lijst te komen, die men van bovenaf kan doorwerken. Als iemand die zich voor een studie had opgegeven, het laat afweten, komt automatisch zijn a-select gevonden opvolger aan bod.


Correct


Nadat Scheffer, voorzitter van de plaatsingscommissie, de benaming "faculteit" bij de tandheelkunde veranderd heeft gekregen in "subfaculteit" en Burggraaf erop gewezen heeft dat men verwarring van trekkingsbriefjes met een 6 en een 9 kan vermijden door een streep onder de cijfers te zetten, begint om 11.28 u de loting. "Na de kaartjes behoorlijk te hebben dooreengemengd, wordt door mij, notaris, getrokken :7 - l - 0 - 9 - 8 - 2- 5 - 4 - 3 - 6". "Op grond van deze trekking ... "

Daar gaat kandidaat X, met een examenlijst die misschien wat tegenviel, maar echt niet onaardig was. Tandarts wilde hij worden, want er was toch zo'n tekort aan tandartsen. Maar het draait voor hem op een niet uit, want hij zal net op een punt van de lijst terecht komen waar hij dit jaar geen kans meer heeft op toelating. Zo niet kandidaat Y die boven verwachting zowaar z'n einddiploma te pakken kreeg; hij zit door de greep in het bakje juist wel goed: hij mag gaan studeren. "Larmoyant gemeier, want ieder weet dat eindexamencijfers weinig zeggen over het verdere studieverloop. "Na van mijn ambtsstempel te zijn voorzien ...," zegt de notaris. De loting verloopt zo correct als 't maar kan. En bij andere vormen van onderwijs was het allang zo dat de een wel werd toegelaten en de ander niet. Jawel, jawel. Het is alleen even wennen dat dit nu de vertaling moet zijn van wat in de mooie beleidsplannen "optimale ontwikkeling van ieders talenten," en wat al niet meer, heet, 1 - 0 - 6 - 4 - 8 enz. voor de biologie; 8 - 3 - 1 enz. voor de sociale geografie.


Als de vijf studies-met-een-numerus op deze wijze zijn afgehandeld, raken de heren in een zorgelijke discussie over de vraag wanneer de officiële lijst uitgetypt zal kunnen zijn. Omvangrijke taak, luistert erg precies, meer werk voor secretaressen dan voor typistes en uitzendkrachten zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Jhr. Beelaerts van het departement klaagt over een zwaar onderbezette typekamer. De bedoeling is dat op 25 augustus alle belanghebbenden bericht hebben over hoe of wat. In de afwijzingsbrieven zal meegedeeld worden dat de universiteit van Amsterdam buiten de numerus valt. Men heeft daar alleen voor de medicijnen aan de stop willen meedoen. Wie elders, voor zeg biologie, verkeerd loot, kan zich dus nog in Amsterdam melden. "Dat moet er wel bij verteld worden," wordt droog geconstateerd.

"De teerling is geworpen. Toch wel een sneue zaak", zegt de notaris als men uit elkaar gaat.

Adriaan D. de Groot (1972). Selectie voor en in het hoger onderwijs, een probleemanalyse. 's-Gravenhage: Staatsuitgeverij, 1972. Samenvattingen zijn elders wel verschenen: in A. D. de Groot (1982). Academie en forum. Over hoger onderwijs en wetenschap p. 36-48. Meppel: Boom. In Jos de Mulder (1974). Selektie van studenten, achtergronden/effekten OTO. p. 1-29.

Landelijk Overleg van Mediese Aktiegroepen (1972). Zwartboek Studentenstop Medicijnen. [niet in mijn bezit]

Machtigingswet inschrijving studenten. Wet van 6 juli 1972, Stb. 355, houdende de voorzieningen van tijdelijke aard met betrekking tot de inschrijving van studenten aan de nederlandse universiteiten en hogescholen. Stb. 406 (1975), Stb 59 (1985). Voor opsomming van wijzigingen en van de behandeling in de Staten Generaal, zie bv. Schuurman & Jordens' editie Nederlandse Staatswetten, Wetgeving hoger onderwijs. Zwolle; Tjeenk Willink.

Rawls, John (1972). A theory of justice. Oxford University Press.

Trouw 19-10-1972. Apart brugjaar voor uitgelote studenten. Brief aan 1500 studenten.




1973 Blijven we loten?


Historische kamerstukken zijn tegenwoordig online beschikbaar en te vinden op http://www.statengeneraaldigitaal.nl/.


Rapport ministeriële werkgroep selektie. (1973? of 1974?). Bij de memorie van toelichting op het voorontwerp van wet houdende verlenging en wijziging van de machtigingswet inschrijving studenten. Ook afgedrukt: blz. 209-225 in Jos de Mulder (Red.) 'selektie van studenten achtergron / effekten' hoger onderwijs cahiers nr. 13.

Brief Zitting 1972-1973 12274 nr 1 Selectie-procedure machtigingswet inschrijving studenten cursusjaar 1973-1974 (22 februari 1973) dode link [opnieuw zoeken op https://www.archiefweb.eu/?] pdf

Bijlagen (22-2-1973) Zitting 1972-1973 12274 nr 2 Aanbevelingen van de Centrale Commissie Aanmelding en Plaatsing a.s. eerstejaarsstudenten met betrekking tot het te voeren beleid voor het cursusjaar 1973-1974 en volgende jaren. Bijlagen Brief Zitting 1972-1973 12 274 nr 2 (22 februari 1973) pdf

Werkgroep Selectie in verband met de Machtigingswet Inschrijving Studenten. Bijlagen Brief Zitting 1972-1973 12274 nr 2. Bijlage ë blz. 5 en volgende (22 februari 1973) dezelfde pdf p. 5-8

Academische Raad. 21-2-1973. Bijlagen Brief Zitting 1972-1973 12274 nr 2 (22 februari 1973), Bijlage 3, blz. 9 dezelfde pdf blz. 9

Onderwijsraad. Bijlagen Brief Zitting 1972-1973 12274 nr 2 (22 februari 1973), Bijlage 4, blz. 10 dezelfde pdf blz 10

Nationaal Archief  472 Totstandkoming van het KB van 15 juni 1973, no. 7, betreffende vernietiging van het besluit van de universiteitsraad van 16 april 1973, nr. 104 I, inzake het voor geen enkele studierichting aanvragen van een numerus fixus. 1973 1 omslag webpagina toegang [raadpleegbaar, maar dus niet online]

Nationaal Archief  478 Totstandkoming van het wetsontwerp houdende voorzieningen met betrekking tot de stichting van een RU en een academisch ziekenhuis te Maastricht (Wet Rijksuniversiteit Limburg). 1973-1975 1 pak webpagina toegang [raadpleegbaar, maar dus niet online]

K. L. Poll (23-2-1973). Na eindexamen loten voor universiteit. Selectie door de notaris. delpher.nl [Een omvangrijk artikel, vooral ook over het selectierapport van De Groot, die kennelijk door K.L.Poll is ondervraagd]

Wilbrink, B. (1 februari 1973). Kommentaar op de aanbevelingen van de werkgroep Wiegersma. COWO UvA 1 februari 1973. [Advisering tbv de afvaardiging van de UvA naar de Academische Raad.]

De minister stuurt 22 februari 1973 een brief naar de Tweede Kamer, vergezeld van vier bijlagen (Commissie Aanmelding; Werkgroep Selectie; Academische Raad; Onderwijsraad), online beschikbaar (zie hierbeneden). De discussie gaat over de wijze van toelaten voor het tweede jaar dat er een numerus fixus regeling is. Er zijn een paar bijzondere omstandigheden die in de discussie spelen; degenen die in 1972 zijn uitgeloot zijn zwaar getroffen omdat zij pas op het laatst met de numerus fixus werden geconfronteerd, zij zouden in 1973 voorrang verdienen; die voorrang zou eenmalig gegeven kunnen worden, omdat door de overgang van de 5-jarige HBS naar het 6-jarige atheneum er minder toestroom tot het universitair onderwijs zal zijn. In de Werkgroep selectie zitten o.a. Wiegersma, De Groot en De Moor. De opstelling van de werkgroep ligt in lijn met wat Wiegersma in 1971 in de NRC schreef, dat selectie op cijfers weinig oplevert, en dat zolang er geen verantwoorde selectieprocedure is ontwikkeld een gemengd systeem van toelating van degenen met de hoogste cijfers en loten voor de overigen, de voorkeur verdient. "Daarom pleiten wij er voor om evenals in 1972 'goede leerlingen' tot de studie toe te laten zonder loting. Onder deze categorie verstaan wij degenen die een 'goede eindexamenlijst' hebben. Daarbij sluiten wij aan bij een algemeen gevoelen dat zij die zeer goede prestaties in het v.w.o. hebben geleverd in elke geval de gelegenheid moeten hebben de studie voort te zetten." De werkgroep problematiseert dit meritocratische gevoelen niet, zoals de commissie Drenth dat in 1997 evenmin doet. "9. Een gemiddeld eindexamencijfer dat rechtstreeks toelating tot de studie biedt kan tevoren worden vastgesteld, maar ook achteraf met als uitgangspunt het percentage aanmeldingen, dat men rechtsreeks wil toelaten. Aan de laatste manier zijn enkele praktische bezwaren verbonden, namelijk: a. de ervaring leert dat er over de jaren schommelingen voorkomen; b. een dergelijk systeem mist de noodzakelijke dooraichtigheid voor de betrokkenen. Het tevoren vaststellen van een cijfer verdient dan ook de voorkeur." Zo komt de ene werkgroep via een oppervlakkige redenering tot de ene opstelling, en de andere commissie (Drenth, 1997) tot de andere: 50% van de plaatsen voor directe toelating. De werkgroep doet hier ook het voorstel voor een toelatingstoets, om de 25% met de beste scores (nu wel een procentueel criterium!) direct toe te laten.Academische Raad, wil dezelfde selectiecriteria als in 1972 ook in het vervolg blijven hanteren; "Voor de goede orde zij hierbij vermeld dat het o.a. door de 'Commissie Algemene Vraagstukken Verhouding v.w.o.-w.o.' ingediende voorstel om integrale loting te adviseren voor de abituriënten, die zich in het komend studiejaar voor de eerste keer aanmelden, door de raad is verworpen."De eerste Afdeling van de Onderwijsraad wil continuering van de in 1972 gehanteerde procedure, en heeft geen bezwaar tegen eenmalig rechtstreeks toelaten van eerder uitgelotenen.







Academische Raad (27-10-1973). (66e vergadering, agendapunt 5). Selectie-procedure bij toepassing Machtigingswet inschrijving studenten. Met rapportage 4-10-1973 van de commissie v.w.o.-w.o. over Selectiemethode bij de toepassing van een numerus fixus voor 1974. Met brief van staatssecretaris Klein van 28-9-1973 met verzoek om bij advisering tevens een voorstel van dr. Pompen te betrekken, gedaan in De Tijd van 13 augustus 1973. [ zie ook Bijlage I in kamerstuk 12929 nr 4 pdf]

Aktiegroep Medicijnen Nijmegen (1973). Gezondheidszorg in Nederland. Nijmegen: SUN.

Asche, H., Lüthje, J., & Schott, E. (1973). Der numerus clausus oder Wer darf studieren? Hamburg: Rowohlt.

Rotter, Hartmut (1973). Numerus clausus nach neuen Recht. Bad Honnef. PICA maar geen plaats. Niet opgevraagd.

Werkgroep Selectie (voorzitter S. Wiegersma). Brief aan de minister 12 juni 1973, bijlage nr. V bij de memorie van toelichting op het wetsontwerp machtigingswet (kamerstuk 12929) pdf" target="_blank">pdf blz. 6-13 .

Wilbrink, B. (1-2-1973). Commentaar op de aanbevelingen van de werkgroep Wiegersma. jpg

Wynand Wijnen (31 januari 1973). Wie mag in 1973 naar de universiteit? Universiteits Krant Groningen transcriptie en eveneens: blog

Cie Duparc (maart 1973) "Een nieuwe weg van secundair naar hoger onderwijs". Het enige dat ik erover heb is een soort verslag van een discussiebijeenkomst op 31 maart 1974 in de Uithof.(Uitleg 10-2-'74, via de knipselkrnt van Overre vermoed ik). Ik doe dit knipsel weg. (gaat over voorbereidend academish onderwijs, vao, een alternatieve route, zonder eindexamen; 2 jaar secundair onderwijs, 1 jaar hoger onderwijs. Een soort maatwerkonderwijs voor leerlingen. De commissie ziet allerlei voordelen. Maar ja, wat zijn de nadelen? Zolang ik het commissie-rapport zelf niet heb, is dit van geen belang, want het lijkt geen enkele opvolging te hebben gekregen. Grappig is wel dat dit een voorstel is om het zonder eindexamens te doen. Ook geen ceremonieel eindexamen.




1974 Loting houdt het schandaal (van de numerus fixus) in leven


Historische kamerstukken zijn tegenwoordig online beschikbaar en te vinden op http://www.statengeneraaldigitaal.nl/.


Verlenging en wijziging van de machtigingswet inschrijving studenten. Tweede kamer der Staten-Generaal, zitting 1973-1974, 12929, 15 mei 1974


Annemarie Gelderblom (4 mei 1974). "Biologische nivellering betekent verlaging studieniveau" Prof. dr. J. Vreeken contra numerus fixus. Elsevier transcriptie

Trouw (5 juni 1974). Onzekere toekomst voor universiteit en student. Aan beperkingen valt niet te ontkomen. Delpher

Bijzondere voorziening met betrekking tot tijdelijke verlenging van de Machtigingswet inschrijving studenten. Tweede Kamer der Staten-Generaal, zitting 1973-1974, 12 958


Staatssecretaris Klein (26 juni 1974). Loting met een voor ‘herhalers’ grotere kans om in te loten. Bijlage bij de brief op kamerstuk 12958 nr 6. pdf



K. Bakker: Selectie of loting. Onderzoek naar relatie tussen schoolcijfers en studieresultaten. NRC Handelsblad, Cultureel Supplement, 31-5-74. Delpher Nog aan te maken: digitaal

Bakker, K.: Selectie of loting. NRC Handelsblad, Cultureel Supplement, 28-6-74. Delpher transcriptie en annotatie: digitaal, ook als blog